<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:6039</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-28T12:00:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11366201 CV 24-26432</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6039">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6039</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-22T14:00:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:6039 Rechtbank Rotterdam , 23-05-2025 / 11366201 CV 24-26432</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:6039:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>incident. Buitenlandse eiser wordt veroordeeld om zekerheid te stellen (artikel 224 Rv). Aan die veroordeling voldoet zij door borgstelling van Nederlandse vertegenwoordiger (artikel 6:51 BW).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:6039:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11366201 CV 24-26432</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 23 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Roham Tejarat Sabz Astara co. Ltd.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Astara, Gilan (IRAN),</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, </para>
      <para>gemachtigde: mr. J.V. Blokland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, die handelt onder de naam slstone,</para>
      <para>woonplaats: [handelsnaam],</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G. Sarier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna aangeduid als ‘RTSA’ en ‘[gedaagde]’. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 14 oktober 2024, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het antwoord met een eis in het incident, met een bijlage;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het antwoord in het incident, met repliek in de hoofdzaak, met bijlagen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak eist RTSA dat [gedaagde] betaalt voor een bestelling natuursteen. [gedaagde] erkent de bestelling, maar voert aan dat hij voor deze bestelling al aan RTSA heeft betaald. In het incident eist [gedaagde] dat RTSA zekerheid stelt voor de proceskosten, omdat zij niet in Nederland is gevestigd. Dat betwist RTSA niet. Daarom is RTSA hiertoe verplicht en wijst de kantonrechter het incident toe. Hierna wordt uitgelegd waarom en op welke manier. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zekerheid stellen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>RTSA is niet gevestigd in Nederland. [gedaagde] heeft geëist dat zij daarom zekerheid stelt voor de proceskosten (artikel 224 lid 1 Rv). RTSA verzoekt de kantonrechter om allereerst te kijken naar de inhoud van de hoofdzaak, want volgens haar is het duidelijk dat haar eis moet worden toegewezen en is een zekerheidstelling daarom al niet nodig. Hierin wordt zij niet gevolgd. Niet alleen is dat in deze fase van de procedure nog niet zo duidelijk, maar ook geldt dat dit niet binnen het systeem van de wet past. De bedoeling van een zekerheidsstelling is om aan wederpartij van de partij die niet in Nederland woont of gevestigd is garantie te geven dat een eventuele proceskostenveroordeling wordt betaald, onder andere voordat die partij de kosten (meer) maakt. Daarom wordt er nu geen voorschot genomen op een oordeel in de hoofdzaak. RTSA heeft geen beroep gedaan op een van de uitzonderingsregels uit de wet (lid 2), zodat zij zekerheid moet stellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>RTSA wil niet, zoals door [gedaagde] is geëist een waarborgsom storten op zijn derdenrekening, maar biedt wel aan dat [naam] zich borg stelt voor het betalen van een eventuele proceskostenveroordeling van RTSA. RTSA is vrij om te kiezen op welke manier zij zekerheid wil stellen, als die maar zodanig is dat de kosten gedekt zijn en [gedaagde] zonder moeite verhaal zal kunnen nemen (artikel 6:51 lid 1 en 2 BW). De aangeboden borg voldoet naar het oordeel van de kantonrechter aan die eisen. Uit de stukken blijkt namelijk het volgende. [naam] is gemachtigd om RTSA in deze procedure te vertegenwoordigen. Hij heeft schriftelijk verklaard dat hij in Nederland woont en bereid is om zich borg te stellen. Uit het uittreksel van de kamer van koophandel blijkt dat [naam] vennoot is van een Nederlandse onderneming in Schiedam. Die onderneming bestaat sinds 1 januari 2024 en [naam] is ook vanaf die datum vennoot. Onder deze omstandigheden is redelijkerwijs aannemelijk dat verhaal in Nederland mogelijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [naam] verbindt aan zijn borgstelling de voorwaarde dat de kantonrechter in deze procedure beslist dat RTSA zekerheid moet stellen. Daarom wordt RTSA veroordeeld om zekerheid te stellen. Aan die veroordeling voldoet zij direct door de borgstelling van [naam]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter wil de zaak graag met de partijen bespreken op een zitting. De partijen krijgen op de zitting de mogelijkheid om hun kant van het verhaal te vertellen. Ook stelt de kantonrechter vragen en onderzoekt of de partijen samen tot een oplossing kunnen komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij het plannen van de zitting wil de kantonrechter zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van de partijen. Daarom wordt nu eerst aan de partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de komende maanden zij verhinderd zijn. Ook wil de kantonrechter graag de e- mailadressen van de partijen ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt RTSA om zekerheid te stellen en stelt vast dat RTSA aan die veroordeling voldoet met de borgstelling van [naam];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de partijen uiterlijk op <emphasis role="bold">woensdag 11 juni 2025 om 11:30 uur </emphasis>moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden september 2025 tot en met februari 2026 zij verhinderd zijn en hun e-mailadres moeten opgeven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>703</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>