<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:11481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-30T16:22:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/348981-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11481">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-30T16:21:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:11481 Rechtbank Rotterdam , 20-06-2025 / 10/348981-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:11481:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het handelen in strijd met art. 3 Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en het eenvoudig witwassen. De rechtbank legt een deels voorwaardelijke jeugddetentie op voor de duur van 88 dagen met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaren met bijzondere voorwaarden; verbeurdverklaring van het in beslag genomen geldbedrag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:11481:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/348981-24 </para>
      <para>Datum uitspraak: 20 juni 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] , op [geboortedatum] 2007,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,</para>
      <para>raadsvrouw mr. R.A.A.H. van Leur, advocaat te Dordrecht.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 6 juni 2025.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie, mr. M.L. Goudzwaard, heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 88 dagen met aftrek<?linebreak?>van voorarrest, waarvan 60 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal melden bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west (hierna: de jeugdreclassering), meewerkt aan behandeling bij De Waag en aan de begeleiding door een jongerencoach, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para>- verbeurd verklaring van het in beslag genomen geldbedrag van € 3.735,-. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder nadere motivering feiten 1 en 2</emphasis>
        </para>
        <para>Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend en de verdediging heeft geen verweer gevoerd. Deze feiten zullen daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering feit 3</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging </emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 3 ten laste gelegde feit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring van witwassen te kunnen komen. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte een verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geld. De verdachte heeft het geld verdiend met zijn bijbaan, hetgeen volgens de verdediging ook blijkt uit de (ter zitting overgelegde) jaaropgaven en bankafschriften. Het geld is dus niet afkomstig van de verkoop van (soft)drugs.<?linebreak?></para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>Vast is komen te staan dat de verdachte op 1 november 2024 als bestuurder van een auto is staande gehouden ter controle van zijn rijbewijs. Desgevraagd gaf hij aan dat hij iets bij zich had wat hij niet in zijn bezit mocht hebben, waarna hij aan de politie een tas overhandigde met daarin ongeveer 2926 gram aan hasj. Bij de daaropvolgende fouillering werd in zijn broekzak een geldbedrag van € 3.735,- aangetroffen. In de telefoon van de verdachte zijn diverse (chat)gesprekken aangetroffen waarin onder meer wordt gesproken over de verkoop van softdrugs en de daarmee gemoeide bedragen. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij gedurende een periode van ongeveer een jaar hasj heeft verkocht.</para>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank is er ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag sprake van een vermoeden van witwassen. Dit vermoeden vloeit voort uit de omstandigheden waaronder het geld is aangetroffen, in combinatie met de verklaring van de verdachte dat hij al geruime tijd handelde in softdrugs en gegevens uit de telefoon van de verdachte waaruit blijkt dat hij in de dagen voordat het geldbedrag bij hem is aangetroffen op Telegram actief softdrugs aanbood en hij een afspraak maakte om een grote hoeveelheid softdrugs te kopen. </para>
          <para>Van de verdachte mag in een dergelijk geval worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft over de herkomst van het geld. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring die de verdachte hierover heeft afgelegd niet aan deze criteria voldoet. De verdediging heeft ter terechtzitting stukken overgelegd waaruit zou moeten blijken dat de verdachte het geldbedrag met legaal werk heeft verdiend. De verdachte heeft verklaard dat hij het door hem verdiende geld steeds van zijn bankrekening opnam en aan zijn ouders gaf, die het voor hem opspaarden.. Dit kan op basis van de overgelegde stukken echter niet worden vastgesteld. Uit de overgelegde screenshots blijkt dat de verdachte in de periode van 5 juni 2023 tot en met 9 oktober 2024 in totaal een bedrag van € 5.748,36 door een werkgever uitbetaald heeft gekregen op zijn bankrekening. Ditzelfde bedrag komt overeen met de overgelegde jaaropgaven uit 2023 en 2024. Uit de overgelegde screenshots blijkt echter niet dat dit geld contant is opgenomen van zijn bankrekening. De verklaring in combinatie met de overgelegde stukken geeft daarom onvoldoende tegenwicht tegen de verdenking van witwassen. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Het onder 3 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring van feit 3 redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het onder 1 en 2 bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1</para>
