<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:13589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T10:02:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11408569 CV EXPL 24-28867</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:13589">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:13589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T10:01:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:13589 Rechtbank Rotterdam , 18-07-2025 / 11408569 CV EXPL 24-28867</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:13589:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Non-conformiteit tweedehands auto. Artikel 7:17 BW. Artikel 7:18a BW. Artikel 7:21 lid 3 BW.  Vordering verklaring voor recht, aankoopbedrag, schadevergoeding, rente en buitengerechtelijke incassokosten. De vordering wordt grotendeels toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:13589:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11408569 CV EXPL 24-28867</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 18 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiseres] ,</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [plaats 1] ,</para>
      <para>eisers, </para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Yadegari,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, die handelt onder de naam <emphasis role="bold">[handelsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: [plaats 2] , [gemeente] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.J.M. Jaasma.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [eiseres] en [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 12 november 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiseres] en [eiser] van 12 juni 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [eiseres] en [eiser] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Foulon;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 20 juni 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de heer [eiser] namens beide eisers, bijgestaan door hun gemachtigde, mr. S. Yadegari. Tevens waren aanwezig de heer [gedaagde] , bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. S.J.M. Jaasma.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat het over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] hebben op 9 maart 2024 als consument een tweedehands auto gekocht bij [gedaagde] . [eiseres] en [eiser] stellen dat de auto gebreken heeft en dat [gedaagde] deze niet heeft verholpen. [eiseres] en [eiser] hebben daarom op 26 augustus 2024 de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden wegens non-conformiteit. [eiseres] en [eiser] vorderen onder meer dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden en dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot terugbetaling van de aankomsom van € 7.250,-. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de vordering. Zij betwist dat de auto ten tijde van de verkoop gebreken vertoonde. Verder betwist [gedaagde] dat zij de gelegenheid heeft gekregen om de gestelde gebreken te herstellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de gevorderde verklaring van recht toe. Dat betekent dat [gedaagde] de koopsom aan [eiseres] en [eiser] moet terugbetalen en dat [eiseres] en [eiser] de auto moeten teruggeven. Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het kader bij non-conformiteit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat in het onderhavige geval sprake is van een consumentenkoop, zoals bedoeld in artikel 7:5 BW. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW moet worden vastgesteld of de auto beantwoordt aan de koopovereenkomst. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als die zaak, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Een koper mag verwachten dat de gekochte zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien (artikel 7:17 BW). In het geval een tweedehandsauto wordt gekocht, waarvan de verkoper weet dat deze door de koper wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, moet als regel worden aangenomen dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst indien als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren.<footnote-ref linkend="_0603db92-a872-45f3-819e-c16acc415246" /> Verder wordt bij een consumentenkoop op grond van artikel 7:18a lid 2 BW vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking ten opzichte van de overeenkomst zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De auto is non-conform</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Vast staat dat binnen een jaar na de aankoop is gebleken dat de auto verschillende gebreken vertoont. Onder verwijzing naar de rapporten van zowel expertisecentrum De Vries als autobedrijf De Pee stellen [eiseres] en [eiser] dat sprake is van onder meer een te lage oliedruk, een lekkage in het uitlaatsysteem, defecte pakkingen in de motor en verschillende storingen in de motor. Ook zou de motor vervangen moeten worden. Volgens autobedrijf De Pee is de auto zonder reparatie van deze gebreken niet op een veilige manier te gebruiken. Op grond van artikel 7:18a lid 2 BW wordt vermoed dat deze gebreken al aanwezig waren ten tijde van de aflevering, tenzij [gedaagde] het tegendeel aantoont. