<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:10112</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-29T15:50:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11663329 VZ VERZ 25-2929</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10112">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10112</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-29T15:49:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:10112 Rechtbank Rotterdam , 14-05-2025 / 11663329 VZ VERZ 25-2929</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:10112:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek verwijderen BKR-registraties. Voornemen verwijzing naar team Handel en Haven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:10112:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11663329 VZ VERZ 25-2929</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 14 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [plaats 1] ,</para>
      <para>verzoeker, </para>
      <para>die zelf procedeert,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: [plaats 2] ,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>die nog geen gelegenheid heeft gehad om te reageren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De Rechtbank Rotterdam, afdeling Kanton, heeft op 18 april 2025 een verzoekschrift van [verzoeker] ontvangen. [verzoeker] stelt daarin dat [verweerster] meerdere negatieve registraties op zijn naam in het Centraal Krediet Informatiesysteem heeft geplaatst. Volgens [verzoeker] is er geen rechtsgeldige grondslag voor deze registraties, nu hij nooit een kredietovereenkomst met [verweerster] heeft gesloten. [verzoeker] stelt verder dat hij uit de registraties afleidt dat deze betrekking hebben op een vordering die [bedrijf] meer dan dertien jaar geleden op hem had. Volgens [verzoeker] is deze vordering nooit rechtsgeldig gecedeerd aan [verweerster] en is de vordering overigens ook verjaard. Ondanks verzoeken daartoe van [verzoeker] , heeft [verweerster] volgens [verzoeker] de registraties tot op heden niet verwijderd en ook nagelaten hem van nadere informatie omtrent de registraties te voorzien. [verzoeker] stelt dat het handelen van               [verweerster] onrechtmatig is en dat hij als gevolg van dat handelen immateriële schade heeft geleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om [verweerster] te bevelen zorg te dragen voor het verwijderen van alle negatieve BKR-registraties op zijn naam, op straffe van een dwangsom, en voor recht te verklaren dat er geen rechtsgeldige grondslag bestaat voor de registraties en dat een eventuele vordering die [verweerster] op [verzoeker] zou hebben verjaard is. Daarnaast verzoekt [verzoeker] de kantonrechter om [verweerster] te veroordelen om een immateriële schadevergoeding van €1.000,00 aan hem te betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De kantonrechter is niet bevoegd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het verzoek van [verzoeker] gaat in de kern om het verwijderen van de BKR-registraties. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 79 AVG. Voor deze zaken is inderdaad een verzoekschriftprocedure voorgeschreven (artikel 35 UAVG). De kantonrechter is echter voorlopig van oordeel dat [verzoeker] dit verzoekschrift had moeten indienen bij de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank en niet bij de kantonrechter. Het uitgangspunt is namelijk dat verzoekschriften in eerste aanleg worden behandeld door de rechtbank (artikel 42 RO). Voor bepaalde verzoeken is in de wet bepaald dat de kantonrechter deze mag behandelen, maar dat is niet het geval voor verzoeken op grond van de AVG. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, voornemens om deze procedure te verwijzen naar de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank (artikel 71 Rv). De kantonrechter geeft beide partijen eerst de gelegenheid om zich uit te laten over dit voornemen. Als de partijen niets van zich laten horen, gaat de kantonrechter ervan uit dat zij geen bezwaren hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst partijen volledigheidshalve nog op het volgende. Hoewel bij de afdeling Handel en Haven normaal gesproken alleen geprocedeerd mag worden met een advocaat, geldt dat niet bij AVG-verzoeken (artikel 35 lid 4 UAVG). Indien deze procedure verwezen wordt naar de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank, mogen partijen indien zij dat wensen dus zelf, zonder bijstand van een advocaat, procederen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Omdat [verweerster] nog niet op de hoogte is van het verzoekschrift van [verzoeker] , wordt tegelijk met deze tussenbeschikking het verzoekschrift aan haar gezonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>geeft beide partijen de gelegenheid om zich <emphasis role="bold">uiterlijk dinsdag 10 juni 2025</emphasis> uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om deze zaak te verwijzen naar de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>62828</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>