<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:281</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-22T10:35:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/690259 / KG ZA 24-1145 / 691778 HA RK 24-1182</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:281">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:281</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-22T10:34:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:281 Rechtbank Rotterdam , 07-01-2025 / C/10/690259 / KG ZA 24-1145 / 691778 HA RK 24-1182</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:281:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Verplichte procesvertegenwoordiging. Verzoekers hebben hun wrakingsverzoek zelf ingediend terwijl procesvertegenwoordiging in de hoofdzaak verplicht is. Verzoekers zijn in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te herstellen maar hebben niet van die gelegenheid gebruik gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:281:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/10/690259 / KG ZA 24-1145 / 691778 HA RK 24-1182</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 7 januari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te Rotterdam, en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam, </para>
      <para>hierna te noemen: verzoekers, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. P. de Bruin</emphasis>,</para>
      <para>senior-rechter A in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met kenmerk C/10/690259 / KG ZA 24-1145 (‘de hoofdzaak’). Die zaak betreft een kortgedingprocedure tussen verzoekers als eisende partijen en de heer [persoon A] als gedaagde partij. Het dossier van deze zaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt verder uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het wrakingsverzoek van verzoekers van 28 december 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mails in de periode van 30 december 2024 tot en met 6 januari 2025 tussen de algemeen secretaris van de wrakingskamer en verzoekers. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de wrakingsprocedure gelden dezelfde regels over (verplichte) procesvertegenwoordiging als in de (bodem)procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan. Verplichte procesvertegenwoordiging houdt onder andere in dat een partij zelf geen proceshandelingen kan verrichten, zoals het indienen van stukken of het doen van nieuwe, gewijzigde of aanvullende verzoeken, maar dat daarvoor de tussenkomst van een advocaat is vereist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In artikel 79, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat een partij in alle zaken – behalve zaken bij de kantonrechter, maar daarvan is in het geval van de hoofdzaak geen sprake – moet worden bijgestaan door een advocaat. Dat heet verplichte procesvertegenwoordiging. In de hoofdzaak moeten verzoekers dus verplicht worden bijgestaan door een advocaat. De wet maakt geen uitzondering op  die verplichte procesvertegenwoordiging voor het doen van een wrakingsverzoek in de hoofdzaak. Dat volgt ook uit de uitspraken van de Hoge Raad met ECLI-nummers ECLI:NL:HR:1998:AD2977 en ECLI:NL:HR:2004:AO6270.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek van verzoekers is in strijd met het voorgaande niet ingediend door een advocaat. In de hoofdzaak zijn verzoekers overeenkomstig het bepaalde in voornoemd artikel 79, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bijgestaan door een advocaat. Overeenkomstig artikel 2, lid 2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank zijn verzoekers bij e-mail van 30 december 2024 in de gelegenheid gesteld om vóór 3 januari 2025 om 12.00 uur hun wrakingsverzoek alsnog in te laten dienen door hun advocaat op straffe van niet-ontvankelijkheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verzoekers hebben in een e-mail van 30 december 2024 aan de algemeen secretaris van de wrakingskamer aangegeven dat procesvertegenwoordiging volgens hen niet verplicht is. De algemeen secretaris van de wrakingskamer heeft verzoeker daarop in een e-mail van 30 december 2024 dezelfde uitleg gegeven als hiervoor in rechtsoverweging 2.2. staat vermeld. Verzoekers hebben in een e-mail van 6 januari 2025 de mededeling gedaan zichzelf te willen vertegenwoordigen in de wrakingsprocedure. In reactie daarop heeft de algemeen secretaris het standpunt herhaald zoals vermeld staat in overweging 2.2 waarbij tevens is medegedeeld dat, nu de advocaat van verzoekers het wrakingsverzoek niet binnen de gestelde termijn heeft ingediend, het wrakingsverzoek zonder mondelinge behandeling zou worden afgedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De wrakingskamer constateert dat zich binnen de gestelde termijn geen advocaat namens verzoekers heeft gesteld in deze wrakingsprocedure, terwijl verzoekers er herhaaldelijk op zijn gewezen dat zij moeten worden bijgestaan door een advocaat. De wrakingskamer komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek. Gelet daarop kan een mondelinge behandeling van dat verzoek achterwege blijven.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.G.L. de Vette, voorzitter, mr. drs. J. van den Bos en mr. F. Aukema-Hartog, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E.F. Bronkhorst, griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier							de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>