<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:15628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T12:24:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">71-247114-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15628">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T12:23:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:15628 Rechtbank Rotterdam , 13-11-2025 / 71-247114-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:15628:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Medeplegen van gewoontewitwassen. Procesafspraken.</para>
        <para>Gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:15628:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>Meervoudige kamer strafzaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 71-247114-22</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum zitting en uitspraak: 13 november 2025 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),</para>
      <para>ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Advocaat van de verdachte: mr. C.W. Flokstra</para>
      <para>Officier van justitie: mr. G.H. Rip</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij - samengevat - gedurende een geruime periode samen met anderen geldbedragen van in totaal € 294.000,00 heeft witgewassen, en dat zij van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 juli 2015 tot en met</para>
      <para>6 november 2023 te Tiel en/of Beneden-Leeuwen en/of Nieuwegein en/of Rotterdam, althans in Nederland, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tezamen en in verenging met (een) ander(en), althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(van) een of meer geldbedrag(en), te weten een totaalbedrag van € 294.000,-,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, en/of</para>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of</para>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den), en/of</para>
    <para>- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of</para>
    <para>- gebruik heeft gemaakt,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en zij, verdachte en/of haar mededader(s), van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Procesafspraken</title>
    <para>Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door haar raadsman, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van de strafzaak. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van de) procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de verdachte, haar raadsman en de officier van justitie is ondertekend. Voorafgaand aan de zitting heeft de officier van justitie de overeenkomst aan de rechtbank verstrekt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesafspraken houden in dat de verdachte geen onderzoekswensen indient, geen bewijs-, ontvankelijkheids- of strafmaatverweren voert en afstand doet van de onder haar in beslag genomen Mercedes Benz A180 (kenteken [kentekennummer] ). Het Openbaar Ministerie zal na afstandsverklaring van de Mercedes geen ontnemingsvordering instellen tegen de verdachte. Verder houden de procesafspraken in dat de officier van justitie ter terechtzitting zal rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie overeenkomstig het feit zoals dat in de overeenkomst is opgenomen en de volgende straffen zal vorderen: een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. Ook zien beide partijen af van het instellen van hoger beroep indien de strafoplegging door de rechtbank conform de procesafspraken plaatsvindt. Ter zitting hebben de officier van justitie en de verdediging te kennen gegeven dat bij de eventuele oplegging van de door hen overeengekomen straf het voorarrest dient te worden afgetrokken van het aantal uren te verrichten taakstraf.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie en standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft overeenkomstig de procesafspraken gevorderd dat het ten laste gelegde bewezen wordt verklaard.</para>
      <para>De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweren gevoerd.  </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring zonder nadere motivering</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de verdediging geen bewijsverweren heeft gevoerd en de rechtbank het ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht, zal het feit zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezen is dat de verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 15 juli 2015 tot en met 6 november 2023 te Tiel en Beneden-Leeuwen en Nieuwegein en Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen,</para>
      <para>(van) geldbedragen, te weten een totaalbedrag van € 294.000,-,</para>
      <para>heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en gebruik heeft gemaakt,</para>
      <para>terwijl zij, verdachte en haar mededaders, wisten dat die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,</para>
      <para>en zij, verdachte en/of haar mededaders, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie </emphasis>
      </para>
      <para>Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het feit en van de verdachte </emphasis>
      </para>
      <para>Het feit en de verdachte zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Straffen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesafspraken</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft tijdens de zitting met de verdachte de procesafspraken besproken die zij en haar raadsman met de officier van justitie zijn overeengekomen. Daarbij zijn de vrijwilligheid van de procesafspraken, de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de (inhoud van de) procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken aan de orde gesteld. De rechtbank is geen partij bij de procesafspraken en is niet gehouden tot naleving daarvan.</para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte weloverwogen en vrijwillig ingestemd met de procesafspraken en is zij zich bewust van de inhoud van de gemaakte afspraken, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan. Ook overigens is sprake van een eerlijk proces en voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Eis van de officier van justitie en standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft naar voren gebracht dat de gemaakte procesafspraken recht doen aan de situatie en heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen strafmaatverweren gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ernst en omstandigheden van het feit </emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim acht jaar schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Zij heeft gedurende de detentie van haar ex-partner maandelijks een contant bedrag van € 3.000,00 in ontvangst genomen terwijl zij wist dat dit geld afkomstig was van de criminele organisatie waarvan haar ex-partner deel uitmaakte. </para>
      <para>De verdachte gaf telkens een deel van het geld aan de ouders van haar ex-partner. Door haar handelen heeft de verdachte opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie en de fiscus onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst verschaft. Dit vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het reguliere handels- en betalingsverkeer wordt hierdoor ondermijnd. Verder wordt door witwassen het plegen van criminele activiteiten vergemakkelijkt, bevorderd en in stand gehouden.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoon en persoonlijke omstandigheden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 14 oktober 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straffen </emphasis>
      </para>
      <para>Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in min of meer soortgelijke zaken worden opgelegd. In beginsel acht de rechtbank een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank is van oordeel dat de procesafspraken in onderhavige zaak nopen tot een andere afweging die resulteert in een lagere straf. Daarbij overweegt de rechtbank dat de gemaakte procesafspraken een efficiënte en voortvarende behandeling en een effectieve afdoening van de zaak dienen. De overeengekomen straffen staan bovendien in een redelijke verhouding tot de ernst van de zaak en de omstandigheden van het geval. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank de door partijen overeengekomen straffen in dit geval passend en geboden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Wettelijke voorschriften </title>
    <para>De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissingen </title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte het feit zoals onder 3 is omschreven, heeft gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie en strafbaarheid</emphasis>
      </para>
      <para>stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het onder 4 vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Straffen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gevangenisstraf</emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 6 maanden</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">deze gevangenisstraf </emphasis>niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis>, die wordt gesteld op <emphasis role="bold">2 jaar</emphasis>, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde dat:</para>
      <para>- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Taakstraf</emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf van 240 uur</emphasis>, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat <emphasis role="bold">232 uur taakstraf</emphasis> moet worden verricht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van<emphasis role="bold"> 116 dagen.</emphasis></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Samenstelling rechtbank en ondertekening </title>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A. Boer, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. J.L. Luiten en L. den Teuling, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.G. Kuijs, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. J.L. Luiten is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>