<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:14653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-15T11:00:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-216462-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14653">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-15T10:55:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:14653 Rechtbank Rotterdam , 02-12-2025 / 10-216462-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:14653:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Poging zware mishandeling. Afwijzing beroep op noodweer vanwege het ontbreken van een noodweersituatie. Redelijke termijn. Gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest (3 dagen) en een taakstraf voor de duur van 120 uren.</para>
        <para>Zie ook: ECLI:NL:RBROT:2025:</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:14653:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Rechtbank Rotterdam <?linebreak?></para>
    <para>Meervoudige kamer strafzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10-216462-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 2 december 2025</para>
      <para>Datum zitting: 18 november 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte: <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis></para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats], </para>
      <para>ingeschreven op het adres [adres] te [plaatsnaam ].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Advocaat van de verdachte: mr. E.R. Weening</para>
      <para>Officier van justitie: mr. N. van Manen</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 november 2025. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 20 november 2025, dus na de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, een e-mailbericht van de raadsman ontvangen met daarin als bijlage een verslag van De Waag. De rechtbank is onder de beraadslaging niet gebleken dat het onderzoek op de terechtzitting onvolledig is geweest (artikel 346 Wetboek van Strafvordering) en ziet daarom, ook in de door de raadsman toegezonden informatie, geen aanleiding om het onderzoek te heropenen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>De officier van justitie beschuldigt de verdachte – samengevat – van poging doodslag, subsidiair zware mishandeling, meer subsidiair poging zware mishandeling. De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging), houdt in dat </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">primair:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 27 augustus 2023 te Schiedam</para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om</para>
      <para>
        [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,</para>
      <para>die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met gebalde vuist) op/tegen</para>
      <para>het hoofd heeft gestompt en/of geslagen, waardoor die [slachtoffer] ten val</para>
      <para>is gekomen, en/of</para>
      <para>die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, op/tegen het lichaam heeft</para>
      <para>gestompt en/of geslagen en/of geschopt, terwijl die [slachtoffer] op de</para>
      <para>grond lag</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis>:</para>
      <para>hij op of omstreeks 27 augustus 2023 te Schiedam</para>
      <para>aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een schedelbreuk, inwendige</para>
      <para>bloedingen in het hoofd en/of een scheur in de tong, heeft toegebracht</para>
      <para>door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met gebalde vuist)</para>
      <para>op/tegen het hoofd te stompen en/of te slaan, waardoor die [slachtoffer] ten</para>
      <para>val kwam en/of</para>
      <para>die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, op/tegen het lichaam heeft</para>
      <para>gestompt en/of geslagen en/of geschopt, terwijl die [slachtoffer] op de</para>
      <para>grond lag;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">meer subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 27 augustus 2023 te Schiedam</para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om</para>
      <para>aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen</para>
      <para>die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met gebalde vuist) op/tegen</para>
      <para>het hoofd heeft gestompt en/of geslagen, waardoor die [slachtoffer] ten val</para>
      <para>is gekomen, en/of</para>
      <para>die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, op/tegen het lichaam heeft</para>
      <para>gestompt en/of geslagen en/of geschopt, terwijl die [slachtoffer] op de</para>
      <para>grond lag</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van poging doodslag en van zware mishandeling en dat hij moet worden veroordeeld voor poging zware mishandeling. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Volgens de verdediging heeft de verdachte maar één keer geslagen en levert dat geen poging doodslag, zware mishandeling of poging zware mishandeling op. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vrijspraak poging doodslag en zware mishandeling</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte wordt vrijgesproken van poging doodslag en van zware mishandeling. Die beschuldigingen zijn niet bewezen. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewezenverklaring poging zware mishandeling</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte: </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>op 27 augustus 2023 te Schiedam</para>
          <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen</para>
          <para>die [slachtoffer] met gebalde vuist tegen het hoofd heeft gestompt waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen, en die [slachtoffer] meermalen heeft geslagen terwijl die [slachtoffer] op de grond lag,</para>
          <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para>1. <emphasis role="italic">Verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 18 november 2025</emphasis></para>
        <para>“Ik heb [slachtoffer] op 27 augustus 2023 in Schiedam met mijn vuist geslagen en hem aan de linkerkant van zijn gezicht geraakt.”</para>
        <para />
        <para>2. <emphasis role="italic">Proces-verbaal van de politie, verklaring van de [getuige] </emphasis><footnote-ref linkend="_57d3661e-2a27-48d2-a08e-d2bb5b45979d" /></para>
        <para>“Op zondag 27 augustus 2023 in Schiedam zag ik een man, het slachtoffer, lopen. Ik zag dat deze man richting een andere man liep. Deze man was donker getint. De donkere man sloeg ineens de andere man. Ik zag dat het slachtoffer op de grond viel. Ik zag dat de donkere man vervolgens nog twee klappen gaf tegen het hoofd van de man die op de grond lag.”</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Kwalificatie</emphasis>
        </para>
