<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:11178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T12:23:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11711231 CV EXPL 25-2152</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2025-0534</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2025-0534</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:11178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-22T16:04:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:11178 Rechtbank Rotterdam , 25-09-2025 / 11711231 CV EXPL 25-2152</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:11178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zonder recht of titel in de woning? Geen medehuurder, dus huurovereenkomst niet automatisch voortgezet. Bewijsopdracht toezegging verhuurder om in de woning te mogen blijven woning na overlijden van moeder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:11178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Dordrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11711231 CV EXPL 25-2152</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 25 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Trivire</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Dordrecht,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. N. Vermeulen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 2 mei 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aanvullende stukken van Trivire voor de zitting. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 25 augustus 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de heer [persoon A] namens Trivire met mr. Vermeulen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mevrouw [gedaagde] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] woont in een woning van Trivire in Zwijndrecht.<footnote-ref linkend="_0317c0b3-3d4b-42d3-85e7-83540aabec6d" /> Volgens Trivire heeft [gedaagde] geen recht of titel om daar te wonen. Daarom vordert Trivire dat [gedaagde] de woning moet ontruimen. Verder eist Trivire dat [gedaagde] tot het moment dat zij de woning verlaat een gebruiksvergoeding betaalt. [gedaagde] wil in de woning blijven wonen en volgens haar heeft zij daar ook recht op. Zij beroept zich onder andere op een toezegging die Progrez (de rechtsvoorgangster van Trivire) aan haar zou hebben gedaan in een brief van december 2009:</para>
        <para>‘In dit kader is eveneens overeengekomen dat uw dochter na uw overlijden in de woning mag blijven wonen, mits zij blijft voldoen aan de geldende voorwaarden van de woningstichting. Deze regeling is opgesteld in nauw overleg met alle betrokken partijen en op hoge uitzondering.’</para>
        <para>Trivire betwist dat deze brief in 2009 door Progrez aan de moeder van [gedaagde] is gestuurd. Om te kunnen beoordelen of het verweer van [gedaagde] kans van slagen heeft, moet worden vastgesteld of de brief van 28 december 2009 daadwerkelijk door Progrez aan [gedaagde] is gestuurd. [gedaagde] wordt in de gelegenheid gesteld dit te bewijzen. Hierna wordt toegelicht waarom deze tussenstap nodig is.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is er gebeurd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] (geboren op [geboortedatum] 1958) heeft in 2007 haar echtgenoot verloren en in 2008 haar vader. Na het overlijden van haar vader heeft [gedaagde] aan Trivire gevraagd om de huurovereenkomst voor het gehuurde op naam van haar moeder te zetten. Dat heeft Trivire gedaan. Vanaf maart 2009 was de moeder van [gedaagde] dan ook huurster van de woning.</para>
        <para>
          [gedaagde] voert aan dat zij vanaf  2011 samen met haar moeder in de woning in Zwijndrecht heeft gewoond en totdat haar moeder in 2021 is overleden als mantelzorger voor haar heeft gezorgd. Trivire betwist dit laatste niet met zoveel woorden, maar zet er wel haar vraagtekens bij omdat actuele, relevante ‘bewijs’stukken ter onderbouwing ontbreken. Omdat het niet relevant is voor de beoordeling, wordt dit verder niet besproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Welke redenen geeft [gedaagde] om in de woning te mogen blijven?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Volgens [gedaagde] heeft zij er recht op om in de woning te blijven wonen, omdat:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>ze veel maatschappelijk werk doet in Zwijndrecht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>al vanaf 2011 in de woning woont en voor haar zieke moeder heeft gezorgd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Trivire altijd heeft toegestaan dat ze hier woonde;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>e rechtsvoorgangster van Trivire (Progrez) haar dat recht schriftelijk heeft gegeven in een brief van 28 december 2009;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het onredelijk zou zijn als zij de woning moet verlaten. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Medehuurder op grond van de wet?