<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:13433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T10:10:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/706244 / KG ZA 25-905</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:13433">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:13433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T10:09:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:13433 Rechtbank Rotterdam , 13-11-2025 / C/10/706244 / KG ZA 25-905</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:13433:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om omgang van een niet-ouder die in nauwe persoonlijke betrekking staat. De niet-ouder is ontvankelijk, maar de voorzieningenrechter stelt geen omgang vast, omdat dit niet in het belang is van de minderjarigen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:13433:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/706244 / KG ZA 25-905</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 13 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eisende partij]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [plaats 1] , [gemeente] , </para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat: mr. L.M. Baltazar de Seixas,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] , [gemeente] , </para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. N.S. van der Werf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 11 september 2025 met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de berichten met bijlagen van de man van 16 oktober 2025 en 29 oktober 2025.<?linebreak?></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De zaak is behandeld op 30 oktober 2025.</para>
        <para>Bij die gelegenheid zijn gehoord:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de man, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw heeft twee minderjarige kinderen:</para>
        <para>
          [minderjarige 1]	, geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] ;</para>
        <para>
          [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2] .</para>
        <para>Zij oefent het eenhoofdig gezag uit over de kinderen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De biologische vader, tevens de juridische vader, van de kinderen is overleden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben daarbij een periode samengewoond. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De man vordert een omgangsregeling te bepalen in die zin dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de even weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur bij hem verblijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vrouw voert gemotiveerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat de man voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vordering om in die vordering te worden ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De man legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De voorzieningenrechter acht het vooralsnog voldoende aannemelijk dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking (<emphasis role="italic">family life</emphasis> in de zin van artikel 8 EVRM). Vaststaat namelijk dat de man een periode deel heeft uitgemaakt van het gezin en dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hem aanspraken als “papa”. De omstandigheid dat de relatie tussen partijen is geëindigd, betekent niet dat de nauwe persoonlijke band tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de man wordt verbroken. Partijen hebben aanvankelijk ook zelf afgesproken dat er omgang zal blijven bestaan tussen de man en de kinderen. Eerst was dit op regelmatige basis een weekend. Later heeft de vrouw dit teruggebracht tot één dag in de twee a drie weken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Uitgangspunt van artikel 1:377a BW is dat een kind recht heeft op omgang met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Op grond van artikel 1:377a lid 3 BW wordt het recht op omgang slechts ontzegd indien:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat heeft doen blijken, of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] staat dus voorop. Het is in hun belang dat de vrouw, als verzorgende ouder, overeind blijft. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.4.1.</nr>
        <para>De vrouw heeft in dit verband onweersproken aangevoerd dat zij in therapie is gegaan bij een psycholoog en ook behandelingen voor traumaverwerking heeft gehad. Zij is herstellende van een burn-out en heeft vanaf maart 2025 paniekaanvallen gehad. Voor deze paniekaanvallen gebruikt zij medicatie. Tijdens de mondelinge behandeling raakt de vrouw ook zichtbaar van slag op de vraag van de voorzieningenrechter wat er zou gebeuren als er contact komt tussen de man en de kinderen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.2.</nr>
        <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat de kans reëel is dat er twee dingen gebeuren als er nu een contactregeling wordt bepaald. Ten eerste, dat de vrouw psychisch onderuit gaat. Het staat buiten kijf dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daar onmiddellijk de zware nadelige gevolgen van zouden ondervinden. Ten tweede, dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een zodanig loyaliteitsconflict worden geduwd dat zij daarvan grote schade ondervinden. Dat weegt niet op tegen de belangen van de man, die nu eenmaal niet de biologische vader van de kinderen is. De slotsom is dan ook dat de omgang in dit geval en op dit moment in strijd is met de belangen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , zodat de voorzieningenrechter de vordering van de man zal afwijzen. Al hetgeen overigens is aangevoerd behoeft geen bespreking.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gelet op aard van de procedure zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>