<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:10605</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T09:23:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/698409 / FA RK 25-3170</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>GZR-Updates.nl 2025-0268</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10605">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10605</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-05T09:04:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:10605 Rechtbank Rotterdam , 21-05-2025 / C/10/698409 / FA RK 25-3170</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:10605:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wvggz. Klacht ex artikel 10:7 lid 1 Wvggz, schadevergoeding ex artikel 10:11 lid 2 Wvggz. Ex tunc en ex nunc toetsing. De rechtbank verklaart de klachten over de opname en het beperken van de bewegingsvrijheid ongegrond en wijst het schadevergoedingsverzoek af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:10605:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Team familie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rekestnummer: C/10/698409 / FA RK 25-3170 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 21 mei 2025 betreffende een klacht als bedoeld in artikel 10:7 lid 1 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) tevens houdende de beslissing op het verzoek tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 10:11 lid 2 Wvggz </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1991, [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna: verzoeker,</para>
      <para>wonende te [plaats 1] ,</para>
      <para>op dit moment verblijvende in [zorgaanbieder 1] te [plaats 2] ,</para>
      <para>advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [zorgaanbieder 2] te [plaats 3] (hierna: [zorgaanbieder 2] ); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [zorgaanbieder 1] te [plaats 2] (hierna: [zorgaanbieder 1] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de zorgverantwoordelijke van verzoeker (hierna: zorgverantwoordelijke).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van verzoeker met bijlagen, ingekomen op 23 april 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van [zorgaanbieder 2] met bijlagen, ingekomen op 7 mei 2025. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 mei 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>verzoeker met zijn hiervoor genoemde advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [persoon A] , psychiater, verbonden aan [zorgaanbieder 2] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [persoon B] , arts in opleiding tot psychiater, verbonden aan [zorgaanbieder 1] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 21 november 2024 heeft deze rechtbank ten aanzien van </para>
        <para>verzoeker tot en met 21 november 2025 een zorgmachtiging verleend, waarin onder meer het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid als vormen van verplichte zorg zijn opgenomen. Deze zorgmachtiging is gewijzigd bij een beschikking van 21 maart 2025 van deze rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 27 februari 2025 heeft de zorgverantwoordelijke middels een artikel 8:9 Wvggz beslissing besloten tot het verlenen van de volgende vormen van verplichte zorg: het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid (hierna: de artikel 8:9 Wvggz beslissing). Op dezelfde datum is een beslissing over de wilsbekwaamheid van verzoeker genomen, inhoudende dat verzoeker niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen inzake zijn zorg en zijn rechten en plichten (hierna: de artikel 1:5 Wvggz beslissing).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verzoeker is als gevolg van de artikel 8:9 Wvggz beslissing opgenomen in een accommodatie van [zorgaanbieder 2] in [plaats 3] . Daarmee is ook zijn bewegingsvrijheid beperkt. Inmiddels is verzoeker overgeplaatst naar een kliniek van [zorgaanbieder 1] in [plaats 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 14 maart 2025 klachten tegen de artikel 8:9 Wvggz beslissing en de artikel 1:5 Wvggz beslissing vergezeld van een schorsingsverzoek bij de klachtencommissie van [zorgaanbieder 2] (hierna: de klachtencommissie) ingediend  met het verzoek aan hem een billijke schadevergoeding ten laste van de zorgaanbieder toe te kennen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 19 maart 2025 heeft de klachtencommissie het schorsingsverzoek afgewezen. De klachtencommissie heeft op 27 maart 2025 de beslissing op de klachten mondeling medegedeeld en deze op 7 april 2025 schriftelijk vastgelegd. De klachtencommissie heeft de klachten ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 23 april 2025 heeft verzoeker de rechtbank verzocht om een beslissing over de klachten te nemen, de beslissing waartegen de klachten zich richt, te schorsen, en een schadevergoeding toe te kennen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 28 april 2025 heeft de rechtbank het schorsingsverzoek afgewezen en de behandeling van de overige verzoeken aangehouden tot 9 mei 2025.