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft in dit verband enkel betwist dat de auto bij levering gebreken vertoonde, maar heeft die betwisting op geen enkele wijze onderbouwd. Daarnaast heeft [gedaagde] de inhoud van de overgelegde rapporten niet weersproken. Gelet hierop wordt aangenomen dat de auto niet voldoet aan de verwachtingen die [eiseres] en [eiser] op grond van de overeenkomst redelijkerwijs mochten hebben. Daarmee is sprake van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De overeenkomst is buitengerechtelijk ontbonden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Artikel 7:21 lid 3 BW bepaalt dat de verkoper verplicht is om binnen een redelijke termijn, zonder enige overlast voor de koper, het gebrek te herstellen. Op 16 maart 2024 (dus 7 dagen na de koopovereenkomst) hebben [eiseres] en [eiser] gebreken ondervonden aan de auto. [eiseres] en [eiser] hebben [gedaagde] hiervan op de hoogte gesteld. [gedaagde] heeft de auto vervolgens op 25 maart 2024 opgehaald voor een diagnose van het probleem. Volgens [gedaagde] is tijdens deze diagnose gebleken dat er al aan de auto was gesleuteld. Bovendien zou schade aan de achterzijde zijn ontstaan die bij levering van de auto niet aanwezig was. Volgens [gedaagde] is het daardoor niet langer vast te stellen welke gebreken reeds aanwezig waren op het moment van levering en welke gebreken mogelijk later zijn ontstaan. Om die reden betwist [gedaagde] dat zij de gelegenheid heeft gekregen om de gebreken te herstellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij de gelegenheid heeft gekregen om de gebreken aan de auto te herstellen. De omstandigheid dat voorafgaand aan het ophalen van de auto al gesleuteld zou zijn aan de auto, is door [gedaagde] op geen enkele wijze onderbouwd. [eiseres] en [eiser] hebben verder tijdens de mondelinge behandeling weersproken dat de achterzijde van de auto beschadigd was ten tijde van de diagnose door [gedaagde] . De auto heeft weliswaar schade opgelopen als gevolg van een aanrijding, maar deze aanrijding vond pas plaats op 29 april 2024, oftewel nadat de auto is opgehaald door [gedaagde] . [gedaagde] heeft tegenover deze gemotiveerde stelling, niets meer ter onderbouwing van haar standpunten ingebracht. Bovenstaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] de gelegenheid heeft gehad om de gebreken te herstellen, maar hiervan geen of onvoldoende gebruik heeft gemaakt. [eiseres] en [eiser] zijn daarom op grond van artikel 7:22 lid 1 BW in combinatie met artikel 7:21 lid 3 BW bevoegd om de overeenkomst te ontbinden. De in dat verband gevorderde verklaring van recht wordt dan ook toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Partijen zijn tevens in geschil over de vraag of de kilometerstand al dan niet is teruggedraaid. Nu de gevorderde verklaring van recht vanwege non-conformiteit van de auto al is toegewezen, kan in het midden blijven of tevens sprake is van een teruggedraaide kilometerstand en in het verlengde daarvan of eiser met een beroep op dwaling de overeenkomst kan vernietigen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gevolgen ontbinding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>In artikel 7:22 lid 7 BW staat dat als de overeenkomst is ontbonden de koper de zaak moet teruggeven aan de verkoper op kosten van de verkoper en de verkoper de koopsom moet terugbetalen aan de koper. Daarom wordt [gedaagde] veroordeeld de aankoopprijs van € 7.250,- aan [eiseres] en [eiser] te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Voor zover [gedaagde] heeft betoogd dat rekening moet worden gehouden met de waardevermindering van de auto, wordt zij hierin niet gevolgd. Op grond van artikel 7:10 BW blijft in het geval de koper op goede gronden het recht op ontbinding van de koopovereenkomst heeft ingeroepen, de zaak voor risico van de verkoper (lid 3). Dat geldt ook voor de achteruitgang ervan door toedoen van de koper. Wel moet de koper vanaf het moment dat hij redelijkerwijs rekening moet houden met het feit dat hij de zaak moet teruggeven wel als een zorgvuldig schuldenaar voor behoud ervan zorgen (lid 4). Als de koper toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van deze zorgverplichting is hij schadevergoeding verschuldigd. Dat deze situatie zich voordoet, is niet gesteld of gebleken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] zijn verplicht om de auto terug te geven. Beide partijen moeten eraan meewerken dat het kenteken vervolgens op naam van [gedaagde] wordt gesteld. De vordering van [eiseres] en [eiser] tot het verschaffen van een vrijwaringsbewijs, die niet is weersproken, wordt toegewezen. De kantonrechter acht een termijn van 14 dagen na betekening van dit vonnis redelijk. De dwangsom die is gevorderd, wordt gematigd en gemaximeerd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] vorderen tevens een schadevergoeding van de onderzoekskosten, motorrijtuigenbelasting, verzekeringspremies en de kosten voor het schorsen van de auto. