<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:13201</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T14:55:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/001119-25 herstelvonnis</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:13201">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:13201</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T14:54:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:13201 Rechtbank Rotterdam , 31-10-2025 / 16/001119-25 herstelvonnis</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:13201:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk (hacking), misbruik van persoonsgegevens (identiteitsfraude) en (gekwalificeerde) diefstal. Gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Vordering benadeelde partij toegewezen met schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:13201:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team straf 1</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 16/001119-25</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Op 31 oktober 2025 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de </para>
      <para>
        [detentieadres] , </para>
      <para>raadsman mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de uitspraak is gebleken dat het dictum van het vonnis een onmiddellijk kenbare misslag bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dictum van het vonnis staat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij ING Bank N.V., te betalen een bedrag van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">€ 1.970,- (zegge: duizendnegenhonderdzeventig euro)</emphasis>
        <emphasis role="italic">, bestaande uit € 1.970,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij ING Bank N.V. gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">legt aan de verdachte </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">de maatregel tot schadevergoeding</emphasis>
        <emphasis role="italic"> op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van ING Bank N.V. te betalen </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">€ 1.970,- </emphasis>
        <emphasis role="italic">(hoofdsom, </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">zegge</emphasis>
        <emphasis role="italic">: </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">duizendnegenhonderdzeventig euro</emphasis>
        <emphasis role="italic">), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.970,- niet mogelijk blijkt, </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">gijzeling</emphasis>
        <emphasis role="italic"> kan worden toegepast voor de duur van </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">29 dagen</emphasis>
        <emphasis role="italic">; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bedrag is onjuist en de rechtbank vervangt bovenstaande dan ook door het hieronder weergegeven dictum.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>- herstelt de kennelijke misslag in het dictum als volgt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij ING Bank N.V., te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.970,25,- (zegge: duizendnegenhonderdzeventig euro en vijfentwintig cent)</emphasis>, bestaande uit € 1.970,25,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij ING Bank N.V. gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte <emphasis role="bold">de maatregel tot schadevergoeding</emphasis> op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van ING Bank N.V. te betalen <emphasis role="bold">€ 1.970,25,- </emphasis>(hoofdsom, <emphasis role="bold">zegge</emphasis>: <emphasis role="bold">duizendnegenhonderdzeventig euro en vijfentwintig cent</emphasis>), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.970,25,- niet mogelijk blijkt, <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> kan worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">29 dagen</emphasis>; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit herstelvonnis is op 4 november 2025 gewezen door </para>
      <para>mr. G.C. Bos, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. E.M. Havik en  M. Hulshof, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Yenice, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>