<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:12181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T10:44:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11693026 CV EXPL 25-11140</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12181">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T10:43:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12181 Rechtbank Rotterdam , 19-09-2025 / 11693026 CV EXPL 25-11140</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:12181:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde maakt bezwaar tegen de rente, omdat eiseres veel tijd heeft laten verstrijken tussen buitengerechtelijke fase en de procedure. Dit verweer slaagt niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:12181:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11693026 CV EXPL 25-11140</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 19 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Asset Managing Partners B.V.,</emphasis> rechtsopvolgster onder bijzondere titel krachtens akte van cessie van de rechtspersoon Qred AB, handelen onder de naam <emphasis role="bold">Qeld Bedrijfsleningen</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Wassenaar,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: Berkel en Rodenrijs,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘AMP’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 9 april 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek, met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid om op de rolzitting van 15 juli 2025 schriftelijk of mondeling te reageren op de nadere stelling van AMP in de conclusie van repliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de kern? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op 21 april 2022 een overeenkomst gesloten met Qeld voor het lenen van een geldbedrag van € 7.500,00. Op grond van die overeenkomst moest [gedaagde] maandelijks een bedrag van € 737,00 aan Qeld betalen. [gedaagde] heeft een betalingsachterstand laten ontstaan. Doordat [gedaagde] zijn betalingsverplichting niet nakwam, heeft Qeld de kredietovereenkomst met [gedaagde] beëindigd en heeft Qeld het gehele verschuldigde bedrag van € 8.431,53 inclusief de vertragingsrente en de vertragingsvergoeding ineens opgeëist. De vordering van Qeld is bij akte van cessie overgedragen aan AMP.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de achterstand niet, maar is het oneens met de rente, de incassokosten en de btw. Dit omdat AMP voor een periode van twee jaren niets aan [gedaagde] heeft laten weten. [gedaagde] wil graag een betalingsregeling treffen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de achterstand van € 8.431,53 betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent dat hij gehouden is om de geldlening vermeerderd met de redelijke rente tot het moment van overdracht te betalen. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] met de woorden ‘tot het moment van overdracht’ bedoelt tot het moment dat de vordering aan de gemachtigde (LAVG) uit handen is gegeven. Op dat moment bedroeg de vordering € 8.431,53. Dit wordt dan ook toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt ook dat hij bereid is om een betalingsregeling te treffen. De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet AMP namelijk toestemming geven en dat heeft AMP niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van AMP om te vragen of AMP alsnog een betalingsregeling wil afspreken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet incassokosten van € 963,86 betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De incassokosten van € 963,86 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). [gedaagde] stelt dat de incassokosten niet in verhouding staan tot de oorspronkelijke hoofdsom, maar dit is niet juist. Hoe hoog de incassokosten mogen zijn, staat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Het gevorderde bedrag is niet te hoog.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet rente betalen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] - dat hij lang niets van AMP heeft gehoord – op die manier dat [gedaagde] het niet eens is met de gevorderde rente na het moment van overdracht aan LAVG. Dit omdat deze met het verstrijken van de tijd onnodig is opgelopen. Dit verweer slaagt niet. Het feit dat er tijd is verstreken tussen het opeisbaar worden van de vordering en het starten van een gerechtelijke procedure doet niets af aan het recht van AMP op rente. AMP vordert de contractuele rente van 2,5% per maand over de hoofdsom. De contractuele rente wordt toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan AMP moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 812,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 406,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.636,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat AMP dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:<?linebreak?></para>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan AMP te betalen een bedrag van € 12.178,48, te vermeerderen met de contractuele rente over een bedrag van € 8.431,53 vanaf 21 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van AMP worden begroot op € 1.636,14;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. Van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>62574</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>