<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:15494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T14:03:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11675099 CV EXPL 25-10338</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15494">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T13:56:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:15494 Rechtbank Rotterdam , 19-12-2025 / 11675099 CV EXPL 25-10338</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:15494:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur woonruimte. Verzet. Partijen zijn het eens over de hoogte van de huurachterstand. Ontbinding en ontruiming worden afgewezen. Er is inmiddels bewind ingesteld, huurders werken mee aan het bewind en de schulden van huurders worden aangepakt. Verder is inmiddels een bijstandsuitkering toegekend waardoor de lopende huur weer kan worden betaald. Tegen deze achtergrond is de ontbinding en ontruiming, ondanks dat de huurachterstand meer dan drie maanden bedraagt, niet gerechtvaardigd. Omdat de huurovereenkomst niet wordt ontbonden, heeft verhuurder onvoldoende belang bij haar vordering de bewindvoerder te veroordelen de toekomstige huur te betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:15494:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11675099 CV EXPL 25-10338</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 19 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Woonstad Rotterdam</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, die handelt onder de naam <emphasis role="bold">[naam bewindvoerderskantoor]</emphasis>, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van <emphasis role="bold">[persoon A]</emphasis> en <emphasis role="bold">[persoon B]</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.A. IJpelaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd. [persoon A] en [persoon B] worden hierna gezamenlijk ‘ [persoon A] c.s.’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 19 november 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verstekvonnis van deze rechtbank van 22 januari 2025 met zaaknummer 11432800 CV EXPL 24-30593;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verzetdagvaarding van 17 april 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord in oppositie van Woonstad van 5 juni 2025, met een vermindering van eis, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van Woonstad van 2 oktober 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van de gemachtigde van [persoon A] c.s. van 13 oktober 2025, waarin hij aangeeft dat de goederen van [persoon A] c.s. onder bewind zijn gesteld;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rolbeslissing van 17 oktober 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van de gemachtigde van de bewindvoerder van 28 oktober 2025, waarin hij aangeeft dat de bewindvoerder de procedure als formele procespartij overneemt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 20 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens de gemachtigde van Woonstad mr. M.T.O. Bakker aanwezig. De bewindvoerder is in persoon verschenen, samen met haar gemachtigde.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewindvoerder treedt op als formele procespartij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [persoon A] c.s. hebben bij dagvaarding van 17 april 2025 verzet ingesteld tegen het verstekvonnis van 22 januari 2025. De goederen van [persoon A] c.s. zijn bij beschikking van 26 augustus 2025 onder bewind gesteld. Daarbij is [gedaagde] als bewindvoerder van [persoon A] c.s. aangesteld. De bewindvoerder treedt in een geding over een onder bewind gesteld goed (zoals de rechten die voortvloeien uit een huurovereenkomst) op als formele procespartij in plaats van degene van wie de goederen onder bewind zijn gesteld.<footnote-ref linkend="_c6eb257a-39b5-419b-985b-8513a6f44133" /> De kantonrechter zal de bewindvoerder daarom als formele procespartij aanmerken. Dat is in de kop van dit vonnis verwerkt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [persoon A] c.s. huren sinds 19 april 2017 de woning aan de [adres] in Rotterdam van Woonstad. Bij verstekvonnis van 22 januari 2025 heeft de kantonrechter, zoals door Woonstad geëist, de huurovereenkomst ontbonden en [persoon A] c.s. veroordeeld om de woning te ontruimen. De kantonrechter heeft verder [persoon A] c.s. veroordeeld om een huurachterstand tot en met november 2024 van € 7.824,16 en de rente aan Woonstad te betalen en om vanaf december 2024 tot en met de dag van de ontruiming maandelijks een bedrag gelijk aan de huur aan Woonstad te betalen. [persoon A] c.s. zijn tot slot veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Tegen het verstekvonnis is verzet ingesteld. De bewindvoerder is het niet eens met de eis van Woonstad. De bewindvoerder erkent dat [persoon A] c.s. een huurachterstand hebben laten ontstaan, maar volgens de bewindvoerder rechtvaardigt die tekortkoming