<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:4916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-09T14:19:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">83-313302-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025042904</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-0937</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:4916">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:4916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-24T12:20:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:4916 Rechtbank Rotterdam , 20-03-2025 / 83-313302-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:4916:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude door vervalste gegevens aan te leveren bij de Belastingdienst. Daarnaast is de verdachte tekortgeschoten in diens fiscale bewaarplicht, waardoor een latere controle onmogelijk was. Veroordeling tot betaling van een geldboete ter hoogte van € 15.000,00 waarvan de helft voorwaardelijk. De rechtbank wijkt hiermee af van de procesafspraken. Redelijke termijn. Vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:4916:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 83-313302-21</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 maart 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsadres [adres] , [postcode] te [plaats] ,</para>
      <para>ter terechtzitting vertegenwoordigd door [persoon A] en [persoon B] , vennoten,</para>
      <para>raadsman T.S. Finken, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 maart 2025.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Procesafspraken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door haar raadsman en vertegenwoordigd door haar vennoten, hebben een overeenkomst gesloten waarbij procesafspraken zijn gemaakt over de afdoening van deze strafzaak. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming daarvan. De procesafspraken zijn voorafgaand aan de zitting aan de rechtbank gezonden. Tijdens de terechtzitting heeft de rechtbank de gemaakte afspraken met de vertegenwoordigers van de verdachte, de raadsman en de officier van justitie besproken. De vennoten hebben verklaard dat zij steeds betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de procesafspraken. De vennoten hebben daarnaast verklaard dat zij goed begrijpen wat de gemaakte afspraken inhouden en welke gevolgen deze voor de vennootschap en haar strafzaak kunnen hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat de vennoten vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl zij zich bewust waren van de rechtsgevolgen, zijn gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting hebben de vennoten en de officier van justitie bevestigd dat het - voor zover relevant - gaat om de volgende afspraken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het Openbaar Ministerie zal requireren tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting een geldboete vorderen ter hoogte van € 25.000,00 waarvan € 12.500,00 voorwaardelijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdediging zal geen verweren voeren en geen onderzoekswensen indienen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beantwoording van de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering is leidend bij de beoordeling van de tenlastelegging en de rechtbank kan de procesafspraken terzijde schuiven als op basis van het dossier onvoldoende grond bestaat voor vaststelling van schuld, de kwalificatie van de feiten niet aansluit bij de inhoud van het dossier, dan wel wanneer zij de geëiste straf niet passend acht. Dat in acht nemende komt de rechtbank tot de volgende beoordeling.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, voor zover dit aansluit bij de inhoud van de gemaakte procesafspraken. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van de wettige bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>zij op verschillende tijdstippen in de periode</para>
        <para>van 27 november 2018 tot en met 6 maart 2020, te [plaats] en/of Amsterdam</para>
        <para>, telkens als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere)</para>
        <para>gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, immers heeft zij, verdachte, opzettelijk auditfiles en (digitale) kopieën van kassabestanden ter beschikking gesteld voor raadpleging aan de Belastingdienst, terwijl (de data in) deze auditfiles en kassabestanden (gedeeltelijk) </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">waren</emphasis> verwijderd en/of aangepast, ;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>zij op verschillende tijdstippen in de periode van 21 februari 2017 tot en met 2 juli 2019, te [plaats] , meermalen, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het bewaren van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, (telkens) opzettelijk deze niet (volledig) heeft bewaard en/of doen bewaren, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, immers heeft zij, verdachte, opzettelijk omzetgegevens en/of (contante) betalingen en/of verkopen aan klanten en/of (digitale) gegevens van kassabonnen uit het CermePos(kassa)systeem verwijderd en/of aangepast en/of  andere gegevens niet bewaard;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="italic">ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze opzettelijk in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;</emphasis></para>
    <para />
    <para>2. <emphasis role="italic">ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, en deze opzettelijk niet bewaren, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude door vervalste gegevens aan te leveren bij de Belastingdienst. Daardoor is te weinig belasting geheven. Daarnaast heeft zij niet op de juiste manier haar financiële administratie bijgehouden, waardoor een volledige controle later onmogelijk was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Belastingfraude gaat ten koste van de staatskas en treft de gemeenschap in haar geheel. Immers, de verdachte frustreert door haar handelen de werking van het systeem van omzetbelasting dat gebaseerd is op het vertrouwen dat een onderneming een juiste aangifte doet. Bovendien wordt het algemeen vertrouwen in het belastingsysteem, waarbinnen sprake zou moeten zijn van eerlijke lastenverdeling, door dergelijk handelen geschaad. De verdachte heeft kennelijk geen oog gehad voor dit maatschappelijk belang. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvullende omstandigheden</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>6.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 februari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