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op grond van de wet geen recht of titel om in de woning te blijven wonen (gekregen). Zij heeft namelijk niet gesteld en uit de stukken blijkt ook niet dat zij ooit een verzoek aan Trivire of aan de rechter heeft gedaan om medehuurder te worden, zodat zij deze positie langs die weg ook nooit heeft gekregen. [gedaagde] beroept zich wel op de brief van Progrez maar, afgezien van de vraag of deze brief echt is, staat daarin dat zij toestemming krijgt om bij haar moeder in te wonen. Dat is iets anders (minder vergaand) dan medehuurder zijn. Daarom mocht [gedaagde] als samenwoner hoogstens zes maanden in de woning blijven wonen na het overlijden van haar moeder.<footnote-ref linkend="_bc8201e7-0f10-40a8-abf1-5413e9c4cc5b" /> Voor de periode daarna geldt hierdoor dat [gedaagde] de huurovereenkomst niet automatisch heeft voortgezet.<footnote-ref linkend="_31b2b72e-293b-4071-97df-2a8e5521f6a3" /> [gedaagde] had binnen zes maanden na het overlijden van haar moeder een vordering bij de rechter kunnen instellen om te vragen of zij de huur mocht voortzetten. Zo’n eis heeft [gedaagde] niet binnen die termijn bij de rechter ingesteld. De redenen a, b en c maken dit niet verschoonbaar of anders. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is belangrijk om te weten of de brief van Progrez van 28 december 2009 echt is: [gedaagde] moet dit bewijzen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vierde reden (reden d) die [gedaagde] geeft, is dat Trivire haar toestemming heeft gegeven om bij haar moeder te wonen in het gehuurde én daarbij heeft toegezegd dat zij na het overlijden van haar moeder in de woning mag blijven wonen. Als dit waar is, zou dat [gedaagde] recht kunnen geven op een huurovereenkomst. Trivire zet echter vraagtekens bij de echtheid van deze brief en de kantonrechter begrijpt dat. De brief is van eind 2009, terwijl [gedaagde] naar eigen zeggen pas vanaf 2011 in de woning woonde. Ook is de moeder van [gedaagde] pas in 2021 overleden. Dat maakt het opmerkelijk dat er in een brief van 2009 al wordt gerefereerd aan de situatie na haar overlijden. Verder staat er volgens Trivire een typefout in de naam van de ondertekenaar van de brief, klopt de naam van de afdeling niet en is het briefhoofd niet juist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] beroept zich op het rechtsgevolg van de brief, namelijk dat er een afspraak tussen haar en Trivire bestaat dat zij in de woning mag wonen. Daarom heeft [gedaagde] de bewijslast van haar stelling dat de brief van 28 december 2009 echt is en krijgt zij een bewijsopdracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Direct nadat [gedaagde] bewijs heeft geleverd, mag Trivire (tegen)bewijs leveren. De partijen mogen pas op elkaars bewijs reageren als het leveren van bewijs door beide partijen is afgerond. De kantonrechter beoordeelt daarna of het bewijs geleverd is en of reden e nog moet worden beoordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>draagt [gedaagde] op om te bewijzen dat de brief van Progrez van 28 december 2009 echt is;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">schriftelijk bewijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat als [gedaagde] schriftelijk bewijs wil leveren dit bewijs uiterlijk een dag voor de rolzitting van <emphasis role="bold">23 oktober 2025 </emphasis>om 10:00 uur in tweevoud moet zijn ontvangen op de rechtbank;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">getuigenbewijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat als [gedaagde] getuigen wil laten horen, zij uiterlijk een dag voor de rolzitting die hiervoor is genoemd het aantal en de personalia van de getuigen moet opgeven en de verhinderdata van de getuigen en <emphasis role="underline">beide</emphasis> partijen voor de maanden december 2025 en januari en februari 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst erop dat [gedaagde] na het bepalen van een datum en plaats voor het getuigenverhoor zelf de getuigen moet oproepen;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ander bewijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>bepaalt dat als [gedaagde] op een andere manier bewijs wil leveren, zij uiterlijk een dag voor de rolzitting die hiervoor is genoemd aan de kantonrechter moet laten weten hoe;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>703</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0317c0b3-3d4b-42d3-85e7-83540aabec6d" label="1">
    <para> [adres] </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc8201e7-0f10-40a8-abf1-5413e9c4cc5b" label="2">
    <para> Als zij toen voldeed aan de wettelijke eis dat zij haar hoofdverblijf had in de woonruimte en met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding had. Dat staat in de eerste zin van artikel 7:268 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
  <footnote id="_31b2b72e-293b-4071-97df-2a8e5521f6a3" label="3">
    <para> Dat volgt uit de tweede zin van artikel 7:268 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>