<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:13032</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-12T14:15:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/707310 / KG ZA 25-965</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:13032">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:13032</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-12T14:14:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:13032 Rechtbank Rotterdam , 05-11-2025 / C/10/707310 / KG ZA 25-965</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:13032:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geldvordering, verstek, toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:13032:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/707310 / KG ZA 25-965</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 5 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. T.S. de Rijke,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 29 september 2025, met producties 1 tot en met 29;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 22 oktober 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter verleent verstek tegen [gedaagde] . [gedaagde] is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij de oproeping van [gedaagde] in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vordering van [eiser] komt de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt om die reden toegewezen, met inachtneming van het volgende. [eiser] vordert een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoel in artikel 6:119a lid 1 BW. Dit artikel biedt echter geen grondslag voor het toekennen van wettelijke handelsrente over buitengerechtelijke kosten. Slechts de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding 		€ 120,21</para>
      <para>- griffierecht 		€ 6.861,00</para>
      <para>- salaris advocaat 	€ 715,00 (tarief verstekzaak)</para>
      <para>- nakosten 		<emphasis role="underline">€ 178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal 			€ 7.874,21</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 4.824,98 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 1 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 678,22 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 1 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 3.781,01 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 6 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 2.921,29 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 13 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 219,32 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 15 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 4.002,08 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 20 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 3.710,84 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 27 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 10.121,68 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 4 juli 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 10.000,42 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 11 juli 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 13.368,78 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 18 juli 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 13.735,66 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 25 juli 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 12.955,01 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 1 augustus 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 17.156,64 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 8 augustus 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 6.907,94 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 15 augustus 2025 tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 8.834,54 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de datum van het vonnis tot en met de dag van algehele betaling;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de proceskosten van € 7.874,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.</para>
        <para>3304/1694</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>