<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-23T09:39:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/677908 / HA ZA 24-351</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-0726</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-0726</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Arbeidsrecht 2025/218</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:240">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-13T09:24:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:240 Rechtbank Rotterdam , 08-01-2025 / C/10/677908 / HA ZA 24-351</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:240:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over de gevolgen van een opzegging van een overeenkomst tussen een zzp'er en een wervingsbureau. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank is de overeenkomst (getiteld 'Service Agreement') een uitzendovereenkomst (artikel 7:690 BW). De rechtbank is dan ook voornemens de zaak ambtshalve te verwijzen naar de kantonrechter. Partijen mogen zich hierover uitlaten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:240:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/677908 / HA ZA 24-351</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 8 januari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] , </title>
    <parablock>
      <para>wonend in [plaats 1] ( [land] ),</para>
      <para>2. 	<emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in [plaats 2] ( [land] ),</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>advocaat: mr. M.S. van Dijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STEPHENSON OPERATIONS B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat: mr. M.A. Collet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser 1] , [eiser 2] en Stephenson Operations genoemd. Eisers worden samen [eiser c.s.] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 5 april 2024, met producties 1 tot en met 16;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 11;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van partijen voor de mondelinge behandeling op 21 november 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling heeft de rechtbank vonnis bepaald.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De zaak in het kort en het voornemen van de rechtbank om de zaak ambtshalve te verwijzen naar de kantonrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Stephenson Operations heeft [eiser 1] geworven om te werken voor een project van Saipem, een opdrachtgever van Stephenson Operations. [eiser 1] heeft werkzaamheden verricht voor dat project op grond van een overeenkomst met Stephenson Operations. Op 30 augustus 2023 heeft Stephenson Operations deze overeenkomst per direct opgezegd, volgens haar omdat haar contract met Saipem was beëindigd. [eiser c.s.] houden Stephenson Operations aansprakelijk voor het verlies van hun inkomen vanaf 30 augustus 2023.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank is (inmiddels) voorlopig van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW is. Dit zou betekenen dat de zaak op grond van artikel 71 lid 2 Rv, gelezen in samenhang met artikel 93, aanhef en onder c Rv, moet worden verwezen naar de kantonrechter. Omdat partijen zich in hun gedingstukken niet hebben uitgelaten over artikel 7:690 BW en deze bepaling ook tijdens de mondelinge behandeling niet aan de orde is gesteld, zal de rechtbank geen eindvonnis wijzen, maar een tussenvonnis. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voorlopig oordeel van de rechtbank. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van een akte uitlating.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Stephenson Operations is een uitzend- en wervingsbureau dat zich onder andere richt op het plaatsen van arbeidskrachten bij opdrachtgevers in de <emphasis role="italic">offshore</emphasis> industrie. Eén van de opdrachtgevers van Stephenson Operations is een bedrijf genaamd Saipem.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Eind oktober 2022 is [eiser 1] door Stephenson Operations gerekruteerd voor een <emphasis role="italic">offshore</emphasis> project van Saipem, genaamd [project] (het project). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Stephenson Operations en [eiser 1] hebben hun afspraken vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst getiteld ‘Service Agreement No. [project] ’ (de overeenkomst). In de overeenkomst staat onder andere: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	“Agency:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Stephenson Operations B.V. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Freelancer/Seafarer’s</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	[eiser 1] (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Considering:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)	</emphasis>