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Verzoek en verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoeker verzoekt om de door hem ingediende klachten tegen de artikel 8:9 Wvggz beslissing en de artikel 1:5 Wvggz beslissing alsnog gegrond te verklaren, de genomen beslissingen van 27 maart 2025 te vernietigen en aan hem een billijke schadevergoeding ten laste van de zorgaanbieder toe te kennen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Kort weergegeven, stelt verzoeker dat het niet noodzakelijk was om hem op te nemen aangezien het ernstig nadeel in de thuissituatie kan worden afgewend. Er was en is ook nu voor wat betreft de zorgvormen <emphasis role="italic">opname in een accommodatie en beperking van de bewegingsvrijheid</emphasis> niet voldaan aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. Verder wordt door verzoeker betwist dat hij niet in staat was en is tot redelijke waardering van zijn belangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Daarnaast stelt verzoeker dat door de opname er een ernstige inbreuk is gemaakt op zijn recht op zelfbeschikking en dat hij zonder noodzaak van zijn vrijheid is beroofd en daardoor schade heeft geleden. Om die reden verzoekt hij de rechtbank hem een redelijke schadevergoeding toe te kennen ten bedrage van € 100,- per dag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De zorgaanbieder voert gemotiveerd verweer en verzoekt de rechtbank de klachten ongegrond te verklaren en stelt dat er geen grond bestaat voor schadevergoeding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 10:7 Wvggz kan verzoeker, binnen zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan hem is meegedeeld, een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift indienen bij de rechter ter verkrijging van een beslissing over de klachten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Aangezien het verzoekschrift op 23 april 2025 door de rechtbank is ontvangen, is het verzoekschrift tijdig gediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Dit betekent dat de rechtbank toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de verzoeken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Klachten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit jurisprudentie van de Hoge Raad onder de Wet Bijzonder opneming in psychiatrische ziekenhuizen, die naar mening van de advocaat-generaal van de Hoge Raad van 11 november 2020 (ECLI:NL:PHR:2020:1070) onder de Wvggz nog geldt, volgt dat de rechter in volle omvang moet toetsen of bij de beslissing tot uitvoering van de crisismaatregel of zorgmachtiging aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid wordt voldaan. Dit moet niet alleen beoordeeld worden naar de ten tijde van de beslissing van de verplichte zorg geldende omstandigheden (een toetsing ‘ex tunc’), maar – mocht daarvan sprake zijn indien de betrokkene bezwaar maakt tegen de voortzetting van de verplichte zorg – ook in het licht van de omstandigheden ten tijde van de beslissing op het verzoek (toetsing ‘ex nunc’).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toetsing ex tunc</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De stelling van verzoeker dat het niet noodzakelijk was om hem op te nemen omdat het ernstig nadeel in de thuissituatie kon worden afgewend, volgt de rechtbank niet. Verzoeker is op 27 februari 2025 op grond van de lopende zorgmachtiging opgenomen na een ontregeling van zijn toestandsbeeld. De psychiater van [zorgaanbieder 2] verklaart dat verzoeker tot januari 2025 goed in contact was en meest waarschijnlijk ook medicatietrouw was. Vanaf januari 2025 werd in toenemende mate een floride psychotisch toestandsbeeld bij verzoeker gezien. De oorzaak van de ontregeling is niet goed duidelijk. Het vermoeden is dat dit ligt in het alcohol- en middelengebruik van verzoeker. De psychiater verklaart dat hij verzoeker voor zijn opname meerdere malen thuis heeft bezocht en daar een floride psychotisch beeld heeft waargenomen. Zo werd verzoeker in gesprek volledig in beslag genomen door de wanen en gedachten vanuit de psychose. Zo dacht verzoeker bijvoorbeeld dat er gas uit de douchekop werd gespoten. Klachten en meldingen vanuit buren en politie namen weer toe, met een groot risico op herhaling van de situatie zoals deze was voorafgaand aan de eerste zorgmachtiging. Om dit beeld af te wenden is geprobeerd de medicatie in een ambulant kader te verhogen. Verzoeker wilde hier echter niet aan meewerken. Het beeld verslechterde dusdanig dat enkel een opname nog effectief en doelmatig was. </para>