        <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 november 2024 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland, opzettelijk heeft verkocht en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> afgeleverd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> verstrekt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> vervoerd, <emphasis role="strike-through">een of meer hoeveelheden, in elk geval</emphasis> een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en</para>
        <para>plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 1 november 2024 te Mijnsheerenland, gemeente Hoeksche Waard, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2926 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3</para>
        <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 1 november 2024 te Mijnsheerenland, gemeente Hoeksche Waard, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland, één </emphasis>een <emphasis role="strike-through">of meerdere </emphasis>voorwerp<emphasis role="strike-through">en </emphasis>(<emphasis role="italic">een </emphasis>contant geldbedrag ad Eur 3.735)<emphasis role="strike-through">,</emphasis> voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist<emphasis role="strike-through">, althans redelijkerwijs moest vermoeden</emphasis> dat dat<emphasis role="strike-through">/die </emphasis>voorwerp<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was<emphasis role="strike-through">/waren</emphasis> uit enig (eigen) misdrijf;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eenvoudig witwassen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich vanaf zestienjarige leeftijd, gedurende een periode van ongeveer een jaar, schuldig gemaakt aan de handel in en het bezit van (soft)drugs. Hij is hierdoor medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die door het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Het gebruik van softdrugs is schadelijk voor de (volks)gezondheid en de handel in drugs veroorzaakt overlast voor de samenleving. De verdachte heeft met zijn handelwijze bijgedragen aan de instandhouding van het illegale drugscircuit. Algemeen bekend is dat de handel in drugs gepaard gaat met (zware) criminaliteit en ondermijning van de samenleving. De verdachte heeft daarbij enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Dit blijkt ook uit het feit dat er een geldbedrag van </para>
        <para>€ 3.735,- bij de verdachte is aangetroffen, dat afkomstig is uit de handel in softdrugs door de verdachte. Met het voorhanden hebben van een dergelijk groot geldbedrag wordt crimineel gedrag in de hand gewerkt en in stand gehouden, omdat door de verdachte en mensen om hem heen gedacht kan worden dat crimineel gedrag loont. Ook wordt hierdoor de Staat, en daarmee dus ook de samenleving, benadeeld, omdat over die (criminele) inkomsten geen belasting wordt betaald.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 mei 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een misdrijf. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Rapportage en verklaring van de deskundige op de terechtzitting</emphasis>
          </para>
          <para>De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 13 mei 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. </para>
          <para>Uit onderzoek blijkt dat de verdachte een jongen is die het lastig vindt om nee te zeggen en moeite heeft om zijn emoties te uiten. Ten aanzien van het onderhavige delict blijkt dat geld zijn belangrijkste motief was. De verdachte heeft nu wel een bijbaantje, echter ziet de</para>
          <para>Raad hierin wel een risicofactor doordat de verdachte heeft ervaren hoe het is om</para>
          <para>veel geld te verdienen in een korte periode. Het belangrijkste is dat de verdachte</para>
          <para>niet terugvalt in probleemgedrag en hierbij de juiste ondersteuning krijgt. Momenteel is de jeugdreclassering voor het schorsingstoezicht betrokken bij de verdachte. Geadviseerd wordt om de begeleiding door de jeugdreclassering voorlopig door te laten lopen. De verdachte is door de jeugdreclassering aangemeld bij De Waag voor een forensische behandeling en de verdachte heeft een jongerencoach waar hij gesprekken mee voert. Het is belangrijk dat de verdachte verder aan de slag gaat met het nee leren zeggen tegen anderen, zodat hij niet opnieuw te maken krijgt met probleemsituaties.</para>
          <para>Het lijkt momenteel heel goed te gaan met de verdachte en het is belangrijk dat hij dat vasthoudt. </para>
          <para>
            <?linebreak?>De Raad adviseert een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:<?linebreak?>- meewerkt aan hulpverlening (o.a. begeleiding door een jongerencoach en behandeling bij de Waag) wanneer de jeugdreclassering dit nodig acht;<?linebreak?>- zich gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht, en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken, </para>