        </para>
        <para> <emphasis role="italic">That the Agency has been contacting several candidates on behalf of Client and chosen Freelancer/Seafarer as one;</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)	</emphasis>
        </para>
        <para> <emphasis role="italic">That Freelancer/Seafarer has agreed to work under the instructions and supervision of Client;</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">That Freelancer/Seafarer will work as an independent contractor;</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1. <emphasis role="italic">The Client: SAIPEM </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">5.   (…) Commencement date is 31.10.2022.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">      (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">6.   Duration: The term of this agreement is for 1 year; (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Note: Duration is subject to change at Client discretion; flexibility for earlier or longer duration is required depending on available port calls and COVID/travel restrictions;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">    (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">18.All services related to this agreement are to be executed in person by           </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">                 Freelancer/Seafarer; (…)” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de overeenkomst zijn Nederlands recht en de <emphasis role="italic">T&amp;C for Project Personnel</emphasis> van Stephenson Operations (de algemene voorwaarden) van toepassing verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>In artikel 7 van de algemene voorwaarden staat – zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang– dat de ‘Freelancer/Seafarer’ gedurende zes maanden na beëindiging van de overeenkomst niet zal werken voor de ‘Client’ op straffe van verbeurte van een boete van € 25.000 (het beding).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>In artikel 14 onder a van de algemene voorwaarden staat – zakelijk weergegeven – dat de overeenkomst onmiddellijk en automatisch eindigt op het moment dat de ‘Client’ de overeenkomst met Stephenson Operations opzegt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>In artikel 16 onder b van de algemene voorwaarden is bepaald dat geschillen die partijen niet minnelijk kunnen oplossen aan deze rechtbank worden voorgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [eiser 1] heeft vanaf 31 oktober 2022 werkzaamheden verricht bij (de onderaannemer van) Saipem in Camborne ( [land] ) in het kader van het project.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Voor zijn werkzaamheden ontving [eiser 1] een vergoeding die betaald werd door Stephenson Operations of een door Stephenson Operations ingeschakelde derde, het bedrijf Futurelink. Vanaf januari 2023 werden de werkzaamheden van [eiser 1] gefactureerd vanuit zijn onderneming [eiser 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>In een brief van Stephenson Operations van 30 januari 2023 aan [eiser 1] en [eiser 2] staat dat per 1 januari 2023 alle rechten en verplichtingen van [eiser 1] uit hoofde van de overeenkomst zijn overgenomen door [eiser 2] . De brief is ondertekend door [eiser 1] namens zichzelf en namens [eiser 2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Op 30 augustus 2023 heeft Stephenson Operations de overeenkomst opgezegd. Sindsdien heeft [eiser 1] geen werkzaamheden meer verricht voor Saipem en hebben [eiser c.s.] geen inkomsten meer ontvangen in het kader van het project. Wel is de vergoeding van [eiser 1] over de maand augustus 2023 (uiteindelijk) aan hem uitbetaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiser c.s.] vorderen samengevat en na eiswijziging dat Stephenson Operations bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van € 100.000. Daarnaast vorderen [eiser c.s.] een veroordeling van Stephenson Operations in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Aan hun vorderingen leggen [eiser c.s.] het volgende ten grondslag. Stephenson Operations heeft de overeenkomst onregelmatig opgezegd op 30 augustus 2023 door geen redelijke opzegtermijn van twee maanden in acht te nemen. Stephenson Operations is aansprakelijk voor de schade die [eiser c.s.] hebben geleden als gevolg van de onregelmatige opzegging. Die schade bestaat uit twee maanden aan gederfde inkomsten. Omdat de maandelijkse vergoeding van [eiser c.s.] gemiddeld € 18.990 bedroeg, begroten [eiser c.s.] de schade op € 37.980. Daarnaast heeft Stephenson Operations onrechtmatig gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW door [eiser 1] tot 13 februari 2024 te houden aan het beding, dat volgens [eiser c.s.] nietig is. Daardoor is [eiser 1] na 31 oktober 