<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:10957</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T13:45:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11649804 CV EXPL 25-9546</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10957">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10957</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T13:45:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:10957 Rechtbank Rotterdam , 22-08-2025 / 11649804 CV EXPL 25-9546</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:10957:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst van opdracht. Vordering betaling factuur toegewezen. De kantonrechter is van oordeel dat eiseres, anders dan gedaagde meent, geen dubbele kosten in rekening heeft gebracht. Blijkens de algemene voorwaarden heeft de eerste factuur – die al is betaald – betrekking op een aanbetaling van 60% van de kosten en heeft de tweede factuur – waarvan betaling gevorderd wordt – betrekking op de resterende 40% van de kosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:10957:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11649804 CV EXPL 25-9546</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 22 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: [plaats 1] ,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>vertegenwoordigd door: [gemachtigde 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 2 april 2025, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het  antwoord, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de dupliek</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde] hebben een overeenkomst van opdracht gesloten. [eiseres] heeft in het kader van deze overeenkomst werkzaamheden voor [gedaagde] verricht. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] de factuur voor deze werkzaamheden niet betaald. [eiseres] eist daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om € 1.885,98 aan haar te betalen. Omdat [gedaagde] de factuur niet op tijd heeft betaald, eist [eiseres] dat [gedaagde] ook een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten en de rente aan haar moet betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de eis van [eiseres] . Volgens [gedaagde] heeft zij de kosten voor de verrichte werkzaamheden al aan [eiseres] betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de eis van [eiseres] toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de factuur van € 1.885,98 aan [eiseres] betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter leidt uit de stukken af dat [eiseres] in opdracht van [gedaagde] een zogenoemde ‘nulmeting’ heeft uitgevoerd en dat [eiseres] voor deze werkzaamheden twee facturen aan [gedaagde] heeft gestuurd. De factuur van 24 november 2022 met [factuurnummer 1] van € 5.227,20 (hierna: de eerste factuur) is op 28 november 2022 door [gedaagde] betaald. Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] ook de factuur van 29 februari 2024 met [factuurnummer 2] van € 1.885,98 (hierna: de tweede factuur) aan [eiseres] moet betalen. Volgens [gedaagde] ziet de tweede factuur namelijk op dezelfde werkzaamheden als de werkzaamheden die [eiseres] op de eerste factuur in rekening heeft gebracht en waarvoor [gedaagde] dus al heeft betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] , anders dan [gedaagde] meent, geen dubbele kosten voor de werkzaamheden in rekening heeft gebracht. [eiseres] heeft namelijk ten aanzien van ‘de nulmeting’ op de eerste factuur een aantal van 0,6 en op de tweede factuur een aantal van 0,4 in rekening gebracht. Volgens artikel 6 van de algemene voorwaarden brengt [eiseres] voor aanvang van de werkzaamheden 60% van de totale kosten in rekening. De kantonrechter begrijpt hieruit dat op de eerste factuur de aanbetaling van 60% van de kosten voor de nulmeting in rekening is gebracht en op de tweede factuur de resterende 40% van de kosten voor de nulmeting. [eiseres] heeft dus slechts één keer de volledige kosten voor de nulmeting (in totaal € 3.600,00 exclusief btw) in rekening gebracht bij [gedaagde] . [eiseres] heeft daarnaast op de eerste factuur € 2.160,00 aan kosten voor ‘CE Markering &amp; Product testen’ en op de tweede factuur € 118,66 aan ‘KM-kosten’ (kosten voor de gereden kilometers) in rekening gebracht. Ook deze twee kostenposten zijn dus eenmalig – en niet dubbel – door [eiseres] in rekening gebracht. Beide facturen zijn tot slot verhoogd met 21% btw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Nu [eiseres] geen dubbele kosten in rekening heeft gebracht en [gedaagde] de tweede factuur, met de resterende 40% van de kosten voor de nulmeting en de kosten voor de gereden kilometers, tot op heden niet heeft betaald, veroordeelt de kantonrechter [gedaagde] om de tweede factuur van € 1.885,98 alsnog aan [eiseres] te betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet een vergoeding voor de incassokosten van € 282,90 betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De incassokosten van € 282,90 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). Op grond van artikel 6 van de algemene voorwaarden worden de incassokosten vastgesteld op 15% van de hoofdsom. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet rente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente berekend tot 2 april 2025 bedraagt € 349,71.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht, € 476,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 238,00) en € 119,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.231,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 2.518,59 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 1.885,98 vanaf 2 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.231,35;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>62828</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>