<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:8953</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-31T15:25:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/676598 / JE RK 24-729A</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:8953">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:8953</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T10:32:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:8953 Rechtbank Rotterdam , 15-05-2024 / C/10/676598 / JE RK 24-729A</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:8953:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging uithuisplaatsing. Belanghebbend of informant</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:8953:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/676598 / JE RK 24-729A</para>
      <para>Datum uitspraak: 15 mei 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1] ,</para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige 2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat mr. F.C. Hoogeveen, kantoorhoudende te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 3]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de stiefvader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank neemt in haar beoordeling het verzoekschrift met bijlagen van de GI mee, van 6 maart 2024, ontvangen op 29 maart 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 mei 2024. De zaak is gelijktijdig behandeld met het verzoek ten aanzien van Romaysa, welke beslissing in een afzonderlijke beschikking is opgenomen. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder met haar advocaat;</para>
      <para>- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 4] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De vader en de stiefvader zijn niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven in een gezinshuis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 28 november 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 8 december 2024. De rechtbank heeft bij diezelfde beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend tot 28 mei 2024.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2024 is voormelde beschikking van 28 november 2023, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, bekrachtigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinshuis te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. De kinderen hebben baat bij de rust en regelmaat die het gezinshuis hen biedt. Het onderzoek van het Kennis- en Service Centrum voor Diagnostiek (KSCD) moet worden afgewacht voordat het perspectief van de kinderen kan worden bepaald. De moeder geeft ter zitting aan dat het KSCD-onderzoek binnen een maand klaar zou moeten zijn, maar de GI kan dat niet bevestigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de moeder</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De moeder voert, mede bij monde van haar advocaat, verweer tegen het verzoek van de GI. Primair verzoekt zij het verzoek van de GI af te wijzen. De moeder is van mening dat zij zelf voor de kinderen kan zorgen en dat nog niet alle mogelijke hulp is ingezet om thuis een goede opvoedsituatie te kunnen bieden. ASVZ heeft niet de juiste hulp kunnen bieden. De moeder heeft voor zichzelf dagelijks contact met haar contactpersoon vanuit Antes, maar de begeleiding heeft zij even ‘on hold’ gezet, omdat zij te veel aan haar hoofd had. Het is voor de moeder lastig om de standpunten van de GI te weerleggen. Daarom is het zo belangrijk dat er door het onderzoek van het KSCD duidelijkheid komt. De moeder betreurt het dat het onderzoek zo lang duurt. Zij benadrukt dat zij haar medewerking al heeft verleend. De moeder heeft van het KSCD begrepen dat het rapport er binnen een maand zal zijn. Subsidiair verzoekt de moeder de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor een kortere duur, zodat de zaak over een maand of twee opnieuw op zitting komt en het KSCD-rapport kan worden besproken.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de procespositie van [naam 3]</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of [naam 3] als belanghebbende of informant dient te worden aanmerkt. [naam 3] is de partner van de moeder en de (juridische) vader van het halfzusje van de minderjarigen. Uit de overgelegde stukken volgt dat het gerechtshof Den Haag in de voornoemde beschikking van 20 maart 2024 [naam 3] heeft aangemerkt als belanghebbende. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen de minderjarigen en hun broer en halfzus.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>In artikel 798, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is bepaald dat – voor zover hier van belang  – onder belanghebbende wordt verstaan degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft. Een belanghebbende in de zin van dit artikel heeft specifieke processuele rechten en bevoegdheden, zoals het recht om het verzoekschrift en de beschikking toegezonden te krijgen, (in principe) alle stukken in te kunnen zien, opgeroepen te worden voor en toegang te krijgen tot de zitting en hoger beroep in te stellen. Niet gesteld en uit de stukken en het besprokene ter zitting is niet gebleken dat deze zaak rechtstreeks betrekking heeft op de rechten of verplichtingen van [naam 3] . Om die reden zal de rechtbank hem niet als belanghebbende aanmerken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>In artikel 800, tweede lid, Rv is bepaald dat de rechter kan bevelen dat degenen wier verklaring in verband met de beoordeling van het verzoek van betekenis kan zijn, als informant worden opgeroepen om ter terechtzitting te verschijnen. Aangezien [naam 3] tot voor kort betrokken was bij de opvoeding en verzorging van de minderjarigen zal de rechtbank hem wel aanmerken als informant. <?linebreak?><emphasis role="italic">Ten aanzien van de machtiging uithuisplaatsing</emphasis><?linebreak?>5.4.	Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de rechtbank van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Ter zitting is duidelijk geworden dat het KSCD-onderzoek nog altijd niet is afgerond. Eerder heeft het onderzoek een tijd stilgelegen. Vervolgens heeft het KSCD het onderzoek herstart. Nu blijkt dat de vader onlangs heeft aangegeven dat hij toch aan het onderzoek wil meewerken. Dat levert opnieuw vertraging op en dat is niet in het belang van de kinderen. Het doel van het KSCD-onderzoek is onder meer om de opvoedvaardigheden van de (stief)ouders in kaart te brengen om zodoende het perspectief van de kinderen te kunnen bepalen. Recent heeft het gerechtshof Den Haag in voornoemde beschikking overwogen dat de onderzoeksresultaten van het KSCD moeten worden afgewacht, alvorens een eventuele thuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun broer en halfzus overwogen kan worden. De rechtbank sluit zich daar bij aan. Tot die tijd is het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de plaatsing in het gezinshuis wordt voorgezet. De rechtbank zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen tot 1 oktober 2024 en de beslissing voor het overig verzochte aanhouden tot de pro forma datum van 1 augustus 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De rechtbank verzoekt de GI op de pro forma-datum, of zoveel eerder als mogelijk, de rapportage van het KSCD aan de rechtbank te doen toekomen en te rapporteren over de laatste stand van zaken, met afschrift aan de belanghebbenden en de advocaat. Tevens verzoekt de rechtbank de GI om het plan van aanpak met betrekking tot [minderjarige 1] en [minderjarige 2] waar nodig en mogelijk te voorzien van de meest recente informatie en dit plan te overleggen aan de rechtbank, met afschrift aan belanghebbenden en de advocaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinshuis tot 1 oktober 2024;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">en alvorens verder te beslissen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot <emphasis role="bold underline">1 augustus 2024 pro forma</emphasis>; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de GI, de belanghebbenden, de advocaat van de moeder en de informant op de voornoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>verzoekt de GI uiterlijk op de pro forma-datum van 1 augustus 2024, of zoveel eerder als mogelijk, te rapporteren, zoals hiervoor onder punt 5.6 vermeld.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024 door </para>
                <para>mr. M.P.G. Rietbergen, voorzitter, tevens kinderrechters, en mr. A.A.J. de Nijs en mr. D.E. van Hout, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 10 juni 2024.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>