          </para>
          <para>Op grond van artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (HGEU) en artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dient de verdachte binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 19 augustus 2021, omdat de vennoten op die dag verhoord zijn. Tot aan dit vonnis is een periode van drie en een half jaar verstreken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaren. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gezien de ernst van de feiten en met het hiervoor genoemde rekening houdende, acht de rechtbank in beginsel een forse geldboete passend en geboden. De rechtbank zal echter afwijken van de eis van de officier van justitie, die conform de procesafspraken een geldboete van € 25.000,00 waarvan de helft voorwaardelijk heeft gevorderd. In de visie van de rechtbank heeft de officier van justitie bij het bepalen van de strafeis onvoldoende rekening gehouden met een aantal omstandigheden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten eerste is hier van belang dat zowel de individuele vennoten als ook de vennootschap vaststellingsovereenkomsten hebben gesloten met de Belastingdienst in het kader van de na te heffen omzet- of inkomstenbelasting en dat de financiële verplichtingen die uit deze vaststellingsovereenkomsten zijn voortgekomen, waaronder een vergrijpboete van € 2.000,00 voor de vennootschap, reeds zijn voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten tweede betreft het in de onderhavige zaak een vennootschap onder firma, waardoor de vennoten hoofdelijk verantwoordelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap, waaronder dus ook de in deze zaak op te leggen boete. Mede vanwege de persoonlijke financiële situaties van de vennootschap en de vennoten, zoals deze ter zitting naar voren zijn gekomen, zou een geldboete ter hoogte van de strafeis van de officier van justitie disproportioneel zijn ten opzichte van de draagkracht van de vennoten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten derde is er sprake van een schending van de redelijke termijn. Hoewel dit deels te verklaren is doordat de verdediging enkele maanden heeft gewacht met het ondertekend retourneren van de procesafspraken, is de schending niet in haar geheel aan het handelen van de verdachte te wijten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de boete ook gekeken naar boetes die in soortgelijke zaken doorgaans worden opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank een geldboete ter hoogte van € 15.000,00 waarvan € 7.500,00 voorwaardelijk met daaraan verbonden een proeftijd voor de duur van twee jaren, passend en geboden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete van € 15.000,00 (vijftienduizend euro)</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>bepaalt dat van deze geldboete een gedeelte, groot € 7.500,00 niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde:</para>
      <para>- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Tijink, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. L. Daum en T. Urbanus, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.S. Westhof, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 20 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>zij op een of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27</para>
      <para>november 2018 tot en met 6 maart 2020, te [plaats] en/of Amsterdam en/of</para>
      <para>(elders) in Nederland,</para>
      <para>(telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor</para>
      <para>raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere)</para>
      <para>gegevensdragers en/of de inhoud daarvan,</para>
      <para>opzettelijk deze in valse en/ of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft</para>
      <para>gesteld, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven,</para>
      <para>immers heeft zij, verdachte, opzettelijk auditfiles en/of (digitale) kopieën van</para>
      <para>kassabestanden ter beschikking gesteld voor raadpleging aan de Belastingdienst,</para>
      <para>terwijl (de data in) deze auditfiles en/of kassabestanden (gedeeltelijk) was</para>
      <para>verwijderd en/of gewist en/of aangepast, althans onvolledige en/of aangepaste</para>
      <para>(omzet)gegevens bevatten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>zij op een of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21</para>
      <para>februari 2017 tot en met 2 juli 2019, te [plaats] en/of (elders) in Nederland,</para>
      <para>meermalen, althans eenmaal,</para>
      <para>(telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het bewaren van</para>
      <para>boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers,</para>
      <para>(telkens) opzettelijk deze niet (volledig) heeft bewaard en/of doen bewaren,</para>
      <para>terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven,</para>
      <para>immers heeft zij, verdachte, opzettelijk omzetgegevens en/of (contante) betalingen</para>
      <para>en/of verkopen aan klanten en/of (digitale) gegevens van kassabonnen uit het</para>
      <para>CermePos(kassa)systeem verwijderd en/of gewist en/of aangepast en/of (andere)</para>
      <para>(digitale) gegevens verwijderd en/of vernietigd en/of aangepast en/of (andere)</para>
      <para>administratie bescheiden en/of andere gegevens niet bewaard;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>