2023 nog drie maanden aan werk ontnomen en is Stephenson Operations ook aansprakelijk voor door [eiser c.s.] gederfde inkomsten ter hoogte van € 56.970 (3 x € 18.990). De vordering is verder opgebouwd uit buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De conclusie van Stephenson Operations strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser c.s.] in de kosten van deze procedure. Stephenson Operations betwist dat zij de overeenkomst op 30 augustus 2023 niet per direct mocht opzeggen. Daarnaast betwist Stephenson Operations dat zij [eiser 1] heeft gehouden aan het beding. Ook betwist Stephenson Operations de hoogte van de door [eiser c.s.] gestelde schade en het causaal verband tussen het handelen van Stephenson Operations en die schade. Tot slot voert Stephenson Operations als verweer aan dat enige op haar rustende vergoedingsplicht moet worden beperkt op grond van artikel 6:101 BW. Volgens Stephenson Operations heeft [eiser 1] nagelaten om passende maatregelen te treffen om schade te voorkomen of te beperken, omdat hij geweigerd heeft om samen met Stephenson Operations te kijken naar andere projecten waarvoor hij werkzaam zou kunnen zijn.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtsmacht van de Nederlandse rechter en het toepasselijke recht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat [eiser c.s.] buiten Nederland wonen of zijn gevestigd. De rechtbank moet daarom ambtshalve vaststellen of zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van dit geschil en, voor zover zij bevoegd is, welk recht van toepassing is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De Nederlandse rechter, meer specifiek deze rechtbank, is bevoegd op grond van de forumkeuze in artikel 16 onder b van de algemene voorwaarden. Daarnaast is Nederlands recht van toepassing gelet op de rechtskeuze die partijen hebben gemaakt in artikel 21 van de overeenkomst.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De kwalificatie van de overeenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Zowel [eiser c.s.] als Stephenson Operations hebben zich op het standpunt gesteld dat de overeenkomst geen arbeidsovereenkomst, maar een overeenkomst van opdracht is. Nadat partijen dit standpunt verder hebben toegelicht tijdens de mondelinge behandeling, heeft de rechtbank mondeling aan partijen medegedeeld dat zij hun standpunt deelt. De rechtbank is echter teruggekomen van deze conclusie na toetsing van de feitelijke verhouding tussen [eiser c.s.] , Stephenson Operations en Saipem aan artikel 7:690 BW. Volgens de rechtbank is de overeenkomst een bijzondere vorm van een arbeidsovereenkomst, namelijk een uitzendovereenkomst. Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 7:690 BW geeft de volgende definitie van een uitzendovereenkomst:</para>
        <para>
          <?linebreak?>“<emphasis role="italic">de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde.”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De partijbedoeling en de naam die partijen hebben gegeven aan de overeenkomst zijn niet relevant voor het antwoord op de vraag of die overeenkomst gekwalificeerd moet worden als een (bijzondere) arbeidsovereenkomst (zoals een uitzendovereenkomst). Voor het antwoord op die vraag is volgens rechtspraak van de Hoge Raad de manier waarop partijen feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven beslissend. Dit betekent dat ook een schriftelijke overeenkomst getiteld ‘overeenkomst van opdracht’ tussen (de vennootschap van) een zzp’er en een uitzend- en wervingsbureau een uitzendovereenkomst kan zijn. Het gaat erom of de zzp’er door het uitzend- en wervingsbureau aan een derde ter beschikking wordt gesteld om arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van die derde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De driehoeksverhouding tussen [eiser 1] , Stephenson Operations en Saipem bevat alle kenmerken van een uitzendovereenkomst. Immers, op grond van de overeenkomst heeft [eiser 1] zich verbonden om tegen betaling gedurende een bepaalde tijd arbeid te verrichten voor Saipem. Tijdens de mondelinge behandeling hebben zowel [eiser c.s.] als Stephenson Operations aangegeven dat de werkzaamheden van [eiser 1] onder leiding en toezicht van Saipem werden uitgevoerd. Volgens partijen lagen de feitelijke zeggenschap en de instructiebevoegdheid dus bij Saipem en oefende Saipem controle uit op het werk van [eiser 1] . Hieraan doet niet af dat [eiser 1] een ervaren werknemer is die, zeker na verloop van tijd, de nodige vrijheid van Saipem kreeg bij de uitvoering van zijn werkzaamheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Deze situatie is feitelijk niet veranderd door de brief van 30 januari 2023 (zie onder 3.10). In de brief staat dat per 1 januari 2023 de rechten en verplichtingen van [eiser 1] zijn overgenomen door zijn onderneming [eiser 2] . [eiser 1] is echter de eigenaar, directeur en enige werknemer van [eiser 2] waardoor de vergoedingen vanaf januari 2023 uiteindelijk bij [eiser 1] (via [eiser 2] ) terechtkwamen. Bovendien is uit de stellingen van partijen gebleken dat ook in de periode 1 januari 2023 – 30 augustus 2023 de werkzaamheden voor Saipem door [eiser 1] in persoon moesten worden uitgevoerd. De feitelijke uitvoering van de overeenkomst hield daarom nog steeds in dat [eiser 1] door Stephenson Operations als arbeidskracht ter beschikking werd gesteld aan Saipem.