<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:10048</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-20T12:39:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11662311 CV EXPL 25-1689</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10048">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10048</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-20T09:42:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:10048 Rechtbank Rotterdam , 14-08-2025 / 11662311 CV EXPL 25-1689</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:10048:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Q-Park; verlaten parkeergarage zonder te betalen door om de slagboom heen te rijden met motor; door de parkeergarage in te rijden heeft gedaagde een (parkeer)overeenkomst met Q-Park gesloten en de algemene voorwaarden van Q-Park geaccepteerd. Volgens gedaagde lijdt Q-Park geen schade omdat hij zijn motor niet in een vak zet maar  op een stoep, maar ook wanneer er buiten een parkeervak wordt geparkeerd, dient er te worden betaald. Er wordt immers gebruik gemaakt van de parkeergarage. Q-Park baseert haar schade en de hoogte daarvan op haar algemene voorwaarden. In zaken waar een overeenkomst wordt gesloten met een consument moet de kantonrechter ambtshalve – dus zonder dat daarop door partijen een beroep wordt gedaan – onderzoeken of een beroep wordt gedaan op oneerlijke bedingen in de overeenkomst en/of toepasselijke algemene voorwaarden. De bepaling in de algemene voorwaarde waarop Q-Park haar vordering baseert (artikel 5.7) is naar het oordeel van de kantonrechter niet oneerlijk. Q-Park legt voldoende uit welke schade zij lijdt door het onrechtmatige gebruik en wat zij in rekening brengt bij gedaagde staat in een redelijke verhouding tot wat gedaagde heeft gedaan. De gevorderde bedragen van € 4,50 (het tarief voor een ‘verloren kaart) en € 373,81 (aanvullende schadevergoeding) zijn daarom redelijk en toewijsbaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:10048:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Dordrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11662311 CV EXPL 25-1689</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 14 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Q-Park Operations Netherlands B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Maastricht,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Q-Park’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 14 april 2025, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het antwoord, met een bijlage;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de repliek, met bijlagen en een usb-stick;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de dupliek, met bijlage.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de kern? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Q-Park verwijt [gedaagde] dat hij op 22 oktober 2024 de [parkeergarage] </para>
        <para> in [plaats] , met zijn motor heeft verlaten zonder te betalen. Q-Park eist een bedrag van € 4,50 (het tarief voor een verloren parkeerkaart) en € 373,81 aan schadevergoeding gebaseerd op haar algemene voorwaarden. Daarnaast eist Q-Park rente en buitengerechtelijke incassokosten ad € 56,75. Zij legt aan haar vordering primair ten grondslag dat [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst, subsidiair dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door de parkeergarage te verlaten door middel van het zogeheten ‘treintje rijden’ (het snel achter iemand anders aanrijden voor wie de slagboom wordt geopend) of het verlaten van de parkeergarage zonder geldig uitrijkaartje.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering van Q-Park. Hij vindt dat hij niet te hoeft betalen omdat hij geen gebruik maakt van een parkeerplek in de garage zodat Q-Park geen schade lijdt. [gedaagde] woont in een appartementencomplex boven de parkeergarage. [gedaagde] heeft een vergunning om zijn auto in de parkeergarage te parkeren en hij stalt zijn motor al dertien jaar in de parkeergarage naast de toegangsdeur tot het wooncomplex. De motor staat niet in een parkeervak en hij is daar al die jaren nooit op aangesproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt Q-Park in het gelijk, dat betekent dat [gedaagde] de hoofdsom en bijkomende kosten moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Vast staat dat [gedaagde] zijn motor heeft geparkeerd in de parkeergarage en die op 22 oktober 2024 heeft verlaten zonder te betalen door om de slagboom heen te rijden. Bij de ingang van de parkeergarage staat een bord waarop (onder meer) de parkeertarieven staan vermeld, dat de algemene voorwaarden van Q-Park van toepassing zijn en waar deze kunnen worden opgevraagd. Door de parkeergarage in te rijden heeft [gedaagde] een (parkeer)overeenkomst met Q-Park gesloten en de algemene voorwaarden van Q-Park geaccepteerd. </para>
        <para>Ook wanneer er buiten een parkeervak wordt geparkeerd, dient er te worden betaald. Er wordt immers gebruik gemaakt van de parkeergarage. Dat [gedaagde] dit al jaren doet en daar nooit op aangesproken is, betekent niet dat hij niet hoeft te betalen en om de slagboom heen mag rijden. Voor zover [gedaagde] bedoeld heeft te stellen dat hij een afspraak heeft met Q-Park over het parkeren van zijn motor, heeft hij dit onvoldoende onderbouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het tarief voor een verloren kaart van € 4,50 en de schade van € 373,81 worden toegewezen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] is conform de parkeerovereenkomst aansprakelijk voor de gevolgen voor het verlaten van de parkeergarage zonder te betalen. Q-Park baseert haar schade en de hoogte daarvan op haar algemene voorwaarden. In zaken waar een overeenkomst wordt gesloten met een consument moet de kantonrechter ambtshalve – dus zonder dat daarop door partijen een beroep wordt gedaan – onderzoeken of een beroep wordt gedaan op oneerlijke bedingen in de overeenkomst en/of toepasselijke algemene voorwaarden. De bepaling in de algemene voorwaarde waarop Q-Park haar vordering baseert (artikel 5.7) is naar het oordeel van de kantonrechter niet oneerlijk.</para>
        <para>Q-Park legt voldoende uit welke schade zij lijdt door het onrechtmatige gebruik en wat zij in rekening brengt bij [gedaagde] staat in een redelijke verhouding tot wat [gedaagde] gedaan heeft. De gevorderde bedragen van € 4,50 (het tarief voor een ‘verloren kaart) en </para>
        <para>€ 373,81 (aanvullende schadevergoeding) zijn daarom redelijk en toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De gevorderde wettelijke rente kan worden toegewezen vanaf het moment dat </para>
        <para>
          [gedaagde] in verzuim is. Dat is in dit geval de datum van het verlaten van de parkeergarage te weten 22 oktober 2024. Nakoming is namelijk blijvend onmogelijk na het verlaten van de parkeergarage zonder te betalen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De incassokosten van € 56,75 worden toegewezen omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De rente over de buitengerechtelijke kosten wordt pas toegewezen vanaf 25 november 2024 (19 dagen na de datum van genoemde bik brief) omdat Q-Park op die datum recht had op een vergoeding van die kosten (artikel 6:83 b BW).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die hij aan Q-Park moet betalen op </para>
        <para>€ 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 460,78 Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Q-Park dat eist en </para>
        <para>
          [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen € 435,06, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 378,31 vanaf 22 oktober 2024 en over </para>
        <para>€ 56,75 vanaf 25 november 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten die aan de kant van Q-Park worden begroot op € 460,78;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>745</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>