<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2025:10035</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-19T11:06:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/023853-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10035">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:10035</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-19T11:05:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:10035 Rechtbank Rotterdam , 05-08-2025 / 10/023853-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2025:10035:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdstrafrecht. Raadsman bepleit dat het OM in strijd heeft gehandeld met artikel 6 en 8 EVRM doordat beeldmateriaal van verdachte op social media is geplaatst zonder dat aan de daarvoor geldende eisen is voldaan. Rechtbank verwerpt dit verweer. Er bestaat geen grond voor niet-ontvankelijkheid van het OM in de vervolging. Verdachte wordt vrijgesproken van aanranding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2025:10035:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/023853-25</para>
      <para>Datum uitspraak: 5 augustus 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>raadsman mr. T.S. Kessel, advocaat te Dordrecht.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 22 juli 2025.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>De verdachte staat terecht op de verdenking van aanranding tijdens de carnaval van februari 2024 in Dordrecht: hij zou een vrouw plotseling hard in het kruis hebben gegrepen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Ontvankelijkheid officier van justitie</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft bepleit dat het openbaar ministerie (OM) niet-ontvankelijk is in zijn vervolging. Het OM heeft in strijd gehandeld met artikel 6 en 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) doordat beeldmateriaal van de verdachte op social media is geplaatst zonder dat aan de daarvoor geldende eisen is voldaan. Het tonen van de ongeblurde foto van de verdachte heeft verstrekkende gevolgen gehad voor de verdachte. Uit het dossier blijkt niet welke belangenafweging door het OM is gemaakt of dat de hoofdofficier het besluit tot openbaarmaking heeft genomen of daarbij anderszins betrokken was. De verbalisanten hebben geen proces-verbaal opgemaakt over wanneer en waarom de foto van de verdachte op social media is geplaatst. De verdediging heeft dit dan ook niet op basis van het dossier kunnen controleren. Er is hiermee een inbreuk gemaakt op de privacy van de verdachte en hem een eerlijk proces onthouden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen schending is van artikel 6 en 8 EVRM en het OM ontvankelijk is in zijn vervolging. Het OM heeft toestemming gegeven om de foto van de verdachte geblurd op social media te tonen. Toen dat geen resultaat opleverde, is er ook toestemming gegeven om de foto ongeblurd te tonen. Vervolgens is naar aanleiding van de tips de verdachte opgespoord en is hij aangehouden. Bij opsporingsberichtgeving wordt altijd een zorgvuldige belangenafweging gemaakt. Er wordt rekening gehouden met de impact die dit op de verdachte heeft. De officier van justitie begrijpt dat het vervelend voor hem is geweest, maar dat doet niet af aan het belang van het lopende onderzoek. Op dat moment woog het opsporingsbelang zwaarder dan het belang van de verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Voor een niet-ontvankelijkverklaring van het OM, de meest vergaande sanctie, is, gezien de jurisprudentie van de Hoge Raad, in beginsel slechts plaats indien de met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren een ernstige inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan (het Zwolsman-criterium). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Die situatie doet zich hier niet voor. Er was sprake van een verdenking van aanranding, een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarmee is het een feit waarover een opsporingsbericht onder de Aanwijzing opsporingsbericht (de Aanwijzing) toegelaten is. Een dergelijk bericht vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de officier van justitie (zie artikel 1.2 van de Aanwijzing). De officier van justitie heeft ter zitting uitgelegd dat er toestemming is gegeven door het OM voor het plaatsen van de geblurde en later ongeblurde foto van de verdachte op social media. De toestemming van de hoofdofficier was niet vereist omdat de identiteit van de verdachte niet openbaar is gemaakt (zie artikel 2.1 van de Aanwijzing). Dat er geen proces-verbaal is waarin de belangenafweging is neergelegd, is onvoldoende voor toepassing van het Zwolsman-criterium.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verweer van de raadsman wordt verworpen. Er bestaat dus geen grond voor niet-ontvankelijkheid van het OM in de vervolging. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is ontvankelijk.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank twijfelt niet aan de verklaring van de aangeefster dat zij op 10 februari 2024 is aangerand. De verklaring van aangeefster is echter niet voldoende voor een veroordeling: er is aanvullend bewijs nodig, zo geheten steunbewijs (art. 342 lid 2 Wetboek van Strafvordering). Dat is er in dit dossier niet, zeker niet voor de cruciale vraag of de verdachte degene is geweest die dit heeft gedaan. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. M.A. van der Laan-Kuijt, voorzitter, tevens kinderrechter,</para>
      <para>en mrs. N. Doorduijn en L.W.M. Hendriks, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 augustus 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 10 februari 2024 te Dordrecht,<?linebreak?>door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere<?linebreak?>feitelijkheid, te weten<?linebreak?>- het (onverhoeds) grijpen/knijpen in het kruis en/of<?linebreak?>- (vervolgens/daarmee) het aanraken en/of betasten en/of vastpakken en/of grijpen<?linebreak?>van/naar haar met kleding bedekte vagina<?linebreak?>[slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer<?linebreak?>ontuchtige handelingen, te weten<?linebreak?>het (onverhoeds) aanraken en/of betasten en/of vastpakken en/of grijpen van/naar<?linebreak?>haar met kleding bedekte vagina.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>