<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:15617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-03T17:11:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11608433 CV EXPL 25 7115</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15617">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-03T17:11:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:15617 Rechtbank Rotterdam , 19-12-2025 / 11608433 CV EXPL 25 7115</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:15617:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>huurder mag bewijzen dat huurovk met wederzijds goedvinden is geeindigd en dat zij geen huur meer hoeft te betalen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:15617:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11608433 CV EXPL 25-7115</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 19 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 1] , </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. L.M. Dressel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 2] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Rhijnsburger.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 10 maart 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlagen. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 6 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [eiseres] , vergezeld van de heer [persoon A] (zwager) en haar gemachtigde;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] met haar gemachtigde. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] verhuurt sinds 1 november 2023 aan [gedaagde] de gemeubileerde woning aan het adres [adres] te Rotterdam. Partijen zijn een huur overeengekomen van € 1.975,- per maand. Na 1 februari 2024 heeft [gedaagde] geen huur meer betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Volgens [eiseres] is er berekend tot en met maart 2025 sprake van een huurachterstand van € 27.650,-. [eiseres] eist dat [gedaagde] die huurachterstand, de rente en de buitengerechtelijke kosten van € 1.051,50 betaalt. Ook wil [eiseres] dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt en dat [gedaagde] de huur vanaf april 2025 tot het einde van de huurovereenkomst betaalt (tot 1 november 2025), alsmede dat [gedaagde] de woning ontruimt en de woning terugbrengt in de oorspronkelijke staat en als zij dat niet doet, [gedaagde] te veroordelen tot schadevergoeding nader op te maken bij staat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. De huurovereenkomst is met wederzijds goedvinden in november 2024 geëindigd. Partijen hebben toen ook afgesproken dat [gedaagde] de  huurachterstand niet hoeft te betalen. [gedaagde] heeft niets aan de woning veranderd in de periode dat zij daar feitelijk kon wonen. Bij aanvang van de huurovereenkomst is geen beschrijving van de woning gemaakt. Tenslotte betwist [gedaagde] de buitengerechtelijke kosten. Er zijn geen buitengerechtelijke werkzaamheden uitgevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter kan op dit moment nog geen eindoordeel geven. [gedaagde] krijgt een bewijsopdracht. Deze beslissing wordt hierna toegelicht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] krijgt een bewijsopdracht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt dat de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden in november 2024 is geëindigd en dat toen ook is afgesproken dat [gedaagde] de huurachterstand niet hoefde te betalen. Deze afspraken zijn gemaakt nadat [eiseres] het slot van de woning en de goederen van [gedaagde] uit de woning had verwijderd. De afspraken zijn gemaakt in aanwezigheid van mevrouw [persoon B] , een kennis van [gedaagde] . [gedaagde] heeft een verklaring van haar overgelegd. [gedaagde] heeft toen de sleutels van de woning ingeleverd. De waarborgsom van € 4.000,- is toen ook door [eiseres] aan [gedaagde] terugbetaald. Ter onderbouwing heeft [gedaagde] een bankafschrift overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] betwist de door [gedaagde] gestelde afspraak. Vanuit emotie heeft [eiseres] in november 2024 het slot van de woning veranderd en de spullen van [gedaagde] uit de woning gehaald. [eiseres] heeft zich naderhand gerealiseerd dat dit niet juist is en heeft daarna de woning weer aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. [gedaagde] heeft op een gegeven moment op haar telefoon een schadestaatje laten zien en gezegd dat zij een schadevergoeding wilde omdat haar goederen waren beschadigd. [eiseres] voelde zich op dat moment bedreigd en daarom heeft zij een bedrag van € 4.000,- aan [gedaagde] overgemaakt. Er zijn geen afspraken gemaakt over de beëindiging van de huurovereenkomst of over de huurachterstand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. In de tussen partijen gesloten huurovereenkomst staat dat de huur is aangegaan per 1 november 2023 en dat de duur van de huurovereenkomst minimaal 24 maanden betreft (tot en met 31 oktober 2025), bovendien is de huurovereenkomst niet tussentijds opzegbaar door huurder. Uitgegaan wordt van wat partijen schriftelijk in de huurovereenkomst zijn overeengekomen, tenzij komt vast te staan dat partijen afwijkende afspraken hebben gemaakt. [gedaagde] beroept zich op afwijkende afspraken, zodat op haar de bewijslast rust (artikel 150 Rv). Zij zal tot bewijslevering worden toegelaten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoe gaat de zaak nu verder? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] krijgt nu dus eerst een bewijsopdracht. Direct nadat [gedaagde] bewijs heeft geleverd, mag [eiseres] (tegen)bewijs leveren. De partijen mogen pas op elkaars bewijs reageren als het leveren van bewijs door beide partijen is afgerond. De kantonrechter beoordeelt daarna of het bewijs geleverd is.  </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>draagt [gedaagde] op om te bewijzen dat: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de huurovereenkomst tussen partijen met wederzijds goedvinden in november 2024 is geëindigd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>partijen in november 2024 hebben afgesproken dat [gedaagde] de huur over de periode februari 2024 tot en met november 2024 niet hoeft te betalen;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">schriftelijk bewijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat als [gedaagde] schriftelijk bewijs wil leveren dit bewijs uiterlijk een dag voor de rolzitting van <emphasis role="bold">dinsdag 13 januari 2026 om 11:30 uur </emphasis>in tweevoud moet zijn ontvangen op de rechtbank;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">getuigenbewijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat als [gedaagde] getuigen wil laten horen, zij uiterlijk een dag voor de rolzitting die hiervoor is genoemd het aantal en de personalia van de getuigen moet opgeven en de verhinderdata van de getuigen en <emphasis role="underline">beide</emphasis> partijen voor de maanden juni tot en met oktober 2026; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst erop dat [gedaagde] na het bepalen van een datum en plaats voor het getuigenverhoor zelf de getuigen moet oproepen;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ander bewijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>bepaalt dat als [gedaagde] op een andere manier bewijs wil leveren, [gedaagde] uiterlijk een dag voor de rolzitting die hiervoor is genoemd aan de kantonrechter moet laten weten hoe;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>821</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>