<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:15783</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-13T10:08:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-151635-25 en TUL: 10-279779-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15783">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15783</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-13T10:06:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:15783 Rechtbank Rotterdam , 29-10-2025 / 10-151635-25 en TUL: 10-279779-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:15783:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor mishandeling. Gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van voorarrest.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:15783:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Rechtbank Rotterdam <?linebreak?></para>
    <para>Meervoudige kamer strafzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10-151635-25</para>
      <para>Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-279779-21</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 29 oktober 2025</para>
      <para>Datum zitting: 15 oktober 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte: <emphasis role="bold">[verdachte] ,</emphasis></para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Advocaat van de verdachte: mr. I. Tol</para>
      <para>Officier van justitie: mr. N. Jacobs</para>
      <para>Benadeelde partij: [slachtoffer]</para>
      <para>Advocaat van de benadeelde partij: mr. O. Emre</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen of hem heeft mishandeld, door hem meerdere keren met kracht in het gezicht te slaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2025 tot en met 18 mei 2025 te Rotterdam aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk in/van het jukbeen en/of een breuk in/van de oogkas en/of een breuk aan/van (de wand van) de  kaak(bijholte) heeft toegebracht door met kracht meermalen op/tegen het hoofd/gezicht van die [slachtoffer] te stompen/slaan en/of (daardoor) (mede) die [slachtoffer] hard ten val te brengen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2025 tot en met 18 mei 2025 te Rotterdam aan [slachtoffer] opzettelijk heeft mishandeld door met kracht meermalen op/tegen het hoofd/gezicht van die [slachtoffer] te stompen/slaan en/of (daardoor) (mede) die [slachtoffer] hard ten val te brengen, als gevolg waarvan die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk in/van het jukbeen en/of een breuk in/van de oogkas en/of een breuk aan/van (de wand van) de kaak(bijholte) heeft bekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Bewijs </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primaire feit. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primaire feit omdat geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Voor het overige heeft de verdediging de beslissingen aan de rechtbank gelaten. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezen is dat de verdachte:</para>
      <para>op 17 mei 2025 te Rotterdam [slachtoffer] opzettelijk heeft mishandeld door met kracht meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] te stompen en daardoor die [slachtoffer] ten val te brengen, als gevolg waarvan die [slachtoffer] lichamelijk letsel, te weten een breuk in het jukbeen en een breuk van de oogkas en een breuk van de wand van de kaakbijholte heeft bekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Motivering</emphasis>
      </para>
      <para>De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen. Niet is bewezen dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij aangever [slachtoffer] . De verdachte zal daarom van het primaire feit en van het subsidiaire feit worden vrijgesproken voor zover dat het zwaar lichamelijk letsel betreft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="italic">Verklaring van de aangever [slachtoffer] </emphasis><footnote-ref linkend="_23b6dd43-f95d-4f7b-b011-f8532c6b1ab4" /></para>
    <para>Op 17 mei 2025 op de Heymansstraat in Rotterdam kwam een man aanlopen en ik zag dat de man mij met een gebalde vuist in het gezicht sloeg. Ik kreeg meerdere klappen in mijn gezicht. De man pakte mij beet. Ik zag dat hij weer met zijn vuist mijn gezicht raakte. Hierdoor voelde ik een hevige pijn en viel ik op de grond.</para>
    <para />
    <para>2. <emphasis role="italic">Proces-verbaal van de politie</emphasis><footnote-ref linkend="_7cc0733b-98e4-452c-828b-4b6e46f3f836" /></para>
    <para>Op 17 mei 2025 op Heymansstraat in Rotterdam verklaarden twee mannen: ‘De man die tussen de auto’s ligt is net geslagen. De man die dat gedaan heeft een lichtgetinte huidskleur en had een grijze trui en een blauwe trainingsbroek aan. De man liep richting de Molenvliet, parallel aan de trambaan.’ Wij begaven ons naar de Molenvliet in Rotterdam en zagen dat daar een man liep met het volgende signalement:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>licht getinte huid</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>grijze trui,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>blauwe trainingsbroek.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wij liepen vervolgens naar de man toe en zagen dat er op beide handen van de man zich bloed bevond. De man bleek [verdachte] te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. <emphasis role="italic">Schriftelijk stuk</emphasis><footnote-ref linkend="_9441c6ca-6f16-42f4-8777-587a5c2957b0" /></para>
    <para>Informatie ontvangen van de chirurg van het Ikazia ziekenhuis over het bezoek van [slachtoffer] aan de SEH op 18 mei 2025. Op een CT scan werd een breuk van de oogkas links en een breuk van de wand van de kaakbijholte gezien. </para>
    <para />
    <para>4. <emphasis role="italic">Schriftelijk stuk </emphasis><footnote-ref linkend="_e9d6f75b-4038-4329-9af9-71496727bc01" /></para>
    <parablock>
      <para>Informatie ontvangen van kaakchirurg Ikazia Ziekenhuis over consult van [slachtoffer] op </para>
      <para>19 mei 2025. CT-scan toonde een breuk in het jukbeen links.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Kwalificatie en strafbaarheid</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie </emphasis>
      </para>
      <para>Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair</para>
      <para>mishandeling</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het feit en van de verdachte </emphasis>
      </para>
