<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:5329</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-28T11:28:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 24/8687</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2026:2404" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2026:2404, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:5329">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:5329</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-30T15:22:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:5329 Rechtbank Rotterdam , 01-05-2025 / ROT 24/8687</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:5329:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Varia, aanvraag urgentieverklaring, geen binding met regio Barendrecht, probleem kan worden opgelost met de toegekende beschikking individueel leerlingenvervoer, geen aanleiding voor toepassing hardheidsclausule.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:5329:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 24/8687 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Gümüs),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht</emphasis> (gemachtigde: [persoon A] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres. Eiseres heeft een woonurgentieverklaring aangevraagd op grond van de 'medische noodzaak'. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de aanvraag terecht is afgewezen omdat eiseres geen maatschappelijke binding met Barendrecht heeft<emphasis role="italic">.</emphasis> Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van de medische noodzaak. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 30 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming van het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiseres woont met haar twee zoons aan de [adres] te Dordrecht (de woning). Zij heeft op 12 april 2024 een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een urgentieverklaring op grond van de urgentiegrond medische noodzaak. Zij heeft toegelicht dat zij enkele fysieke beperkingen heeft en dat zij daarnaast mantelzorg geeft aan haar oudste zoon. Haar zoon is afhankelijk van zorg uit Barendrecht, dit is de reden dat zij urgentie aanvraagt in Barendrecht en niet in Dordrecht. Gezien haar gezondheid kan eiseres haar zoon moeilijk halen en brengen. </para>
    <para />
    <para>4. Het college heeft de aanvraag van eiseres afgewezen op de weigeringsgrond van artikel 2.3., tweede lid, aanhef en onder h, van de Verordening Woonruimtebemiddeling Regio Rotterdam 2024 (de Verordening). Op grond van dit artikel moet de aanvrager economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente. De bezwaren van eiseres tegen de afwijzing zijn ongegrond verklaard en het college heeft de afwijzing gehandhaafd. Het college heeft overwogen dat eiseres niet aan dit vereiste voldoet. Volgens het college dient eiseres zich met haar hulpvragen te wenden tot de gemeente Dordrecht. Ook ziet het college geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heeft het college de aanvraag terecht geweigerd op de grond dat de binding met de regio ontbreekt?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Eiseres voert aan dat het onverkort toepassen van de weigeringsgrond geen rekening houdt met de complexiteit van de medische situatie en de noodsituatie die daardoor is ontstaan<emphasis role="italic">.</emphasis> Gezien de beperkingen van eiseres en haar zoons is het voor eiseres onmogelijk om haar zoon elke dag naar Barendrecht te brengen. Eiseres vindt dat zij er alles aan heeft gedaan om de individuele vervoersbeschikking voor haar zoon uit te laten voeren, maar dat is niet gelukt. Eiseres ziet het verhuizen naar Barendrecht als enige keus. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 2.3., tweede lid, aanhef en onder h, van de Verordening kan het college de aanvraag weigeren indien de aanvrager niet economisch of maatschappelijk is gebonden aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente. Volgens de wetsgeschiedenis kan er sprake zijn van maatschappelijke binding als deze tenminste de laatste zes jaar onafgebroken heeft gewoond in de regio, gemeente of kern dan wel dat gedurende de voorafgaande 10 jaar heeft gedaan.<footnote-ref linkend="_62d45eb1-8419-45c4-85d1-eb3a6e8c72ef" /> Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet aan deze voorwaarde voldoet. Eiseres heeft een beschikking gekregen voor individueel leerlingenvervoer voor haar kind. Deze beschikking kan het probleem wat zij ervaart oplossen. Eiseres kan de aanspraak op vervoer waartoe deze beschikking strekt niet in deze procedure afdwingen. Gelet op het voorgaande heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond op eiseres van toepassing is. Daarbij acht de rechtbank van belang dat iemand die geen maatschappelijke binding heeft op grond van de hardheidsclausule alsnog in aanmerking zou kunnen komen voor een urgentieverklaring.<footnote-ref linkend="_1dd901cd-c368-4afa-bcd9-119cfdd7898a" /><?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft het college in redelijkheid geen toepassing hoeven geven aan de hardheidsclausule?</emphasis>
        </para>
        <para>6. Eiseres voert aan dat het college medisch onderzoek had moeten laten uitvoeren om de medische noodzaak te kunnen beoordelen. Eiseres ervaart fysieke klachten die ervoor zorgen dat zij moet verhuizen uit haar huidige woning. Zij heeft een stoeltraplift als hulpmiddel. Wegens een chronische bloedarmoede heeft zij een laag energielevel. Wegens knieklachten heeft zij voortdurend pijnklachten. Ook ervaart eiseres psychische klachten. Het voorgaande in combinatie met de problematiek van haar zoon had moeten leiden tot toepassing van de hardheidsclausule.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Voor zover eiseres meent dat het college ten onrechte geen medisch adviseur heeft ingeschakeld voor de beoordeling van de hardheidsclausule, gaat zij eraan voorbij dat het op haar weg ligt om de benodigde recente (medische) stukken te overleggen om aannemelijk te maken dat haar situatie schrijnend is. Het is niet aan het college om hier zelfstandig onderzoek naar te doen.<footnote-ref linkend="_6908e419-b3ca-4dae-9951-6f420320d6fd" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet is geslaagd om aannemelijk te maken dat haar situatie schrijnend is. Eiseres heeft niet onderbouwd dat haar huidige woning in ernstige mate duurzaam ongeschikt is voor bewoning door haar en haar kinderen, die ertoe zou moeten leiden dat zij binnen een zeer korte termijn moet verhuizen. Eiseres heeft geen oorzakelijk verband aangetoond tussen haar fysieke en psychische klachten waardoor zij in een medische noodsituatie zou verkeren. Eiseres heeft een stoeltraplift die haar ondersteund in haar dagelijks leven. De situatie dat de zoon van eiseres in Barendrecht op school zit terwijl zij in Dordrecht woont heeft niet tot toepassing van de hardheidsclausule hoeven leiden. Eiseres heeft niet aangetoond dat dit in haar geval leidt tot een schrijnende situatie die niet houdbaar is. De gemeente Barendrecht is in dit geval ook niet gehouden om een oplossing te zoeken voor deze problematiek, eiseres zal hiervoor bij haar eigen gemeente om hulp moeten vragen. Eiseres kan het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht benaderen om te bereiken dat de op grond van de Jeugdwet aan haar zoon toegekende aanspraak op een individuele vervoersvoorziening ook wordt gerealiseerd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht heeft besloten dat eiseres niet voldoet aan de urgentiegrond medische noodzaak. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					         Verhinderd te tekenen											</para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_62d45eb1-8419-45c4-85d1-eb3a6e8c72ef" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 2009-10, 32271, nr. 3, p. 50.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1dd901cd-c368-4afa-bcd9-119cfdd7898a" label="2">
    <para> Vergelijk de uitspraak van deze rechtbank van 7 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6608.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6908e419-b3ca-4dae-9951-6f420320d6fd" label="3">
    <para> Vergelijk de hiervoor reeds genoemde uitspraak van deze rechtbank van 7 juli 2021.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>