niet de ontbinding van de huurovereenkomst. Er is inmiddels bewind ingesteld over de goederen van [persoon A] c.s. en [persoon A] c.s. beschikken vanaf december 2025 weer over voldoende inkomen om de huur te kunnen betalen. Voor zover de kantonrechter van oordeel is dat de tekortkoming de ontbinding wel rechtvaardigt, stelt de bewindvoerder zich op het standpunt dat het onder de huidige omstandigheden in strijd met de redelijkheid en billijkheid is om de huurovereenkomst te ontbinden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de kantonrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter vernietigt het verstekvonnis. De bewindvoerder wordt veroordeeld om een huurachterstand tot en met november 2025 van € 4.296,76 aan Woonstad te betalen. De bewindvoerder moet over deze huurachterstand ook rente aan Woonstad betalen. De gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bewindvoerder moet een huurachterstand van € 4.296,76 aan Woonstad betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De bewindvoerder wordt veroordeeld om € 4.296,76 aan huurachterstand aan Woonstad te betalen. Partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand is berekend tot en met november 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ontbinding en ontruiming worden afgewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Woonstad eist dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. De kantonrechter mag de huurovereenkomst alleen ontbinden als [persoon A] c.s. tekortgeschoten zijn in de nakoming van de huurovereenkomst en die tekortkoming ernstig genoeg is. De kantonrechter moet bij die beoordeling rekening houden met alle omstandigheden van het geval. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter weegt in dit geval zwaar mee dat er inmiddels bewind is ingesteld over de goederen van [persoon A] c.s. De bewindvoerder heeft tijdens de zitting verklaard dat [persoon A] c.s. meewerken aan het bewind en dat de schulden van [persoon A] c.s. worden aangepakt. De bewindvoerder heeft verder toegelicht dat het [persoon A] c.s. zelf eerder niet was gelukt om een bijstandsuitkering van de gemeente te krijgen, waardoor [persoon A] c.s. niet over voldoende inkomsten beschikten om de huur te kunnen betalen. Volgens de bewindvoerder heeft de gemeente inmiddels wel een bijstandsuitkering aan [persoon A] c.s. toegekend. De lopende huur kan daardoor vanaf december 2025 weer worden betaald. De kantonrechter is van oordeel dat tegen deze achtergrond de ontbinding en ontruiming, ondanks dat de huurachterstand meer dan drie maanden bedraagt, niet gerechtvaardigd is. De gevorderde ontbinding en ontruiming worden daarom afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Omdat de huurovereenkomst niet wordt ontbonden, heeft Woonstad onvoldoende belang bij haar vordering de bewindvoerder te veroordelen de toekomstige huur te betalen. Deze vordering wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bewindvoerder moet rente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De rente wordt toegewezen, omdat Woonstad genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en de bewindvoerder dat niet heeft betwist. Woonstad heeft onbetwist gesteld dat de rente tot 19 november 2024 € 2,63 bedraagt. Dat wordt in het toe te wijzen bedrag meegenomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bewindvoerder moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de bewindvoerder, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die de bewindvoerder aan Woonstad moet betalen op € 137,47 aan dagvaardingskosten, € 524,00 aan griffierecht, € 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. De bewindvoerder moet ook de kosten van de betekening van het verstekvonnis van € 159,26 aan Woonstad betalen. De proceskosten bedragen in totaal € 1.633,73. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De executiekosten die Woonstad na het uitbrengen van de verzetdagvaarding heeft gemaakt komen niet voor toewijzing in aanmerking, omdat niet gebleken is dat Woonstad er belang bij had om deze kosten te maken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist en de bewindvoerder daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>vernietigt het op 22 januari 2025 tussen Woonstad en [persoon A] c.s. gewezen verstekvonnis met zaaknummer 11432800 CV EXPL 24-30593;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de bewindvoerder om aan Woonstad te betalen € 4.299,39 aan huurachterstand tot en met november 2025 en rente tot 19 november 2024, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag dat aan huurachterstand na iedere wijziging heeft opengestaan vanaf 19 november 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.633,73;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>62828</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_c6eb257a-39b5-419b-985b-8513a6f44133" label="1">
    <para> ECLI:NL:HR:2014:525.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>