<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:14818</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-22T15:09:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11893035 CV EXPL 25-20259</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14818">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14818</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-22T15:08:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:14818 Rechtbank Rotterdam , 05-12-2025 / 11893035 CV EXPL 25-20259</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:14818:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot betaling van achterstallige en lopende huur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:14818:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11893035 CV EXPL 25-20259</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 5 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Woonstad Rotterdam</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr> [gedaagde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>die zelf procederen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 5 september 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mail van 1 oktober 2025 en de akte van 29 oktober 2025 met bijlage, beiden met een vermindering van eis.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Waar gaat het om? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Woonstad verhuurt aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de woning aan de [adres] te Rotterdam. Er is een huurachterstand ontstaan, die ten tijde van de dagvaarding </para>
        <para>€ 6.740,06 bedroeg. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben dit erkend en betalingen gedaan waardoor de huurachterstand deels is ingelopen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Woonstad eist nu, zo de kantonrechter begrijpt na de eisvermindering, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>€ 3.226,41 aan achterstallige huur tot en met de maand november 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 270,19 aan vervallen rente tot aan de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke rente over € 6.740,06 aan achterstallige huur ten tijde van de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 1.186,68 per maand aan (te verhogen) huur vanaf de maand december 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de proceskosten. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Wat vindt de kantonrechter hiervan</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toewijzing achterstallige huur, met rente, en de toekomstige huur </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De geëiste veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 3.226,41 aan achterstallige huur tot en met de maand november 2025 wordt toegewezen, want de huurachterstand is erkend. Misschien hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] inmiddels meer betalingen gedaan om de achterstand in te lopen. Als dat zo is, dan komen die in mindering van de achterstand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De geëiste rente wordt ook toegewezen, want is niet betwist. Het gaat om </para>
        <para>€ 270,19 aan vervallen rente tot aan de dagvaarding en de wettelijke rente over € 6.740,06 aan achterstallige huur ten tijde van de dagvaarding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De geëiste veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 1.186,68 per maand aan huur vanaf de maand november 2025 wordt eveneens toegewezen. Als Woonstad dat wil kan de huurprijs jaarlijks worden verhoogd, want de mogelijkheid daartoe zijn partijen overeengekomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betalingsregeling?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Woonstad namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan<footnote-ref linkend="_09265273-9737-4ecb-aaba-b34f713d7a23" />. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] kunnen wel contact opnemen met de gemachtigde van Woonstad om te vragen of Woonstad alsnog een betalingsregeling wil afspreken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , omdat zij ongelijk krijgen<footnote-ref linkend="_57c920ed-cba5-4390-b803-4b9258f3f5d0" />. De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan Woonstad moeten betalen op € 146,43 aan dagvaardingskosten, € 543,- aan griffierecht, </para>
        <para>€ 678,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.502,43. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdelijke veroordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden hoofdelijk veroordeeld. Dat betekent dat ieder van hen voor het geheel kan worden aangesproken, zij het in totaal niet voor meer dan genoemde bedragen. Als de één betaalt, is de ander bevrijd, met de mogelijkheid van verhaal op de medeschuldenaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad<footnote-ref linkend="_def9876d-a162-4c6a-a209-651524c72060" /> verklaard, omdat Woonstad dat eist en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander is bevrijd, om aan Woonstad te betalen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 3.226,41 aan achterstallige huur tot en met de maand november 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 270,19 aan vervallen rente tot aan de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 6.740,06 vanaf 5 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 1.186,68 per maand aan (te verhogen) huur vanaf de maand december 2025;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander is bevrijd, in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.502,43;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>465</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_09265273-9737-4ecb-aaba-b34f713d7a23" label="1">
    <para> Artikel 6:29 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57c920ed-cba5-4390-b803-4b9258f3f5d0" label="2">
    <para> Artikel 237 Rv</para>
  </footnote>
  <footnote id="_def9876d-a162-4c6a-a209-651524c72060" label="3">
    <para> Artikel 233 Rv</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>