<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:2639</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T10:24:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 23/2333</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:2639">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:2639</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T10:22:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:2639 Rechtbank Rotterdam , 28-02-2025 / ROT 23/2333</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:2639:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beroep niet tijdig beslissen. De rechtbank is onbevoegd. Een schadeverzoek is geen aanvraag in de door de Awb bedoelde zin, maar een ‘kennisgeving’ aan het bestuursorgaan met de bedoeling te komen tot een overleg (regeling) over geleden schade. Daaruit volgt dat als een bestuursorgaan niet tijdig beslist op een schadeverzoek de betrokkene geen aanspraak kan maken op verbeurde dwangsommen.</para>
        <para>Dat een schadeverzoek geen aanvraag is, heeft verder tot gevolg dat ook geen beroep gericht op het niet tijdig beslissen op dat verzoek kan worden ingesteld.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:2639:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROT 23/2333 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], uit Rotterdam, eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. P.A.M. Badal).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn schadeverzoek van</para>
    <para>9 november 2022.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft op 9 november 2022 verweerder aansprakelijk gesteld voor geleden en nog te lijden schade die voortvloeit uit een onrechtmatige overheidshandeling. Eiser heeft verweerder daarbij verzocht de schade te vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 16 februari 2023 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn schadeverzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Omdat een reactie van verweerder uitbleef heeft eiser op 4 april 2023 beroep wegens het niet tijdig beslissen bij de rechtbank ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Verweerder heeft op 27 juli 2023 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Eiser heeft op 25 augustus 2023 gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.<footnote-ref linkend="_a04142cf-8aca-4147-a230-d469c966f653" /></para>
    <para />
    <para>3. Artikel 4:17, eerste lid, van de Awb bepaalt dat, als een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom verbeurt voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. Uit deze bepaling vloeit voort dat sprake moet zijn van een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb.<footnote-ref linkend="_1a0fa46c-9a38-4d31-a3a5-5821f2b6cb4b" /></para>
    <para />
    <para>4. Uit vaste rechtspraak volgt dat een schadeverzoek geen aanvraag in de door de Awb bedoelde zin is, maar een ‘kennisgeving’ aan het bestuursorgaan met de bedoeling te komen tot een overleg (regeling) over geleden schade.<footnote-ref linkend="_1955575d-72d5-42a5-958d-0cb19f876653" /> Daaruit volgt dat als een bestuursorgaan niet tijdig beslist op een schadeverzoek de betrokkene geen aanspraak kan maken op verbeurde dwangsommen.</para>
    <para />
    <para>5. Dat een schadeverzoek geen aanvraag is, heeft verder tot gevolg dat ook geen beroep gericht op het niet tijdig beslissen op dat verzoek kan worden ingesteld<emphasis role="italic">.</emphasis><footnote-ref linkend="_bc0ee222-2e50-4952-9a9a-f01c0ee69672" />Er kan dan wel een schadeverzoek (op de voet van artikel 8:90 van de Awb) bij de rechtbank worden ingediend. Niet is gebleken dat eiser dit heeft gedaan.</para>
    <para />
    <para>6. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep van eiser. Zij mag de zaak dus niet behandelen. Eiser krijgt wel het griffierecht van de rechtbank terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het door eiser betaalde griffierecht van € 184,- aan hem wordt teruggestort. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is verhinderd deze </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_a04142cf-8aca-4147-a230-d469c966f653" label="1">
    <para> Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1a0fa46c-9a38-4d31-a3a5-5821f2b6cb4b" label="2">
    <para> Artikel 1:3, derde lid, van de Awb: Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1955575d-72d5-42a5-958d-0cb19f876653" label="3">
    <para> Zie onder meer de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 3 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:990, en 16 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2422.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc0ee222-2e50-4952-9a9a-f01c0ee69672" label="4">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb stelt als voorwaarde dat het bestuursorgaan in gebreke is een besluit te nemen. Daarvan is in het geval van een zelfstandig schadeverzoek geen sprake.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>