<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:14910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T15:05:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11667005 CV EXPL 25-10145</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14910">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T15:03:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:14910 Rechtbank Rotterdam , 05-12-2025 / 11667005 CV EXPL 25-10145</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:14910:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zaak is na de mondelinge behandeling aangehouden om gedaagde de kans te geven hulp in te schakelen en aan eiseres een voorstel te doen om zo ontbinding van de huurovereenkomst te voorkomen. Niet is gebleken dat gedaagde dit heeft gedaan, ook heeft hij de lopende huur niet betaald. Huurovereenkomst ontbonden vanwege huurachterstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:14910:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11667005 CV EXPL 25-10145</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 5 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Woonstad Rotterdam</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 4 april 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van het antwoord van [gedaagde] van 1 mei 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van Woonstad van 31 juli 2025 met als bijlage een recente huurspecificatie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van Woonstad van 6 november 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van het antwoord van [gedaagde] van 6 november 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 7 augustus 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens de gemachtigde van Woonstad aanwezig: [persoon A] . [gedaagde] was met de heer [persoon B] (zijn begeleider van Humanitas) aanwezig. Ter zitting heeft de kantonrechter mevrouw [persoon C] van Geldplein telefonisch (op de luidspreker) gesproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurt een woning van Woonstad. De huur is nu € 583,83 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Woonstad eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet een huurachterstand van € 6.843,18 betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt veroordeeld om € 6.843,18 aan Woonstad te betalen. Uit het overzicht van Woonstad dat zij heeft overgelegd bij akte van 6 november 2025 blijkt dat dit de achterstand is tot en met november 2025. Voor zover [gedaagde] na 6 augustus 2025 nog betalingen heeft gedaan die niet in het overzicht van Woonstad zijn opgenomen, gaat de kantonrechter ervan uit dat (de gemachtigde van) Woonstad die in mindering zal brengen op de bedragen in dit vonnis. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De huurovereenkomst wordt ontbonden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet (steeds) heeft gedaan (artikel 6:265 BW). Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] verklaard dat hij op 28 mei 2025 bij Geldplein is aangemeld. Het opstarten van de begeleiding is vertraagd omdat [gedaagde] zijn werk was kwijtgeraakt. Hij heeft nu weer werk, aldus [gedaagde] . Mevrouw [persoon C] van Geldplein heeft vervolgens telefonisch verklaard dat het inkomen nog niet stabiel was en dat daarom nog niets was opgestart. Vanwege drukte is niet te zeggen wanneer budgetbeheer kan worden opgestart en wanneer een voorstel aan de schuldeisers kan worden gedaan, aldus mevrouw [persoon C] tijdens de mondelinge behandeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De zaak is vervolgens aangehouden tot 6 november 2025. Op die datum zouden partijen laten weten of de lopende huur is betaald en of er al een voorstel aan Woonstad is gedaan in het kader van schuldbemiddeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Uit de akte van Woonstad van 6 november 2025 blijkt dat de lopende huur wel is voldaan maar (steeds) te laat. Budgetbeheer lijkt niet van de grond te zijn gekomen. Woonstad is in het ongewisse over de voortgang van de schuldhulpverlening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op de rolzitting van 6 november 2025 verklaard dat hij inkomen uit werk heeft en dat er afspraken worden gemaakt met de schuldeisers. [gedaagde] heeft niet weersproken dat er nog geen afspraak is gemaakt met Woonstad. Uit niets blijkt dat er (wel) al een voorstel is gedaan. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om uit te leggen waarom er nog geen voorstel aan Woonstad is gedaan en – in elk geval – Woonstad te houden van de voortgang van de schuldhulpverlening. Dat heeft hij niet gedaan en hij heeft ook geen concrete datum (in de nabije toekomst) genoemd waarop wel een voorstel gedaan zou kunnen worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Tegen deze achtergrond kan naar het oordeel van de kantonrechter van Woonstad niet gevergd worden de huurovereenkomst te laten voortduren. De huurachterstand is ook ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden.<footnote-ref linkend="_d8102a3b-0049-4c5e-8bed-3b3df8cde046" /> De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat de minderjarige kinderen van [gedaagde] bij hun moeder wonen. Ook heeft de kantonrechter er rekening mee gehouden dat aan [gedaagde] extra tijd is gegund om schuldhulpverlening op te starten maar dat dit tot nu toe nog niet heeft geleid tot een concreet voorstel. Misschien dat het partijen na dit vonnis wel lukt om alsnog goede, haalbare en definitieve afspraken te maken, maar daar kan de kantonrechter niet op vooruit lopen en zij kan die afspraken ook niet opleggen. De kantonrechter heeft er nota van genomen dat Woonstad bij akte van 6 november 2025 heeft toegezegd dat zij een toewijzend vonnis niet ten uitvoer zal leggen zo lang [gedaagde] de lopende huur tijdig betaalt en er alsnog binnen drie maanden na 6 november 2025 een redelijk afbetalingsvoorstel wordt gedaan door schuldhulpverlening. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Omdat de huurovereenkomst wordt ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 583,83 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Woonstad heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] een vergoeding moet betalen voor de rest van die maand. Dat gedeelte van de eis wordt daarom afgewezen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet rente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De rente wordt toegewezen, omdat Woonstad genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan Woonstad moet betalen de rente van € 0,87 die Woonstad heeft berekend tot 4 april 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen oneerlijke bepalingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 847,50 aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punt x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.670,95. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 6.484,05 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 5.315,69 vanaf 4 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] in Rotterdam ( [postcode] ) te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 december 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Woonstad te betalen € 583,83 per maand met de verhoging die is toegestaan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.670,95;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>62574</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d8102a3b-0049-4c5e-8bed-3b3df8cde046" label="1">
    <para> Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>