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>De auto is door [eiseres] en [eiser] op 1 december 2024 geschorst. De kosten voor het schorsen van de auto bedragen € 64,05. Deze kosten zijn niet betwist door [gedaagde] en zullen daarom worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] vorderen een vergoeding van de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies over een periode van negen maanden, van 9 maart 2024 tot en met 1 december 2024. Op grond van artikel 6:275 BW juncto artikel 3:120 lid 2 BW dient de verkoper deze kosten te vergoeden indien de koper geen gebruik heeft kunnen maken van de auto. Uit de rapporten van expertisebedrijf De Vries en autobedrijf De Pee blijkt dat de auto op 17 juni 2024 is onderzocht en dat de kilometerstand op dat moment 98.286 km bedroeg. Bij aflevering was de kilometerstand 94.379 km, wat betekent dat er in de tussenliggende periode 3.907 km is gereden. Hieruit volgt dat in die periode in ieder geval gebruik is gemaakt van de auto. Onbekend is gebleven of er tussen 17 juni en 1 december 2024 nog met de auto is gereden. Het had op de weg van [eiseres] en [eiser] gelegen om hun stelling dat de auto in deze periode niet gebruikt kon worden nader te onderbouwen, bijvoorbeeld met een foto van de kilometerstand op 1 december 2024. Dit klemt temeer nu [gedaagde] heeft betwist dat de auto niet gebruikt kon worden. [eiseres] en [eiser] hebben slechts gesteld dat de kilometerstand ten tijde van de mondelinge behandeling 98.318 km bedroeg, maar deze stelling is verder niet onderbouwd. Gelet hierop is niet komen vast te staan dat [eiseres] en [eiser] gedurende de gehele gevorderde periode geen gebruik hebben kunnen maken van de auto. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] vorderen tot slot een vergoeding voor de gemaakte onderzoekskosten. Zij hebben echter slechts een totaalbedrag van € 978,80 gevorderd voor “onder andere motorrijtuigenbelasting, verzekeringskosten en onderzoekskosten”, zonder daarbij te specificeren welk deel daarvan daadwerkelijk betrekking heeft op de onderzoekskosten. Bovendien hebben [eiseres] en [eiser] geen factuur of andere stukken overgelegd waaruit de gestelde onderzoekskosten blijken en waaruit blijkt dat deze kosten ook zijn gemaakt door [eiseres] en [eiser] . De kantonrechter acht de vordering daarom onvoldoende onderbouwd en zal deze afwijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet € 892,38 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 892,38 toegewezen. Aan alle voorwaarden om een vergoeding voor deze kosten te krijgen is voldaan (artikel 6:96 BW). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] hebben verder € 177,69 aan buitengerechtelijke kosten over de onderzoekskosten, motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies gevorderd. Deze vordering zal worden afgewezen omdat de vordering ten aanzien van de onderzoekskosten, motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies ook is afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de wettelijke rente betalen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] vorderen over de te restitueren koopsom wettelijke (handels)rente vanaf het moment van verzuim, dan wel vanaf het moment van ontbinding, dan wel vanaf het moment van dagvaarding. Omdat hier sprake is van een ongedaanmakingsverbintenis is in principe slechts de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.</nr>
      <para>Ten aanzien van de wettelijke rente over de ongedaanmakingsverbintenis overweegt de kantonrechter dat deze verschuldigd is vanaf het moment van verzuim. Op 26 augustus 2024 hebben [eiseres] en [eiser] de overeenkomst ontbonden en op dat moment ontstond de verbintenis tot ongedaanmaking. Omdat uit de reactie van [gedaagde] op 27 augustus 2025 kan worden opgemaakt dat zij deze verplichting niet zal nakomen, treedt op dat moment  het verzuim in (artikel 6:83 sub c BW). De kantonrechter zal daarom de wettelijke rente toewijzen vanaf 27 augustus 2024. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] en [eiser] moet betalen op € 140,05 aan dagvaardingskosten, € 248,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.201,05. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22.</nr>
      <para>
        [gedaagde] hoeft dus niet alle kosten te vergoeden die [eiseres] en [eiser] hebben gemaakt, zoals door hen is aangevoerd tijdens de mondelinge behandeling. Dat hoeft namelijk alleen maar als sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dit kan niet snel worden aangenomen, omdat iedereen het recht heeft om een zaak te laten beoordelen door de rechter (artikel 6 EVRM).<footnote-ref linkend="_97525d01-9661-485c-a373-36770009260b" /> In dit geval zijn er niet zulke buitengewone omstandigheden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] en [eiser] dat eisen en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden op 26 augustus 2024;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt  [gedaagde] om aan [eiseres] en [eiser] te betalen € 8.206,43  met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 7.250,- vanaf 27 augustus 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om een deugdelijk vrijwaringsbewijs aan [eiseres] en [eiser] te verschaffen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet voldoet aan deze veroordeling tot een maximum van € 10.000,- is bereikt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] en [eiser] worden begroot op € 1.201,05; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>64362</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0603db92-a872-45f3-819e-c16acc415246" label="1">
    <para>HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR1994:ZC1338, r.o. 3.3.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_97525d01-9661-485c-a373-36770009260b" label="2">
    <para> Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360, 5.3.3 en 5.3.4</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>