          <para>waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Jeugdbescherming west opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ter zitting heeft de jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [persoon A] , </emphasis>zich aangesloten bij het advies van de Raad. De jeugdreclassering acht een proeftijd van één jaar voldoende. De jeugdreclasseerder heeft, ter toelichting op de aanmelding van de verdachte bij de Waag, naar voren gebracht dat de verdachte weliswaar afstand heeft genomen van de jongens waarmee hij destijds omging, maar dat er na zijn vrijlating nog wel aan hem werd getrokken door voormalige klanten en ‘jongens uit het vak’. Tot nu toe lukt het de verdachte om ‘nee’ te zeggen, maar de vraag is of hij dit vol kan houden. Daarom is de verdachte aangemeld bij De Waag voor een forensische behandeling.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de straf, te weten 60 dagen, voorwaardelijk op te leggen, met daaraan gekoppeld de voorwaarden die geadviseerd zijn door de Raad en de jeugdreclassering. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onvoorwaardelijke deel van de straf is gelijk aan de duur van het voorarrest. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis. Een terugkeer naar de jeugdgevangenis is niet in het belang van de ontwikkeling van de verdachte, en daarmee ook niet in dat van de samenleving.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank de straf die de officier van justitie heeft geëist, inclusief de hieronder besproken verbeurdverklaring, passend en geboden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>In beslag genomen voorwerp</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen geldbedrag van € 3.735,-  verbeurd te verklaren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het witwassen van het in beslag genomen geldbedrag van € 3.735,- en dat het geldbedrag daarom aan hem moet worden teruggegeven. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Vatbaar voor verbeurdverklaring zijn onder andere voorwerpen met betrekking waartoe een strafbaar feit is begaan. Het in beslag genomen geldbedrag  is witgewassen en wordt daarom verbeurd verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 33, 33a, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">jeugddetentie </emphasis>voor de duur van<emphasis role="bold"> 88 (achtentachtig) dagen</emphasis>;<?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot<emphasis role="bold"> 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis>, die wordt vastgesteld op <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht (hierna: de jeugdreclassering), te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;</para>
    <para />
    <para>- zich gedurende de proeftijd onder ambulante behandeling zal stellen van De Waag of een soortgelijke zorgverlener, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt;</para>
    <para />
    <para>- zich gedurende de proeftijd zal laten begeleiden door een jongerencoach , zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:</para>
    </parablock>
    <para>- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;<?linebreak?>- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslist ten aanzien van het voorwerp, geplaatst op de lijst van in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 3 het in beslag genomen geldbedrag van </para>
    <para>€ 3.735,-;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,</para>
      <para>en mrs. H. Biemond en R. van den Wildenberg, kinderrechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 november 2024 te<?linebreak?>Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland, opzettelijk<?linebreak?>heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,<?linebreak?>een of meer hoeveelheden, in elk geval een hoeveelheid van<?linebreak?>meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en<?linebreak?>plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere<?linebreak?>substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj<?linebreak?>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel<?linebreak?>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    <para />
    <para>2<?linebreak?>hij op of omstreeks 1 november 2024 te Mijnsheerenland, gemeente Hoeksche</para>
    <parablock>
      <para>Waard, althans in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>aanwezig heeft gehad</para>
      <para>ongeveer 2926 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van</para>
      <para>een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen</para>
      <para>van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj),</para>
      <para>zijnde hasjiesj</para>
      <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel</para>
      <para>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3<?linebreak?>hij op of omstreeks 1 november 2024 te Mijnsheerenland, gemeente Hoeksche<?linebreak?>Waard, althans in Nederland,<?linebreak?>één of meerdere voorwerpen (contant geldbedrag ad Eur 3.735),<?linebreak?>voorhanden heeft gehad,<?linebreak?>terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die<?linebreak?>voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen)<?linebreak?>misdrijf;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>