        <para>Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">poging zware mishandeling. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het feit en van de verdachte </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beroep op strafuitsluitingsgrond</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft bepleit dat de verdachte handelde uit noodweer danwel dat sprake is geweest van noodweerexces. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Mocht de rechtbank het beroep op noodweer(exces) niet volgen, heeft de verdediging verzocht om stukken aan het dossier toe te voegen. Het gaat om een aangifte die de ex-partner van de aangever (en ten tijde van het feit de partner van de verdachte) tegen de aangever heeft gedaan wegens bedreiging en stalking, de daarop volgende onderzoekshandelingen door de politie en uitgewerkte gesprekken tussen de aangever en zijn ex-partner. Volgens de verdediging zou daar (mogelijk) uit blijken dat de aangever agressief is en zou dat het beroep op noodweer kunnen versterken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank wijst het verzoek om aanvullende stukken aan het dossier toe te voegen af. De rechtbank acht deze stukken niet noodzakelijk om te kunnen beoordelen wat er op 27 augustus 2023 is gebeurd. Voor zover het gaat om de context en dynamiek tussen de verdachte en de aangever, zoals de verdediging op de zitting heeft toegelicht, acht de rechtbank zich voldoende ingelicht door de stukken die zich al in het dossier bevinden en door wat daarover op de zitting is besproken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank wijst het beroep op noodweer(exces) af. De feitelijke toedracht die de verdediging daaraan ten grondslag heeft gelegd, namelijk dat de aangever op de verdachte af kwam rennen en hem vervolgens meteen heeft geslagen, is niet aannemelijk geworden. Wel is komen vast te staan dat de aangever op de verdachte af liep (en niet rende) en dat de verdachte als eerste heeft geslagen. Van een noodweersituatie, in die zin dat de verdachte zich mocht verdedigen tegen jegens hem toegepast geweld, is niet gebleken.  </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
          </para>
          <para>Het feit en de verdachte zijn strafbaar.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Straffen </title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 dagen (gelijk aan de duur van het voorarrest) en een taakstraf van 240 uur. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>5.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ernst en omstandigheden van het feit</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging zware mishandeling. Uit het dossier en de behandeling ter zitting is naar voren gekomen dat de aangever zich in het verleden verbaal agressief heeft uitgelaten richting de verdachte. Ook is aannemelijk geworden dat het de aangever was die op 27 augustus 2023 verbaal de confrontatie opzocht. Maar het is de verdachte geweest die fysiek geweld heeft gebruikt. En dat geweld was fors. De verdachte, een geoefend vechtsporter, heeft de aangever met kracht met zijn vuist tegen het hoofd gestompt, en ook nadat de aangever was gevallen heeft de verdachte hem nog meerdere malen geslagen. De aangever heeft hierdoor bloedingen tussen de hersenvliezen, een breuk van de uitwendige gehoorgang en een verwonding aan de kin en tong opgelopen en moest in ieder geval één nacht ter observatie in het ziekenhuis doorbrengen. Gewelddadige feiten als deze veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid in de eerste plaats bij de betrokken aangever, maar ook bij omstanders en in de maatschappij. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Persoon en persoonlijke omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 oktober 2025 blijkt dat de verdachte in de afgelopen jaren niet onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot het opleggen van een zwaardere straf.</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Rapportage</emphasis>
          </para>
          <para>In het ongedateerde voortgangsverslag van de reclassering, door de rechtbank ontvangen op 17 november 2025, staat het volgende. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis per 30 augustus 2023 onder toezicht gestaan van de reclassering. De verdachte heeft zijn behandeling bij De Waag, gericht op het aanleren van andere manieren om met conflicten om te gaan, voltooid. Vanwege de huidige verdenking is de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG-)aanvraag van de verdachte tweemaal afgewezen, waardoor hij verschillende werkzaamheden niet meer kan verrichten en een deel van zijn inkomen mist. Hij richt zich nu op andere opdrachten. Er is geen sprake van financiële problemen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Omdat de verdachte al twee jaar onder toezicht heeft gestaan, zijn behandeling heeft voltooid en de meeste leefgebieden op orde zijn, ziet de reclassering geen reden meer om het toezicht voort te zetten na een eventuele veroordeling. De reclassering adviseert daarom, bij veroordeling, geen reclasseringstoezicht op te leggen.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 28 augustus 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. De redelijke termijn van twee jaar is dus met drie maanden overschreden. Bij het opleggen van de straf houdt de rechtbank hier in het voordeel van de verdachte rekening mee.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Oplegging straffen</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit vindt de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf van 2 maanden passend, zoals ook het uitgangspunt is in de door rechtbank gehanteerde oriëntatiepunten. De rechtbank houdt echter in het voordeel van de verdachte rekening met de overschrijding van de redelijke termijn, met de provocatie van de kant van het slachtoffer, met de inzet van de verdachte de afgelopen twee jaren om persoonlijke problemen aan te pakken en zijn gedrag te veranderen, en met de gevolgen die het missen van een VOG voor zijn werk en inkomen heeft gehad. In die omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om de gevangenisstraf flink te beperken, maar wel als vergelding een taakstraf op te leggen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Al met al vindt de rechtbank een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest (3 dagen) en een taakstraf van 120 uur passend en geboden. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Wettelijke voorschriften</title>
    <para>Het opleggen van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissingen</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals hierboven is omschreven, heeft gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie en strafbaarheid</emphasis>
      </para>
      <para>stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hierboven vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Straffen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gevangenisstraf</emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 3 (drie) dagen;  </emphasis><?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Taakstraf</emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur</emphasis>, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van<emphasis role="bold"> 60 (zestig) dagen; </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorlopige hechtenis </emphasis>
      </para>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Samenstelling rechtbank en ondertekening </title>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. E. IJspeerd, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. W.J. de Veld en L.F.M. Venderbos, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.S. Westhof, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_57d3661e-2a27-48d2-a08e-d2bb5b45979d" label="1">
    <para> Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer].</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>