<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:6553</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-03T12:35:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/698705 / HA RK 25-405</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6553">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6553</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-03T12:33:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:6553 Rechtbank Rotterdam , 20-05-2025 / C/10/698705 / HA RK 25-405</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:6553:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingskamer. Wrakingsverzoek afgewezen. Mondeling vonnis. Processuele beslissingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:6553:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="93494bf5-9d6a-4d65-baf2-db916f11b0b5" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="391c82ac-774d-4b86-9991-15cce3f7bc62" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>proces-verbaal</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/10/698705 / HA RK 25-405</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 20 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Bleiswijk,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. A.C. Siemons</emphasis>,</para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondeling behandeling wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank, locatie Rotterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig zijn mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter, mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en mr. C. van Steenderen-Koornneef, rechters, bijgestaan door mr. R.W.H. van Rijkom, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschijnen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoeker; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de rechter.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak heeft een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek plaatsgevonden. Aansluitend op de mondelinge behandeling heeft de wrakingskamer – na een onderbreking voor beraad – mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 28 april 2025 een verzoek tot wraking gedaan. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met zaak- en rekestnummer C/10/683913 / FA RK 24-5883 (‘de hoofdzaak’). De hoofdzaak betreft een verzoek van de minderjarige zoon van verzoeker tot beëindiging van het co-ouderschap van verzoeker en zijn ex-partner. Het dossier van de hoofdzaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer moet de vraag beantwoorden of – kort gezegd – uit het afwijzen van het uitstelverzoek van verzoeker voor de op 1 mei 2025 geplande mondelinge behandeling in de hoofdzaak voortvloeit dat de rechter partijdig is of objectief de schijn van partijdigheid heeft gewekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is. Het bepalen van een datum voor een mondelinge behandeling en het afwijzen van een uitstelverzoek voor een mondelinge behandeling zijn processuele beslissingen. Die beslissingen kunnen geen grond voor wraking vormen, tenzij die processuele beslissingen dusdanig onbegrijpelijk zijn dat zij, bijvoorbeeld door hun motivering, de (objectief gerechtvaardigde schijn van) vooringenomenheid van de rechter wekken. Daar is in dit geval geen sprake van. De conclusie is dan ook dat het wrakingsverzoek wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer is het wel met verzoeker eens dat de wijze van het plannen van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak en de zeer korte duur tussen de oproep voor die mondelinge behandeling en het plaatsvinden daarvan niet de schoonheidsprijs verdienen. De rechter heeft dat in zijn reactie op het wrakingsverzoek ook erkend. Tot toewijzing van het wrakingsverzoek kan dit echter niet leiden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek tot wraking af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzitter is buiten staat om dit proces-verbaal mede te ondertekenen</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier						de voorzitter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>