      <para>Het feit en de verdachte zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Straf</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Eis van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte moet voor het primaire feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Verzocht wordt te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest gelet op artikel 67a lid 3 Sv.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ernst en omstandigheden van het feit</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft, ogenschijnlijk uit het niets, een man op straat mishandeld door hem meerdere keren te slaan. Zelfs nadat het slachtoffer probeerde te vluchten heeft de verdachte hem achtervolgd en opnieuw aangevallen. Het slachtoffer heeft hierdoor aanzienlijk letsel opgelopen. Uit de slachtofferverklaring die hij ter zitting heeft voorgedragen blijkt dat hij nog altijd zowel fysiek als psychisch de gevolgen van de mishandeling ondervindt en nog niet in staat is zijn normale leven weer op te pakken. Het feit heeft een diepe impact op zijn dagelijks leven en zijn gevoel van veiligheid tot gevolg gehad. Bovendien zorgen dit soort geweldsfeiten, die plaatsvinden op of aan de openbare weg, voor gevoelens van angst en onveiligheid onder de burgers.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoon en persoonlijke omstandigheden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis></para>
    <para>Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 juli 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. </para>
    <para>- <emphasis role="italic">Rapporten van deskundige en de reclassering </emphasis></para>
    <para>Door de psychiater [persoon A] is een rapport opgemaakt. Hieruit blijkt dat de verdachte heeft geweigerd medewerking te verlenen aan het onderzoek. Vanuit gedragskundig oogpunt wordt geadviseerd de verdachte nader te onderzoeken middels een klinische observatie in het Pieter Baan Centrum (hierna PBC).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook door Reclassering Nederland is een rapport opgemaakt. Zij kunnen met de beschikbare informatie niet adviseren of interventies en/of toezicht nodig zijn en sluiten zich aan bij het advies van de psychiater.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf </emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf van 5 maanden noodzakelijk. Het opleggen van een andere of lagere straf is niet passend. Bij het bepalen van de gevangenisstraf en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel omtrent de verdachte zorgen bestaan is de rechtbank van oordeel dat thans een onderzoek naar de geestvermogens niet noodzakelijk is voor het bepalen van de strafmaat, daarbij rekening houdend met de aard van het delict en het weigeren van medewerking aan persoonlijkheidsonderzoek door de verdachte. Om die reden zal het advies van de psychiater om over te gaan tot klinische observatie in het PBC niet worden overgenomen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vordering van de benadeelde partij </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para> heeft als benadeelde partij voor het feit € 485 als vergoeding voor materiële schade en € 4.500 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De materiële schadeposten van de kleding en medicatie zijn onvoldoende onderbouwd en dienen te worden afgewezen. De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 4.915, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade moet worden afgewezen omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Ten aanzien van de immateriële schade wordt verzocht deze te matigen. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade </emphasis>
      </para>
      <para>Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat ziet op schade aan de kleding, vergoeding van het eigen risico en gemaakte reiskosten wordt afgewezen. Dit deel van de vordering is onvoldoende onderbouwd. De materiële schade wordt toegewezen tot een bedrag van € 20.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 2.500. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit) en de verwachting over het herstel. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 2.500 als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 17 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 35 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Vordering tot tenuitvoerlegging </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 300, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Het nu bewezen feit is tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het feit heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom wordt de vordering toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Wettelijke voorschriften </title>
    <para>De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissingen </title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak </emphasis>
      </para>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het primaire feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie en strafbaarheid</emphasis>
      </para>
      <para>stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Straf </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gevangenisstraf</emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 5 maanden</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf</emphasis>
      </para>
      <para>beveelt de <emphasis role="bold">tenuitvoerlegging</emphasis> van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke geldboete ter hoogte van 300 euro, zoals opgelegd in het vonnis van 16 augustus 2024;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering benadeelde partij </emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van </para>
      <para>€ 2.520, bestaande uit € 20 als vergoeding van materiële schade en € 2.500 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 17 mei 2025 tot de dag van volledige betaling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte voor het feit <emphasis role="bold">de maatregel tot schadevergoeding</emphasis> op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] aan de staat <emphasis role="bold">€ 2.520,- </emphasis>te betalen, en de wettelijke rente vanaf 17 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> kan worden toegepast voor de duur van maximaal <emphasis role="bold">35 dagen</emphasis>. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij  schade aan de benadeelde partij heeft vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Samenstelling rechtbank en ondertekening </title>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.H. Janssen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. I. Tillema en M.T.A. de Ridder, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.S. Beukema, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 29 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_23b6dd43-f95d-4f7b-b011-f8532c6b1ab4" label="1">
    <para> Pagina 7 e.v. van het proces-verbaal met nummer 250517-2403-268. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7cc0733b-98e4-452c-828b-4b6e46f3f836" label="2">
    <para>Pagina 31 e.v. van het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal]</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9441c6ca-6f16-42f4-8777-587a5c2957b0" label="3">
    <para>Medische informatie betreffende [slachtoffer] van 23 juni 2025</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9d6f75b-4038-4329-9af9-71496727bc01" label="4">
    <para>Medische informatie betreffende [slachtoffer] van 10 oktober 2025</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>