<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:9615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T14:43:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-338901-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:9615">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:9615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T14:36:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:9615 Rechtbank Rotterdam , 19-06-2024 / 10-338901-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:9615:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor medeplichtigheid aan diverse handelingen met heroïne en medeplichtigheid aan de voorbereiding van dat soort handelingen. De verdachte heeft haar huis ter beschikking gesteld als versnijdingspand en is daardoor medeverantwoordelijk geworden voor de bewezenverklaarde handelingen die anderen in dat pand uitvoerden. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 100 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 83 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren op.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:9615:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team straf 1</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 10-338901-23</para>
    <para>Datum zitting en uitspraak: 19 juni 2024</para>
    <para>Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <para>geboren in [geboorteplaats], op [geboortedatum], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres], raadsvrouw M. Wever, advocaat in Rotterdam. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Officier van justitie: N.G.H. Verschaeren</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschuldiging</title>
    <para>De verdachte wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan diverse handelingen met heroïne en van medeplichtigheid aan de voorbereiding van dat soort handelingen. De volledige tenlastelegging houdt in dat de verdachte:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 19 december 2023 te [plaatsnaam]</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 148,4 en/of 394,4 en/of 647,9 en/of 31,1 en/of 17,4 en/of 42,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 december 2023 te [plaatsnaam], opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de woning, gelegen aan [adres], ter beschikking te stellen voor het opslaan van die heroïne. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 19 december 2023 te [plaatsnaam]</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het opzettelijk vervaardigen van heroïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan die een of meer onbekend gebleven personen en/of zijn/hun mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>door een grote hoeveelheid versnijdingsmiddelen, te weten ongeveer 4.388 en/of 9.359 en/of 998,6 en/of 141 en/of 20.117 en/of 406,9 en/of 986,6 en/of 1.119,3 gram paracetamol en/of 11.379 gram cafeïne voorhanden te hebben bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 december 2023 te [plaatsnaam], opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de woning, gelegen aan [adres], ter beschikking te stellen voor het opslaan van die heroïne.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie vindt dat de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>Bewezen is dat de verdachte:</para>
      <para>1.</para>
      <para>een onbekend gebleven personen op 19 december 2023 te [plaatsnaam] opzettelijk aanwezig heeft gehad 148,4 en 394,4 en 647,9 en 31,1 gram heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 19 december 2023 te [plaatsnaam], opzettelijk behulpzaam is geweest door de woning, gelegen aan [adres], ter beschikking te stellen voor het opslaan van die heroïne. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>een onbekend gebleven personen op 19 december 2023 te [plaatsnaam], om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het opzettelijk bewerken, verwerken en het opzettelijk vervaardigen van heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan die onbekend gebleven personen wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>door een grote hoeveelheid versnijdingsmiddelen, paracetamol en cafeïne voorhanden te hebben bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 19 december 2023 te [plaatsnaam], opzettelijk behulpzaam is geweest, door de woning, gelegen aan de [adres], ter beschikking te stellen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsmotivering </emphasis>
      </para>
      <para>De bewezenverklaring steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen. Deze bewijsmiddelen zijn in dit verkorte vonnis niet opgenomen. Indien op een later moment uitwerking van de bewijsmiddelen nodig mocht zijn, zal dit afzonderlijk worden gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verboden gedraging en strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medeplichtigheid aan een feit, bedoeld in het vierde van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan zij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid feit en verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>De feiten en de verdachte zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vooraf</emphasis>
      </para>
      <para>Voor de bewezenverklaarde feiten wordt aan de verdachte een straf opgelegd. In deze strafmotivering zullen de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte worden besproken die bij de strafoplegging een rol spelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met proeftijd van twee jaren.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gepleegde feiten </emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft haar huis ter beschikking gesteld als versnijdingspand en is daardoor medeverantwoordelijk geworden voor de bewezenverklaarde handelingen die anderen in dat pand uitvoerden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heroïne is heel verslavend en het heeft grote negatieve gevolgen voor de gebruikers zelf en hun omgeving. Daarnaast heeft de verdachte overlast gecreëerd voor haar buren door haar woning, die zich in een woonwijk bevindt, ter beschikking te stellen voor criminele activiteiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezenverklaarde heroïnepreparaten (mengsels) hebben een uiterst lage concentratie heroïne (2-5%). Bij de bepaling van de uiteindelijke straf is dit opmerkelijke detail in strafverminderende zin meegewogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoon verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het strafblad van 28 mei 2024 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Stichting Verslavingsreclassering GGZ heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 maart 2024. Dit rapport houdt - samengevat en voor zover hier van belang - het volgende in. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. De verdachte is een zeer kwetsbare vrouw, waarbij middelenproblematiek en een negatief sociaal netwerk een grote rol spelen. Daarnaast zijn er vanuit verschillende instanties zorgen om de verdachte in verband met mogelijke criminele uitbuiting. Gelet hierop zijn reclasseringsbemoeienis en bijzondere voorwaarden geïndiceerd. De reclassering ziet op dit moment echter geen mogelijkheden om invulling te geven aan een toezicht en/of bijzondere voorwaarden. Nadat de verdachte op 4 januari 2024 is geschorst uit voorlopige hechtenis met bijzondere voorwaarden, is de verdachte niet bereikbaar gebleken voor de reclassering. De reclassering adviseert om die reden om de strafzaak af te doen zonder reclasseringsbemoeienis.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van het voorgaande is de na te noemen straf passend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de strafoplegging is gelet op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 48, 49 en 57 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Beslissingen</title>
    <para>De rechtbank:	</para>
    <para />
    <para>1. verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan;</para>
    <para />
    <para>2. stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    <para />
    <para>3. verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <para>4. veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">100 (honderd) dagen</emphasis>, waarvan <emphasis role="bold">83 (drieëntachtig) dagen</emphasis> voorwaardelijk, met een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>5. beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    <para />
    <para>6. heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>J.H. Janssen, voorzitter,</para>
      <para>H.I. Kernkamp-Maathuis en R.H. Kroon, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van E.S. Roman, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 19 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>