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Volgens de definitie van artikel 7:690 BW moet de formele werkgever <emphasis role="italic">in het kader van zijn beroep of bedrijf</emphasis> en <emphasis role="italic">in opdracht van een derde</emphasis> de werknemer ter beschikking stellen aan die derde. Ook daarvan is sprake in deze zaak. Stephenson Operations richt zich immers met haar bedrijf op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan derden. In het handelsregister zijn haar activiteiten als volgt omschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Uitzendbureaus. Het plaatsen van uitzendkrachten in de offshore-, hernieuwbare- en duurzame energie en industrie. Headhunting-, recruitment- HR- en payrollbureau gespecialiseerd in excellente kandidaten op midcreer-, management-en directieniveau binnen de energie &amp; bouwsector. Zowel vaste als interim functies, nationaal en internationaal</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Daarnaast heeft Stephenson Operations meermaals gesteld dat zij de <emphasis role="italic">certified supplier</emphasis> is van Saipem. In die rol zoekt en selecteert Stephenson Operations in opdracht van Saipem geschikte kandidaten voor de projecten van Saipem. Uit de stellingen die partijen hebben ingenomen in deze procedure en uit hun gedingstukken, blijkt dat [eiser 1] ook op die wijze is geworven voor het project. Stephenson Operations heeft [eiser 1] namelijk actief benaderd met de mededeling dat zij hem geschikt acht voor een openstaande vacature voor het project van haar opdrachtgever.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>Stephenson Operations heeft tot slot aangevoerd dat [eiser 1] niet in dienst was bij haar, maar bij Futurelink, die volgens Stephensons Operations de <emphasis role="italic">payrolling</emphasis> verzorgde. De rechtbank kan Stephenson Operations hierin niet volgen. Het is Stephenson Operations geweest die een contractuele relatie heeft (gehad) met Saipem. Stephenson Operations heeft ook aangegeven dat Saipem op grond van die contractuele relatie de taak aan haar heeft uitbesteed om de juiste arbeidskrachten te vinden en om garant te staan voor de inlening en de uitbetaling van vergoedingen. Het is dus niet Futurelink, maar Stephenson Operations geweest die [eiser 1] ter beschikking heeft gesteld aan Saipem.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>Volgens de rechtbank voldoet de overeenkomst daarom aan de definitie van een uitzendovereenkomst zoals bepaald in artikel 7:690 BW. Dit betekent dat deze zaak betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst en op grond van artikel 93, aanhef en onder c Rv door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van een akte uitlating</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank is dus niet de handelsrechter, maar de kantonrechter van deze rechtbank bevoegd om te beslissen over de vorderingen van [eiser c.s.] en is de handelsrechter gehouden om deze zaak op grond van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve te verwijzen naar de kantonrechter. De (al dan niet) toepasselijkheid van artikel 7:690 BW is nog niet aan de orde gekomen in deze procedure. De rechtbank zal partijen daarom in de gelegenheid stellen om zich hierover uit te laten voordat zij definitief zal beslissen over het al dan niet verwijzen van de zaak naar de kantonrechter. De zaak wordt naar de rol van 5 februari 2025 verwezen voor het nemen van een akte uitlating, zodat partijen hun standpunt kunnen geven over de voorlopige conclusie van de rechtbank. Van een partij die het niet eens is met deze voorlopige conclusie, wordt verwacht dat zij toelicht waarom die conclusie volgens haar onjuist is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>Het vervolg van deze procedure zal door de rechtbank worden bepaald nadat partijen op 5 februari 2025 een akte hebben kunnen nemen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">5 februari 2025</emphasis> voor akte uitlating, zoals bedoeld onder 5.12, door zowel [eiser c.s.] als Stephenson Operations;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Said en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2025.<?linebreak?></para>
        <para>3855/3194<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>