<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:10532</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-02T10:28:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/324755-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10532">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10532</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-02T10:26:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:10532 Rechtbank Rotterdam , 15-04-2025 / 10/324755-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:10532:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdstrafrecht. Vrijspraak van het plegen van ontuchtige handelingen. Niet-ontvankelijkverklaring van de vorderingen benadeelde partij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:10532:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/324755-23</para>
      <para>Datum uitspraak: 15 april 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2003,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] , [postcode] [plaats] ,</para>
      <para>Raadsvrouw: mr. J.V. van Blitterswijk, advocaat te Rotterdam. </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 1 april 2025.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. A. de Bruijne heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van vier dagen met aftrek van het voorarrest;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende jeugddetentie.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hoewel er enkele verschillen in de verklaringen van de aangeefsters zijn, komen deze verklaringen op de hoofdpunten met elkaar overeen. De aangeefsters verklaren beiden uitgebreid over ‘de Griek’. De verdachte is Grieks en er zijn twee verklaringen over dat de Griek een zekere [naam] uit [plaats] is. Ook heeft de vader van [aangeefster 1] een foto laten zien, waaruit blijkt dat de verdachte de Griek zou zijn. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank zal allereerst de vraag moeten beantwoorden of de verdachte ‘de Griek’ is en stelt op basis van het dossier het volgende vast. Uit de verklaringen van de aangeefsters is gebleken dat zij allebei niet weten wie ‘de Griek’ is, maar zij geven wel een omschrijving van het uiterlijk van ‘de Griek’. [aangeefster 2] heeft daarnaast verklaard dat hij ‘ [naam] ’ heet en dat zij contact met hem heeft gehad via Snapchat. [medeverdachte] heeft een lijstje gemaakt met namen van de daders. Hoewel hij eerder verklaard heeft niet te weten wie ‘de Griek’ is, staat op dat lijstje [naam] (Griek) geschreven. Uit het dossier is verder gebleken dat er een fotoconfrontatie heeft plaatsgevonden met [aangeefster 1] . De persoon op de foto was volgens de aangeefster ‘de Griek’ niet. Niet duidelijk is wat of wie er op de foto is te zien, omdat hierover geen proces-verbaal van bevindingen is opgemaakt en deze foto niet aan het dossier is toegevoegd. De vader van [aangeefster 1] heeft navraag gedaan over de identiteit van ‘de Griek’ en is daardoor in het bezit van een adres in [plaats] en een foto van ‘de Griek’, het adres waar de verdachte woont. Maar dit biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten dat de verdachte ‘de Griek’ is die ontuchtige handelingen heeft verricht bij de aangeefsters. Het dossier bevat anders dan de omschrijving van het uiterlijk, de naam ‘ [naam] ’ en het gegeven dat het om een Griekse jongen uit [plaats] zou gaan geen andere aanknopingspunten over de identiteit van ‘de Griek’.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op het voorgaande kan de rechtbank op basis van het dossier niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat de verdachte ‘de Griek’ is. Dit betekent echter niet dat de rechtbank de verklaringen van de aangeefsters niet geloofwaardig acht of daaraan geen waarde hecht, maar enkel dat de rechtbank op basis van dit dossier niet met de vereiste mate van zekerheid kan vaststellen dat de verdachte degene is over wie de aangeefsters hebben verklaard.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>De onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zijn niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [aangeefster 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [aangeefster 1] , ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 5.000,-  aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [aangeefster 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [aangeefster 2] , ter zake van het onder  2 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2.000,-  aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert integrale toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt primair, vanwege de bepleite vrijspraak, de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair verzoekt de verdediging om de vordering van [aangeefster 1] te matigen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partijen [aangeefster 1] en [aangeefster 2] zullen in de vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte zal worden vrijgesproken van de onder 1 en onder 2 ten laste gelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de vorderingen van de benadeelde partijen [aangeefster 1] en [aangeefster 2] niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoedingen geen inhoudelijke beslissing genomen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partijen [aangeefster 1] en [aangeefster 2] niet-ontvankelijk in de vorderingen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partijen [aangeefster 1] en [aangeefster 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,</para>
      <para>en mrs. K.T.F. Chocolaad-de Bos en A. Wolthuis, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat </para>
      <para>1.</para>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 01 april 2021 tot en met 1 mei 2021 te [plaats] , met [aangeefster 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 1] , te weten het meermalen, althans eenmaal</para>
    </parablock>
    <para>- brengen en/of houden van zijn, verdachtes penis in de mond en/of de vagina van die [aangeefster 1] en/of</para>
    <para>- het plaatsen van zijn handen op de borsten van die [aangeefster 1] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 01 april 2021 tot en met 1 mei 2021 te [plaats] , met [aangeefster 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 2] , te weten het meermalen, althans eenmaal</para>
    </parablock>
    <para>- brengen en/of houden van zijn, verdachtes penis in de mond van die [aangeefster 2] .</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>