<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:9970</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-06T14:23:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/684246 / KG ZA 24-792</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2024-0517</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2024-0517</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:9970">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:9970</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-17T11:11:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:9970 Rechtbank Rotterdam , 11-10-2024 / C/10/684246 / KG ZA 24-792</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:9970:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Ontruiming. Toewijzing. Gedaagde verblijft op dit moment in de woning van zijn overleden moeder, maar gedaagde kan geen aanspraak (meer) maken op het voortzetten van de huurovereenkomst met betrekking tot die woning. Als de huurder van een woning overlijdt, kan een achterblijvende samenwoner namelijk binnen zes maanden na het overlijden van de huurder aan de rechter vragen om de huur van de woning te mogen voortzetten (artikel 7:268 lid 2 BW). Gedaagde heeft niet binnen die termijn verzocht of hij de huurovereenkomst met betrekking tot de woning kan voortzetten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:9970:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="63afc47e-a748-40cc-a245-5e58f8e571cc" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6cd09066-3964-4933-a010-daabc8b189bc" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/684246 / KG ZA 24-792</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 11 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PATRIMONIUM BARENDRECHT</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Barendrecht,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. Y.F. Rijswijk te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Barendrecht,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. G.J.C.R. Romet te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Patrimonium Barendrecht’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Waar gaat de zaak over?</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Patrimonium Barendrecht verhuurde de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in Barendrecht aan mevrouw [persoon A] , de moeder van [gedaagde] , die op 1 februari 2024 is overleden. [gedaagde] verblijft op dit moment in de woning van zijn overleden moeder. Patrimonium Barendrecht is van mening dat [gedaagde] geen recht heeft om in de woning te blijven wonen en daarom vordert zij in deze zaak – kort gezegd – dat [gedaagde] de woning binnen drie dagen na betekening van dit vonnis moet ontruimen. [gedaagde] is het niet eens met de vordering van Patrimonium Barendrecht, omdat hij in de woning wil blijven wonen. De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde] om de woning te ontruimen en om tot en met de dag van de ontruiming een gebruiksvergoeding aan Patrimonium Barendrecht te betalen. Dit wordt hierna uitgelegd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 23 augustus 2024, met bijlagen 1 tot en met 8;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte vermeerdering eis en overleggen aanvullende productie, met bijlage 9;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 27 september 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="underline">
      [gedaagde] kan geen aanspraak (meer) maken op voortzetting van de huurovereenkomst</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is vooruitlopend op het oordeel van de rechter in een gewone procedure van oordeel dat [gedaagde] geen aanspraak (meer) kan maken op het voortzetten van de huurovereenkomst met betrekking tot de woning. Als de huurder van een woning overlijdt, kan een achterblijvende samenwoner namelijk binnen zes maanden na het overlijden van de huurder aan de rechter vragen om de huur van de woning te mogen voortzetten (artikel 7:268 lid 2 BW). [gedaagde] heeft niet binnen die termijn verzocht of hij de huurovereenkomst met betrekking tot de woning kan voortzetten. Alleen al omdat de termijn van zes maanden dwingend is en er in deze zaak geen redenen zijn aangevoerd die tot de conclusie moeten leiden dat een (alleen bij hoge uitzondering gerechtvaardigde) uitzondering op die dwingende termijn moet worden gemaakt, heeft [gedaagde] geen recht (meer) om de huurovereenkomst met betrekking tot de woning voort te zetten. Dat hij die termijn niet kende, zoals hij heeft gezegd, is niet een zo uitzonderlijke omstandigheid dat een uitzondering is gerechtvaardigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [gedaagde] moet de woning ontruimen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] geen recht (meer) heeft om de huurovereenkomst met betrekking tot de woning voort te zetten, verblijft [gedaagde] op dit moment zonder recht of titel in de woning. Daarom veroordeelt de voorzieningenrechter hem overeenkomstig de vordering van Patrimonium Barendrecht om de woning te ontruimen. [gedaagde] krijgt daar een termijn van twee weken na vandaag de tijd voor. Dat is de gebruikelijke termijn voor een veroordeling om een woning te ontruimen en de voorzieningenrechter ziet gelet op het feit dat [gedaagde] al sinds 1 februari 2024 zonder recht of titel in de woning verblijft geen aanleiding om in zijn voordeel van die termijn af te wijken. Patrimonium Barendrecht heeft ook geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de voorzieningenrechter aanleiding geven om in haar voordeel van de gebruikelijke termijn af te wijken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [gedaagde] moet een gebruiksvergoeding betalen totdat hij de woning heeft ontruimd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 629,25 per maand betalen (artikel 7:225 BW). De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding om over die gebruiksvergoeding de wettelijke rente toe te wijzen, omdat van tevoren niet kan worden geconcludeerd dat [gedaagde] verzuimt om de gebruiksvergoeding op tijd te betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Patrimonium Barendrecht worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€	   112,99</para>
      <para>- griffierecht	€	   688,00</para>
      <para>- salaris advocaat €	   715,00 (tarief eenvoudige zaak)</para>
      <para>- nakosten	€	   <emphasis role="underline">178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal		€	1.693,99</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na vandaag de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in Barendrecht te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van Patrimonium Barendrecht te stellen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 september 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Patrimonium Barendrecht te betalen € 629,25 per maand;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.693,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als [gedaagde] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.</para>
        <para>3349 / 1980</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>