<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:5037</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-29T15:49:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11108890 CV EXPL 24-12897</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:5037">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:5037</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-29T15:48:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:5037 Rechtbank Rotterdam , 21-03-2025 / 11108890 CV EXPL 24-12897</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:5037:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proces-verbaal mondelinge uitspraak bevoegdheidsincident.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:5037:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11108890 CV EXPL 24-12897</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op basis van artikel 29a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op 21 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [bedrijf A] ,</emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.M. Schouten-Hennen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [bedrijf B] ,</title>
    <parablock>
      <para>vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.R. Raghoebir,</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">2. [persoon B] ,</bridgehead>
    <para>woonplaats: [woonplaats 1] ,</para>
    <bridgehead role="bold">3. [persoon C] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>woonplaats: [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: M.V. Karansingh LL.B.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden ‘ [bedrijf A] ’, ‘ [bedrijf B] ’, ‘ [persoon B] ’ en ‘ [persoon C] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is mr. M.C. van der Kolk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig zijn:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De heer [persoon D] namens [bedrijf A] , bijgestaan door mr. W. Bond-Stroek namens de gemachtigde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De heer mr. J. Stoker namens de gemachtigde van [bedrijf B] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [persoon B] en zijn vader, [persoon C] en mr. G.C. Haulussy namens de gemachtigde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak eist [bedrijf A] betaling van € 60.461,05 met rente en om gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten en beslagkosten) met rente. De reden daarvan is dat [bedrijf B] volgens [bedrijf A] heeft gewanpresteerd als huurder en onrechtmatig heeft gehandeld en de bestuurders [persoon B] en [persoon C] jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld door een hennepkwekerij te exploiteren in het door [bedrijf A] aan [bedrijf B] verhuurde bedrijfspand aan de [adres] in [vestigingsplaats 1] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op de voet van artikel 209 Rv wordt eerst beslist op het door [persoon B] en [persoon C] opgeworpen bevoegdheidsincident. [persoon B] en [persoon C] hebben een beroep gedaan op de relatieve onbevoegdheid van de rechtbank Rotterdam. Volgens [persoon B] en [persoon C] moet de zaak worden verwezen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, omdat op grond van artikel 264 Rv uitsluitend de rechter bevoegd is binnen wiens rechtsgebied het gehuurde is gelegen. Dat is in dit geval in Geertruidenberg, welke gemeente onder het werkgebied van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda valt. [bedrijf A] is het daar niet mee eens en stelt zich op het standpunt dat de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, wel bevoegd is en wel op grond van artikel 103 Rv. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De incidentele vordering wordt afgewezen. Op grond van artikel 99 Rv is in beginsel de rechter van de woonplaats van gedaagde bevoegd. [bedrijf B] is statutair gevestigd in Barendrecht en [persoon B] en [persoon C] wonen in Ridderkerk en Barendrecht. Deze gemeentes vallen onder het werkgebied van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam. De in artikel 103 Rv genoemde uitzondering voor huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW is niet van toepassing, omdat het in deze zaak om een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW gaat. Ook artikel 264 Rv is niet van toepassing, omdat dit artikel ziet op verzoekschriftprocedures en deze zaak een dagvaardingsprocedure betreft. Op grond van artikel 99 en artikel 103 Rv is de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, enkel alternatief bevoegd vanwege het feit dat de bedrijfsruimte in Geertruidenberg is gelegen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De proceskosten in het incident komen voor rekening van [persoon B] en [persoon C] , omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). Gelet op de beperkte omvang van het door [bedrijf A] in het incident gevoerde verweer begroot de kantonrechter deze kosten aan de kant van [bedrijf A] op € 407,50 aan salaris voor haar gemachtigde (0,5 punt × € 815,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 542,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen als deze uitspraak wordt betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De zaak wordt inhoudelijk besproken op de zitting van 21 maart 2025 om 13:30 uur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>wijst de incidentele eis van [persoon B] en [persoon C] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>veroordeelt [persoon B] en [persoon C] hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van [bedrijf A] worden begroot op € 542,50;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal is op 21 maart 2025 opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.</para>
        <para>43416</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>