<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:11512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-02T08:43:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/693807 / JE RK 25-234</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11512">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-02T08:41:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:11512 Rechtbank Rotterdam , 20-03-2025 / C/10/693807 / JE RK 25-234</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:11512:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing toegewezen. Het NIKA-traject laat zien dat de moeder onvoldoende aansluit bij de behoeften van de minderjarige. De komende periode moet duidelijkheid komen over zijn perspectief en de rol van de moeder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:11512:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/693807 / JE RK 25-234</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 maart 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam moeder] , </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. Ch.J. Nicolaï, kantoorhoudende in Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [pleegouder 1] en [pleegouder 2] , </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informanten aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [persoon A] , </emphasis>
      </para>
      <para>wettelijk mentor en bewindvoerder, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [persoon B] , </emphasis>
      </para>
      <para>verpleegkundige Antes. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 4 februari 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de toetsing van de Raad van 14 maart 2025; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>advies thuisplaatsing pleegzorg van 5 maart 2025; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>pleidooi hulpverleners van 11 maart 2025. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder bijgestaan door haar advocaat; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleegouders; </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon C] en [persoon D] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon A] en [persoon B] en hen vervolgens aangemerkt als informanten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 12 april 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 20 april 2025. Bij de beschikking van 14 oktober 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 20 april 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verzoeken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De GI handhaaft ter zitting de verzoeken en licht deze als volgt toe. [voornaam minderjarige] doet het goed in het pleeggezin. Er moet nog worden bekeken welke rol de moeder gaat krijgen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de moeder </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Door en namens de moeder wordt aangegeven dat zij het liefst zelf de zorg en opvoeding van [voornaam minderjarige] op zich zou nemen, maar dat het voor haar bovenal belangrijk is dat haar kinderen gezond, stabiel en veilig opgroeien. De moeder gelooft dat de pleegouders goed voor [voornaam minderjarige] zorgen, maar er is geen band tussen haar en de pleegouders. De moeder wil graag een actievere rol spelen in het leven van [voornaam minderjarige] en vindt dat er duidelijkheid moet komen over wat haar rol hierin zal zijn. De moeder heeft een leuk huis, dat zij graag met [voornaam minderjarige] zou willen delen. Zij voelt zich daar meer op haar gemak dan in een steriele ruimte bij Enver. Er moet gekeken worden naar meer omgang, zodat [voornaam minderjarige] aan de moeder kan wennen. De moeder wil dat de bezoeken bij haar thuis plaatsvinden. [voornaam minderjarige] is twee keer bij de moeder thuis geweest en dat verliep goed. Er moet ook rekening worden gehouden met het feit dat een omgangsmoment niet zomaar kan worden afgezegd, omdat het voor de moeder lastig is om op dat moment nog vervoer te regelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De informant ( [persoon A] )</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het vervoer naar de pleegouders kost veel geld, terwijl er heel weinig geld is. Als het bezoek bij de moeder gecombineerd kan worden, zou de financiële last verlicht worden. De moeder zegt de dagbesteding af, omdat zij anders niet naar de pleegouders kan, terwijl de dagbesteding juist goed is voor haar ontwikkeling.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De informant ( [persoon B] ) </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De moeder is goed in herstel gekomen. Zij toont aan goed te kunnen samenwerken, afspraken na te komen en advies op te volgen. Dit biedt kansen om de door de moeder gewenste omgang in de praktijk te brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling.<footnote-ref linkend="_5ba92151-22a5-4509-8197-27baba5ce2ae" /> Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.<footnote-ref linkend="_401fa3f0-c0a5-4b8c-ac45-cac8cda57c22" /> De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para> De kinderrechter verwijst naar eerdere beschikkingen voor wat betreft de zorgen over [voornaam minderjarige] , als gevolg waarvan hij uit huis geplaatst is. [voornaam minderjarige] woont sinds zijn geboorte bij de pleegouders die hem de structuur, duidelijkheid en veiligheid bieden die hij nodig heeft. Recent is het NIKA-traject afgerond en is gebleken dat het de moeder onvoldoende lukt om aan te sluiten bij wat [voornaam minderjarige] nodig heeft. Vanuit NIKA is geadviseerd om het perspectief van [voornaam minderjarige] bij het pleeggezin te bepalen en nadere invulling te geven aan de rol van de moeder in zijn leven. De moeder heeft ter zitting uitgelegd wat haar wensen en mogelijkheden in dit opzicht zijn. De GI heeft op haar beurt erkend dat de moeder heel liefdevol is en een belangrijke rol in het leven van [voornaam minderjarige] speelt. De GI geeft aan te willen onderzoeken hoe deze rol van de moeder ingevuld kan worden. De kinderrechter gaat er dan ook vanuit dat de GI in de komende periode met de moeder hierover in gesprek zal gaan en daarbij zoveel mogelijk rekening zal houden met praktische uitdagingen, zoals vervoer en de financiële situatie van de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>Gelet op voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar<footnote-ref linkend="_8f2e3766-cef0-46c8-8a9f-8bf519924a27" />, evenals de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van een jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>Voor de komende periode is het van belang dat het perspectief van [voornaam minderjarige] wordt bepaald. De aanvaardbare termijn waarin hij in afwachting kan blijven van een toekomstperspectief is zeer beperkt, gezien zijn jonge leeftijd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 20 april 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 20 april 2026;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025 door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 4 april 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5ba92151-22a5-4509-8197-27baba5ce2ae" label="1">
    <para> Genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_401fa3f0-c0a5-4b8c-ac45-cac8cda57c22" label="2">
    <para> Artikel 1:265c, tweede lid, BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f2e3766-cef0-46c8-8a9f-8bf519924a27" label="3">
    <para> Artikel 1:260, eerste lid, BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>