<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:12958</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-11T13:58:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11511513 VZ VERZ 25-469</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12958">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12958</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-11T13:56:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12958 Rechtbank Rotterdam , 22-05-2025 / 11511513 VZ VERZ 25-469</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:12958:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Werknemer is voor onbepaalde tijd in dienst bij [bedrijf], gevestigd in India. [bedrijf] maakt samen met [verweerster] deel uit van de [organisatie]. [bedrijf] en [verweerster] werken samen om werknemers vanuit India tewerk te stellen in Nederland op basis van detachering. In dat kader is werknemer vanaf 2 september 2024 geplaatst bij [verweerster] voor de duur van 36 maanden. In november 2024 heeft [verweerster] echter aan werknemer laten weten dat de detachering voortijdig wordt beëindigd, omdat hij niet aan de verwachtingen voldoet. Werknemer is vervolgens in december 2024 teruggekeerd naar India en is weer aan het werk gegaan in zijn functie bij [bedrijf]. Werknemer verzoekt nu onder andere voor recht te verklaren dat het gegeven ontslag in november nietig dan wel vernietigbaar is. Volgens hem was namelijk sprake van een arbeidsovereenkomst met [verweerster]. Verder maakt hij aanspraak op loon en vergoedingen. De verzoeken worden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:12958:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11511513 VZ VERZ 25-469</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 22 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: India,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.A. Soebhag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster] B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: [plaats] ,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>gemachtigde: D. van Gerven en A. van Vliet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van [verzoeker] , met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van [verweerster] , met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 3 april 2025 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met de partijen besproken. Daarbij waren aanwezig de gemachtigde van [verzoeker] en namens [verweerster] mevrouw [persoon A] met de gemachtigden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Waar gaat de zaak over? </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] is voor onbepaalde tijd in dienst bij [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ), gevestigd in India. [bedrijf] maakt samen met [verweerster] deel uit van de [organisatie] , een organisatie die zich bezig houdt met de verkoop van rijst en rijstproducten wereldwijd. [bedrijf] en [verweerster] werken samen om werknemers vanuit India tewerk te stellen in Nederland op basis van detachering. In dat kader is [verzoeker] in de functie van Operator vanaf 2 september 2024 geplaatst bij [verweerster] voor de duur van 36 maanden. Bij mail van 28 november 2024 heeft [verweerster] echter aan [verzoeker] laten weten dat de detachering voortijdig wordt beëindigd, omdat hij niet aan de verwachtingen voldoet. [verzoeker] is vervolgens in december 2024 teruggekeerd naar India en is weer aan het werk gegaan in zijn functie bij [bedrijf] . [verzoeker] verzoekt nu onder andere voor recht te verklaren dat het gegeven ontslag op 28 november 2024 nietig dan wel vernietigbaar is. Volgens hem was namelijk sprake van een arbeidsovereenkomst met [verweerster] . </para>
        <para>Verder maakt hij aanspraak op loon en vergoedingen. [verweerster] is het hiermee niet eens en heeft uitgebreid verweer gevoerd. De verzoeken worden afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Arbeidsovereenkomst?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Hoewel [verzoeker] erkent dat hij een arbeidsovereenkomst heeft met [bedrijf] en alleen in het kader van een detacheringsovereenkomst heeft gewerkt bij [verweerster] is volgens hem het gegeven ontslag naar Nederlands recht nietig. Daarvoor wordt een beroep gedaan op een aantal omstandigheden en verwezen naar twee uitspraken (ECLI:NL:HR:2012:BU8512 en ECLI:NL:GHARL:2020:2305, AFMB-arrest). [verweerster] heeft gemotiveerd toegelicht waarom beide uitspraken toepassing missen in de situatie van [verzoeker] . Hierop is [verzoeker] niet meer terugkomen en er wordt geen aanleiding gezien er anders over te oordelen. Dus die beide arresten kunnen [verzoeker] niet baten. Dan de omstandigheden die in het verzoekschrift zijn genoemd, waaronder de inhoud en duur van de detacheringsovereenkomst, de salarisadministratie die [verweerster] heeft gedaan, de aard van het visum dat voor [verzoeker] is aangevraagd, de accommodatie die voor hem is verzorgd en het feitelijk gezag dat [verweerster] over hem heeft uitgeoefend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Om te beginnen heeft [verweerster] terecht aangevoerd dat onduidelijk is gebleven waarom volgens [verzoeker] die omstandigheden moeten leiden tot het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Het lijkt erop dat [verzoeker] gevolgen verbindt aan het niet kortstondige karakter van de detachering. Maar waarom en op grond waarvan dat zou moeten leiden tot de conclusie dat het Nederlandse ontslagrecht van toepassing is, is verder niet uitgewerkt. Daarentegen heeft [verweerster] een en ander gemotiveerd weersproken, onder meer aan de hand van (andere) omstandigheden die volgens haar juist erop wijzen dat en waarom geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Over het voeren van de salarisadministratie is onweersproken toegelicht dat de afdrachten voor sociale zekerheid in India plaatsvonden. Ook is onbetwist uitgelegd dat en waarom over de vergoeding van [verzoeker] in Nederland belasting moest worden afgedragen en het Nederlandse vreemdelingenrecht van toepassing is omdat het werk hier werd verricht. Van de kant van [verzoeker] is vervolgens niets meer gekomen. Geoordeeld wordt dan ook dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. De verzoeken van [verzoeker] die op die stelling zijn gebaseerd worden daarom afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de kant van [verweerster] begroot op € 814,- aan salaris voor de gemachtigde en </para>
        <para>€ 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 949,- Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Deze beschikking wordt voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de verzoeken af; </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de kant van [verweerster] tot vandaag worden begroot op € 949,-;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>568</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>