<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:5469</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-28T14:54:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11205969 VZ VERZ 24-6504</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-0605</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-0605</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:5469">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:5469</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-12T09:16:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:5469 Rechtbank Rotterdam , 25-04-2025 / 11205969 VZ VERZ 24-6504</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:5469:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak. Tussenbeschikking. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Over de transitievergoeding wordt de beslissing aangehouden, omdat partijen verdeeld zijn over de hoogte van het loon van werknemer, wat als basis dient voor de berekening van de vergoeding. Over het loon zijn partijen verwikkeld in een andere procedure (zaaknummer: 11452256 CV EXPL 24-31803).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:5469:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11205969 VZ VERZ 24-6504</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 25 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [verzoekster 1],</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [verzoekster 2]</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats en woonplaats: Rotterdam,</para>
      <para>verzoeksters, </para>
      <para>gemachtigde: mr. M.T. Eckhart,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Rotterdam,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Bosveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeksters worden ieder afzonderlijk ‘[verzoekster 1]’ en ‘[verzoekster 2]’ en tezamen ‘werkgever’ genoemd. Verweerder wordt ‘werknemer’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van werkgever (ontvangen op 11 juli 2024), met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van werknemer;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van werkgever van 10 maart 2025, met de mededeling dat wat vermeld wordt in het petitum van het verzoek onder II ingetrokken wordt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek is enkele malen aangehouden, onder meer op verzoek van [verzoekster 2] vanwege haar gezondheidstoestand. Op 18 maart 2025 heeft een zitting plaatsgevonden in deze zaak en in de zaak met zaaknummer 11452256 CV EXPL 24-31803. Die zaak betreft kort gezegd een loonvordering met nevenvorderingen van werknemer tegen werkgever. De zaken zijn besproken met [verzoekster 2], bijgestaan door mr. L. Oass, ter vervanging van haar kantoorgenoot mr. M.T. Eckhart, die alleen optreedt in de onderhavige verzoekschriftprocedure, en met [verweerder] en mr. A. Bosveld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Er is namelijk voldaan aan de voorwaarden voor opzegging. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is een redelijke grond</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Er is een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:669 lid 1 BW). Werkgever stelt namelijk dat sprake is van het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming (artikel 7:669 lid 3, aanhef en onder a, BW). Volgens werkgever zijn haar werkzaamheden beëindigd en verricht zij als onderaannemer geen opdrachten meer voor het plaatsen en installeren van zonnepanelen, mede in verband met terugloop van het werk als gevolg van de gewijzigde salderingsregeling. Werknemer is de enige werknemer wiens dienstverband met werkgever is voortgezet. De arbeidsrelaties met alle andere personen zijn beëindigd, zodat dit niet in de weg staat aan de verzochte ontbinding (artikel 7:671b lid 3, gelezen in samenhang met artikel 7:671a leden 5 en 7 BW). [verzoekster 1] is blijkens het handelsregister op 9 april 2024 opgeheven. Werknemer heeft dit niet betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Gevraagd om toestemming om vanwege voormelde reden de arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen, heeft het Uwv in haar beslissing van 15 mei 2024 uiteengezet dat werkgever haar bedrijfsactiviteiten volledig heeft beëindigd en dat alleen de arbeidsplaats van werknemer in het geding is. Niet is vastgesteld dat sprake is geweest van overgang van (delen van de) onderneming. Toch is de gevraagde toestemming door het Uwv geweigerd, omdat werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat herplaatsing van werknemer niet mogelijk is. Dat ziet de kantonrechter echter anders. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Werknemer kan niet worden herplaatst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Vastgesteld wordt dat werknemer niet binnen een redelijke termijn kan worden herplaatst in een andere passende functie (artikel 7:669 lid 1 BW). Bij werkgever is geen andere functie beschikbaar. De activiteiten van de onderneming zijn volledig gestaakt. Daarnaast heeft werkgever aan de hand van uittreksels uit het Handelsregister onderbouwd dat zij geen deel uitmaakt van een groep van ondernemingen van [naam] (de broer van [verzoekster 2]). De omstandigheid dat [naam], zoals ter zitting door [verzoekster 2] is bevestigd, ook actief geweest is bij werkgever en dat werkgever tevens opdrachten in onderaanneming heeft uitgevoerd voor [bedrijf 1] en [bedrijf 2], van welke ondernemingen [naam] middellijk bestuurder / directeur is via [bedrijf 3], levert onvoldoende basis op om te kunnen concluderen dat sprake is van een groep van ondernemingen, waarbinnen werknemer herplaatst zou kunnen worden in één van die ondernemingen. Ter zitting is van de zijde van werknemer erkend dat hij geen concrete aanwijzingen heeft gevonden dat werkgever is voortgezet via een andere vennootschap en dat het Uwv met de kennis van nu de gevraagde toestemming vermoedelijk wel had kunnen verlenen. Hij heeft zijn verweer dat de arbeidsovereenkomst alleen wegens een verstoorde arbeidsverhouding zou kunnen worden ontbonden laten varen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er geldt geen opzegverbod </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Er geldt geen opzegverbod dat in de weg staat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Weliswaar is werknemer op 24 juni 2022 ongeschikt geraakt voor het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, maar deze situatie heeft inmiddels meer dan twee jaar geduurd (artikel 7:670 lid 1, aanhef en onder a, BW).</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De arbeidsovereenkomst eindigt op 1 juni 2025</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald op 1 juni 2025 (artikel 7:671b lid 9 BW). Daarbij is rekening gehouden met de opzegtermijn en de duur van deze procedure. Ontbinding met terugwerkende kracht kan niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Transitievergoeding?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Werknemer heeft recht op een transitievergoeding omdat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer (artikel 7:673 lid 1 en lid 7 BW). De hoogte van de transitievergoeding kan op dit moment echter niet worden vastgesteld, omdat partijen verdeeld zijn over de hoogte van het loon van werknemer (de overuren), wat als basis dient voor de berekening van de vergoeding. Dit is onderwerp van geschil in bovenvermelde procedure over de loonvordering van werknemer. Omdat de uitkomst hiervan van belang is voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding wordt dit afgewacht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. Op het moment dat in de loonvorderingsprocedure uitspraak is gedaan zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich erover uit te laten wat dit betekent voor de hoogte van de wettelijke transitievergoeding. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juni 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>465</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>