<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:6567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-04T14:42:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11482028 CV EXPL 25-499</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6567">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-04T14:41:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:6567 Rechtbank Rotterdam , 30-05-2025 / 11482028 CV EXPL 25-499</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:6567:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurrecht; eiseres vordert naar aanleiding van uitspraak Huurcommissie het te veel betaalde bedrag aan huur als onverschuldigd betaald. Gedaagde is echter niet de verhuurder. De naam van gedaagde staat weliswaar op de huurovereenkomst, maar gedaagde heeft daar geen betrokkenheid bij gehad. Degene die als vertegenwoordiger staat genoemd in de huurovereenkomst is degene met wie eiseres feitelijk contact heeft gehad en was niet bevoegd gedaagde te vertegenwoordigen. Hij heeft woningen van gedaagde op naam van gedaagde verhuurd, zonder daar toestemming voor te hebben. Er is geen schijn sprake van vertegenwoordigingsbevoegdheid die voor rekening van gedaagde moet komen. De vordering wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:6567:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11482028 CV EXPL 25-499</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 30 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [plaats 1] ,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. M.H. de Lange,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>vertegenwoordigd door dhr. [persoon A] (bestuurder).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 12 december 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 16 april 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [eiseres] met haar gemachtigde en namens [gedaagde] dhr. [persoon A] (bestuurder) en dhr. [persoon B] (beheerder woningen). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] huurde een kamer in een woning in [plaats 3] voor een bedrag van </para>
        <para>€ 750,00 aan kale huur per maand. De eigenaar van die woning is [gedaagde] . In de huurovereenkomst die aan het huren van de woonruimte door [eiseres] ten grondslag lag staat [gedaagde] als verhuurder opgenomen en dhr. [persoon C] als vertegenwoordiger. [eiseres] heeft voorafgaand, tijdens en na het eindigen van de huurovereenkomst feitelijk alleen contact gehad met [persoon C] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In november 2023 heeft [eiseres] een verzoek ingediend bij de Huurcommissie om de aanvangshuurprijs te toetsen. De Huurcommissie heeft daarop in een uitspraak van </para>
        <para>30 juli 2024 geoordeeld dat de met ingang van 1 juli 2023 overeengekomen huurprijs van </para>
        <para>€ 750,00 per maand niet redelijk is en een huurprijs van € 380,14 per maand met ingang van 1 juli 2023 wel redelijk is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] als verhuurster en [eiseres] als huurster moeten worden geacht de lagere huurprijs van € 380,14 per maand te zijn overeengekomen en eist in deze procedure betaling door [gedaagde] van het meerdere als onverschuldigd betaald. Zij eist een totaalbedrag van € 2.219,16 aan hoofdsom, met rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de eis. Zij betwist dat zij een huurovereenkomst heeft gesloten met [eiseres] . Zij stelt zich op het standpunt dat alleen de bestuurder van [gedaagde]  mag vertegenwoordigen en dat zij [persoon C] nooit een opdracht heeft verstrekt om [gedaagde] te vertegenwoordigen en/of om namens [gedaagde] een woning te verhuren. Volgens [gedaagde] heeft zij de betreffende woning aan [bedrijf] verhuurd en is [persoon C] de bestuurder van [bedrijf] . Deze zaak staat volgens [gedaagde] niet op zich. [gedaagde] stelt dat zij er op een gegeven moment achter is gekomen dat [persoon C] woningen die [bedrijf] huurde van [gedaagde] is gaan verhuren op naam van [gedaagde] , zonder daar toestemming voor te hebben. [bedrijf] mocht volgens [gedaagde] de woningen enkel op eigen naam onderverhuren. De woningen werden door [bedrijf] en/of [persoon C] opgedeeld in kamers en voor die kamers ontving [persoon C] veel te veel geld van huurders, aldus [gedaagde] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De eis wordt afgewezen; er is geen huurovereenkomst tussen [gedaagde] en [eiseres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De eis van [eiseres] , inclusief nevenvorderingen, wordt afgewezen. De eis strandt al omdat de kantonrechter er niet van kan uitgaan dat een huurovereenkomst tot stand is gekomen tussen [gedaagde] en [eiseres] . Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft de feitelijke gang van zaken zoals door [gedaagde] gesteld niet betwist. Feit is dus dat [persoon C] zich tegenover [eiseres] heeft voorgedaan als vertegenwoordiger van [gedaagde] als verhuurster, terwijl hij dat helemaal niet was. Feitelijk is [gedaagde] bij (het aangaan van) de huurovereenkomst met [eiseres] op geen enkele manier betrokken geweest. Zij was op dat moment de eigenaar van de woonruimte en verhuurde de woning aan [bedrijf] , niet meer dan dat. [persoon C] of [bedrijf] heeft [gedaagde] dus niet bevoegd vertegenwoordigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor zover [eiseres] zich op het standpunt heeft willen stellen dat er sprake is geweest van de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid door [bedrijf] of [persoon C] die aan [gedaagde] kan worden toegerekend, heeft zij dit naar het oordeel van de kantonrechter niet, althans onvoldoende, onderbouwd. Dit laatste licht de kantonrechter als volgt toe. </para>
        <para>In ieder geval is niet in geschil dat [gedaagde] niet wist dat [persoon C] of [bedrijf] woningen van [gedaagde] op naam van [gedaagde] verhuurde. Namens [eiseres] is op de zitting gezegd dat het pand in beheer zou zijn gegeven aan [bedrijf] De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van [gedaagde] dat zij dit betwist. [eiseres] heeft op haar beurt niet gesteld wat zij precies bedoelt met ‘het in beheer geven van het pand’. Van het bestaan van een schriftelijke beheerovereenkomst op grond waarvan [gedaagde] het beheer van het betreffende pand aan [bedrijf] zou hebben opgedragen is de kantonrechter niet gebleken. Verder zijn geen feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit de aan [gedaagde] toe te rekenen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid afgeleid zou moeten worden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiseres] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering van [eiseres] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>757</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>