<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:12597</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T16:30:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK 24/1867</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=287a&amp;g=2019-01-01">Faillissementswet 287a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12597">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12597</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T16:20:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12597 Rechtbank Rotterdam , 17-04-2025 / FT RK 24/1867</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:12597:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>: Dwangakkoord afgewezen. Saneringskrediet. Het vermogen, bestaande uit de overwaarde van de koopwoning van verzoekster, is niet meegenomen in het aangeboden akkoord. Aanbod is niet het maximaal haalbare en onvoldoende transparant.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:12597:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 17 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">afwijzen gedwongen schuldregeling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>
        [postcode]  [woonplaats],</para>
      <para>verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft op 31 december 2024, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten: </para>
    </parablock>
    <para>- Defam Credit B.V. (hierna: Defam);</para>
    <para>die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Defam heeft voorafgaand aan de zitting op 4 april 2025 een verweerschrift ingediend en aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 10 april 2025 zijn verschenen en gehoord:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoekster;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mevrouw F. Sanches, werkzaam bij GR IJsselgemeenten (hierna: schuldhulpverlening); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mevrouw I. Molenaar, begeleider bij Stichting Welzijn Capelle (hierna: begeleider).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift acht concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 26.943,40 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 24 mei 2024 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 2,24% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar IOAW-uitkering. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zeven schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Defam stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 17.320,44 op verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In haar verweerschrift heeft Defam te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. Het aanbod staat niet in verhouding met de totale schuldvordering. Voorts stelt Defam zich op het standpunt dat er geen sprake is van een uitzichtloze situatie. Door middel van het raadplegen van het Kadaster en het WOZ-waardeloket is gebleken dat er een aanzienlijke overwaarde op de woning van verzoekster aanwezig is. Op peildatum 1 januari 2014 was er sprake van een WOZ-waarde van € 203.000,- en op peildatum 1 januari 2024 was er sprake van een WOZ-waarde van € 450.000,-. Uit het Kadaster blijkt dat verzoekster al voor 2014 woonachtig was in de woning. Defam stelt dat het vermogen eerst zou kunnen worden ingebracht om de schuldenlast te voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Defam heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Defam bij haar weigering vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is bovendien van oordeel dat (i) Defam in dit geval in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen en (ii) de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers niet onevenredig door die weigering worden geschaad.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vooropgesteld wordt dat de vordering van Defam een aanzienlijk aandeel vormt in de totale schuldenlast (te weten 64,28% daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Defam in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is bovendien van oordeel dat het voorstel niet het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. In het verzoekschrift is opgenomen dat verzoekster haar woning op 11 juli 2007 heeft gekocht. Gebleken is, dat er sprake is van een aanzienlijke overwaarde op de koopwoning, aangezien er sprake is van een hypotheekschuld van € 230.000,- terwijl de woning een WOZ-waarde had per 1 januari 2024 van € 434.000,-. De rechtbank stelt vast dat schuldhulpverlening het vermogen, bestaande uit de overwaarde van de koopwoning van verzoekster, niet heeft meegenomen in het aangeboden akkoord. Dit terwijl de overwaarde de totale schuldenlast van € 26.943,40 ruim overstijgt. Indien de woning verkocht zou worden (hetgeen ook in het voorliggende alternatief van een wsnp-traject of een faillissement het uitgangspunt zou zijn), zouden de schuldeisers dus 100% betaald kunnen worden. Door verzoekster is ook niet met stukken onderbouwd dat zij pogingen heeft gedaan de overwaarde liquide te maken door bijvoorbeeld het aantrekken van een lening (tot het totaalbedrag van de openstaande schulden).  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is het aanbod ook onvoldoende transparant geweest op dit punt. In de aanbodbrief richting de schuldeisers is slechts gemeld dat verzoekster een koopwoning heeft met een aflossingsvrije hypotheek en lage maandlasten. Daarbij is niet aangegeven dat er sprake is van een aanzienlijke overwaarde op de koopwoning van verzoekster. Dat dit niet benoemd is richting de schuldeisers, is kwalijk. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat de instemmende schuldeisers eveneens met het aanbod zouden hebben ingestemd indien de aanbodbrief op transparantere wijze inzicht had gegeven in de overwaarde van de koopwoning. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Defam als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekster of de overige schuldeisers. Het verzoek om Defam te bevelen in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>