<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:14886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-18T15:52:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK\25.1937</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289&amp;artikel=203&amp;g=1992-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 6 203</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14886">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-18T15:51:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:14886 Rechtbank Rotterdam , 13-11-2025 / FT RK\25.1937</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:14886:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:203 lid 1 BW. Het vorderingsrecht van verzoeker op verweerster is voldoende komen vast te staan. Verzoeker heeft gemotiveerd gesteld dat verweerster meerdere schuldeisers heeft.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:14886:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>Uitspraak: 13 november 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op het op 22 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [land] ,</para>
      <para>verzoeker, </para>
      <para>advocaat mr. D.A. van Poorten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot faillietverklaring van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats]</para>
      <para>kantoorhoudende te [adres]</para>
      <para>
        [postcode]  [plaats] ,</para>
      <para>verweerster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker, bij monde van mr. D.A. van Poorten, advocaat, en de heer [persoon A] , bestuurder van verweerster, zijn op 11 november 2025 in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op vandaag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Standpunt van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt verzoeker </emphasis>
        </para>
        <para>Verzoeker heeft het faillissement van verweerster aangevraagd, stellende dat hij op of omstreeks 31 oktober 2024 een investeringsovereenkomst is aangegaan met Smart Financial Solutions B.V., gevestigd te Amsterdam. In het kader van deze overeenkomst heeft verzoeker op 1 november 2024 een bedrag van € 99.900 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] , in de veronderstelling dat dit rekeningnummer toebehoorde aan Smart Financial Solutions B.V. Nadien is gebleken dat Smart Financial Solutions B.V. op 23 oktober 2023, reeds ruim vóór de betaling, was ontbonden en uitgeschreven uit het handelsregister. Uit door verzoeker verkregen informatie van de Rabobank is gebleken dat de genoemde IBAN niet op naam stond van Smart Financial Solutions B.V., maar van verweerster  De Rabobank heeft bevestigd dat het bedrag van <?linebreak?>€ 99.900 daadwerkelijk op de rekening van verweerster is ontvangen.Verzoeker heeft geen enkele rechtsverhouding of overeenkomst met verweerster die de betaling van het bedrag van € 99.900 rechtvaardigt. De betaling is derhalve onverschuldigd in de zin van artikel 6:203 lid 1 BW, nu deze heeft plaatsgevonden zonder rechtsgrond. Totaal heeft verzoeker van verweerster (inclusief handelsrente en incassokosten) te vorderen € 117.146,50. Verweerster heeft een betalingsregeling aangeboden maar deze regeling is door verzoeker te laag bevonden. Ter zitting van 11 november 2025 heeft verzoeker een steunvordering overgelegd van de Belastingdienst van € 1.046497,26. Volgens verzoeker verkeert verweerster in de toestand dat zij is opgehouden te betalen en verzocht wordt het faillissement uit te spreken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">standpunt verweerster</emphasis>
        </para>
        <para>Verweerster erkent dat het bedrag op de bedrijfsrekening is ontvangen, maar zij meent daarvan geen voordeel te hebben genoten nu het bedrag niet is geparkeerd op de rekening maar door betaling van facturen teniet is gegaan. Om te voorkomen dat een en ander zou escaleren heeft verweerster een betalingsregeling voorgesteld maar daarmee is verzoeker niet akkoord gegaan. Ten aanzien van de steunvordering van de Belastingdienst stelt verweerster dat er met de Belastingdienst gesprekken gaande zijn over de hoogte van het bedrag. De voormalig boekouder van verweerster heeft naar de mening van verweerster steken laten vallen en de Belastingdienst is daarvan op de hoogte. De verwachting is dat de hoogte van de vordering van de Belastingdienst zal worden bijgesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 6 van de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers terwijl tenminste één vordering opeisbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat verweerster de vordering van verzoeker niet danwel onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het vorderingsrecht van verzoeker op verweerster voldoende is komen vast te staan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft gemotiveerd gesteld dat verweerster meerdere schuldeisers heeft. Gelet hierop is de rechtbank dan ook van oordeel dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers. De rechtbank laat daarbij in het midden of de vordering van de Belastingdienst naar beneden zal worden bijgesteld, omdat dit niet af doet aan het feit dat de betreffende vordering bestaat en als steunvordering in deze procedure kan worden opgevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt dan ook dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoeker en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert te zijn opgehouden met betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een en ander leidt er toe dat de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring zal toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart [verweerster] . voornoemd in staat van faillissement;</para>
    <para />
    <para>- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout, lid van deze rechtbank;</para>
    <para />
    <para>- stelt aan tot curator mr. M.H.J.A. Wesselink, advocaat te Gorinchem;</para>
    <para />
    <para>- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.J.P. van Wieringen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025 te 10:00 uur.  <footnote-ref linkend="_9ed5784e-33ea-46a6-887c-ce3f6466353f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat dit</para>
      <para>vonnis te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9ed5784e-33ea-46a6-887c-ce3f6466353f" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>