<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:15624</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T11:12:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11829854 CV EXPL 25-17104</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15624">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15624</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T11:05:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:15624 Rechtbank Rotterdam , 19-12-2025 / 11829854 CV EXPL 25-17104</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:15624:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurzaak. Toewijzing bedrag aan huurachterstand met rente. Afwijzing ontbinding huurovereenkomst, want deze is al geëindigd door opzegging door huurder. Afwijzing incassokosten vanwege een oneerlijk boetebeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:15624:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11829854 CV EXPL 25-17104</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 19 december 2025 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Utrecht,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. C. van der Ent,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De (verdere) procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 10 oktober 2025 is tussenvonnis gewezen in deze zaak. Nadien heeft [eiseres] een akte genomen. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren, maar heeft dat niet gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Waar gaat de zaak nu nog over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor de aanvankelijke eis wordt verwezen naar het tussenvonnis. Kort gezegd ging het om ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [adres] en ontruiming van die woning, plus veroordeling van [gedaagde] tot betaling van bedragen aan achterstallige en lopende huur, en gebruiksvergoeding, incassokosten en proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In het tussenvonnis is geoordeeld dat de huurovereenkomst tussen partijen een oneerlijk opslagbeding en boetebeding bevat. Omdat de op het oneerlijke opslagbeding gebaseerde huurprijsverhogingen ambtshalve buiten beschouwing gelaten moeten worden, is [eiseres] opgedragen de achterstallige huurtermijnen te verduidelijken en, zo nodig, aan te passen. Dat heeft zij gedaan in haar akte, waarin de kale huurprijzen per </para>
        <para>1 juli 2024 en 1 juli 2025 en de huurachterstand zijn herberekend. Ook is in de akte vermeld dat [gedaagde] te kennen heeft gegeven de woning eind september 2025 te zullen verlaten en dat ook heeft gedaan door de woning op 29 september 2025 op te leveren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft (zo de kantonrechter begrijpt) haar eis gewijzigd in die zin dat zij nu eist - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>De huurovereenkomst tussen partijen ontbonden te verklaren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 16.911,38, met rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 933,99 aan buitengerechtelijke (incasso)kosten, met rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de proceskosten, met rente.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Wat vindt de kantonrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Huurovereenkomst ontbonden verklaren?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De eis om de huurovereenkomst tussen partijen ontbonden te verklaren wordt niet toegewezen. De huurovereenkomst is namelijk niet ontbonden, maar geëindigd door opzegging door [gedaagde], wat wordt geconcludeerd op basis van wat [eiseres] hierover vermeld heeft in de akte.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toewijzing bedrag huurachterstand, met rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het bedrag van € 16.911,38 aan achterstallige huur tot en met de maand september 2025 wordt toegewezen, met de rente zoals hierna vermeld. Ambtshalve is vastgesteld dat de huurtermijnen, die aan dit bedrag bijdragen, correct zijn herberekend op basis van de toegestane indexering, waarbij het oneerlijke opslagbeding niet is toegepast. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Afwijzing incassokosten en rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Zoals al aangekondigd is in het tussenvonnis wordt het geëiste bedrag van € 933,99 aan buitengerechtelijke (incasso)kosten met rente afgewezen vanwege de aanwezigheid van een oneerlijk boetebeding. Dat geen aanspraak gemaakt is op de boete maakt niet uit. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt<footnote-ref linkend="_bbdf2ac6-591e-484c-b411-d64c2c9c5dae" />. De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 406,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 406,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.122,21. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard<footnote-ref linkend="_ff0116f7-44f1-443a-9675-f1da87a37524" />, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 16.911,38 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 1 februari 2024 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 2.122,21 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>465</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_bbdf2ac6-591e-484c-b411-d64c2c9c5dae" label="1">
    <para> Artikel 237 Rv</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff0116f7-44f1-443a-9675-f1da87a37524" label="2">
    <para> Artikel 233 Rv</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>