        <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de psychiater van [zorgaanbieder 2] en de overgelegde stukken. Verzoeker heeft onvoldoende concrete feiten en/of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan de rechtbank kan aannemen dat de opname en beperking in de bewegingsvrijheid niet noodzakelijk waren of dat (in een vrijwillig kader) minder ingrijpende mogelijkheden waren (in de ambulante  setting) om dit ernstig nadeel af te wenden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De psychiater van [zorgaanbieder 2] heeft toegelicht dat verzoeker voor opname compleet in beslag werd genomen door de psychose. Verzoeker zat in zijn eigen belevingswereld, met bijpassende wanen en uitspraken en de floride waanwereld domineerde de gesprekken. Om die reden was verzoeker volgens de psychiater van [zorgaanbieder 2] voorafgaand aan de opname niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen. Gelet op deze toelichting ziet de rechtbank geen redenen om te twijfelen aan de beoordeling dat verzoeker wilsonbekwaam werd geacht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toetsing ex nunc</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Het betoog van verzoeker dat een opname niet meer nodig is om het ernstig nadeel af te wenden volgt de rechtbank niet. Na opname werd het door de psychiater van [zorgaanbieder 2] genoemde floride psychotische beeld ook op de afdeling vastgesteld. Na een agressie-incident op de afdeling is verzoeker overgeplaatst naar [zorgaanbieder 1] . De arts van [zorgaanbieder 1] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat verzoeker sinds de opname bij [zorgaanbieder 1] rustiger is. Wel worden in het kader van de psychose nog uitgebreide wanen waargenomen. Dit heeft echter niet tot incidenten geleid zoals bij [zorgaanbieder 2] het geval was. Vanwege de aanloop naar de opname, waarbij het niet goed duidelijk was wat de ontregeling van verzoeker heeft veroorzaakt, is besloten om te wisselen van medicatie. Hoewel verzoeker verklaart altijd medicatietrouw te zijn geweest, is gekozen voor medicatie die ook als depot kan worden gegeven om zo toekomstige discussies over medicijngebruik te voorkomen. De arts verklaart dat hierin in de middag na de mondelinge behandeling de laatste stap wordt gezet. Daarna is het nog kort nodig verzoeker op deze dosis te monitoren. Als dat goed gaat, kan de medicatie worden omgezet naar een depot en kan verzoeker met ontslag. Dit behandelplan en daarmee de huidige opname voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan de vereisten van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. De arts heeft voldoende toegelicht dat de opname goed effect heeft gehad op verzoeker, dat dit de laatste loodjes zijn en dat het van belang is dat die afgerond worden. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende onderbouwd dat klinische opname noodzakelijk is om een verantwoorde overgang naar zorg in ambulante setting te waarborgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de arts van [zorgaanbieder 1] dat in het laatste gesprek met verzoeker nog sprake was van restgedachten over de waan die verzoeker heeft met betrekking tot zijn werk bij de defensie. Verzoeker heeft in die zin nog een gestoorde realiteitszin. Naar het oordeel van de arts blijkt hieruit dat verzoeker nog geen redelijke beslissingen kan nemen ter zake de verplichte vormen van zorg. Gelet op deze toelichting van de arts ziet de rechtbank geen redenen om te twijfelen aan de beoordeling dat verzoeker op dit moment nog wilsonbekwaam wordt geacht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Concluderend verklaart de rechtbank de klachten van verzoeker ongegrond. Het verzoek tot vernietiging van de op 27 maart 2025 genomen beslissingen zal worden afgewezen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Op grond van artikel 10:11 lid 2 Wvggz kent de rechter een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe. De rechtbank houdt bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding rekening met de ernst van de klachten en vooral met de gevolgen hiervan voor verzoeker.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Omdat de door verzoeker ingediende klachten ongegrond worden verklaard, is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor toekenning van de verzochte schadevergoeding ten aanzien van verzoeker. De rechtbank wijst het verzoek om een schadevergoeding dan ook af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Gelet op de aard van de procedure bepaalt dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart de klachten van verzoeker ongegrond;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>wijst af het verzoek tot toekenning van een schadevergoeding;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het anders of meer verzochte af.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. L. Berghuis-Knijff, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, op 21 mei 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>