<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:10461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-29T19:49:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/699237 / KG ZA 25-414</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10461">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-29T19:49:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:10461 Rechtbank Rotterdam , 06-06-2025 / C/10/699237 / KG ZA 25-414</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:10461:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Verstek. Vordering tot verlaten woning en straatverbod toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:10461:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3727226d-d6ee-462d-9f17-f3c983bf66ba" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a83d5e1f-b5bd-4db3-a6f6-df63b873418a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/699237 / KG ZA 25-414</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 6 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. I. Correljé te Hoek van Holland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 13 mei 2025, met 1 productie. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 mei 2025.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek tegen [gedaagde] wordt verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang volgt uit de stellingen van [eiseres] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is de (meerderjarige) zoon van [eiseres] . Zij wonen samen in de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: de woning). [eiseres] heeft haar zoon gevraagd om de woning te verlaten, omdat hij vaak agressief is en haar vrijwel dagelijks in ernstige mate bedreigt. Ook vernielt [gedaagde] meubels, muren en deuren van de woning. [gedaagde] heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek van zijn moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te verlaten en zijn eigendommen mee te nemen (en daarmee gedeeltelijk te ontruimen). Die vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen. Gelet op de ernst van de situatie wordt de termijn om de woning te verlaten en gedeeltelijk te ontruimen bepaald op 24 uur na betekening van dit vonnis (art. 555 en 502 lid 1 Rv). Verder zal de voorzieningenrechter [eiseres] machtigen om zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie de tenuitvoerlegging van de veroordeling te bewerkstelligen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert verder dat het [gedaagde] wordt verboden om de woning gedurende één jaar na de betekening van het vonnis te bewonen dan wel te betreden alsmede zich binnen een straal van 500 meter rondom de woning te bevinden. Voor toewijzing van een dergelijke vordering is vereist dat sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. Uit de dagvaarding en de toelichting ter zitting is voldoende gebleken dat daarvan sprake is. Gezien de ernst en structurele aard van de gedragingen van [gedaagde] is toewijzing van het gevorderde verbod gerechtvaardigd. Daarbij wordt de dwangsom toegewezen als gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiseres] betalen. Omdat [eiseres] op basis van een toevoeging procedeert blijven de verschotten beperkt tot het verschuldigde griffierecht en worden de proceskosten begroot op:</para>
      <para>- griffierecht:		€   90,00</para>
      <para>- salaris advocaat:	€ 715,00</para>
      <para>- nakosten:		<emphasis role="underline">€ 178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal:			€ 983,00</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent verstek tegen [gedaagde] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om de woning aan het [adres] , [postcode] in [plaats] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te verlaten en zijn eigendommen mee te nemen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>machtigt [eiseres] om met behulp van de sterke arm van politie en justitie de tenuitvoerlegging van de veroordeling in 3.2. te bewerkstelligen indien [gedaagde] in gebreke blijft om daaraan te voldoen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] om gedurende één jaar na de betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] , [postcode] in [plaats] te bewonen dan wel te betreden alsmede zich binnen een straal van 500 meter rondom de woning te bevinden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 3.4. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 983,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als hij niet tijdig aan die veroordeling voldoet en het vonnis wordt betekend, moet hij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2025.</para>
        <para>[2971/638]</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>