<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:8851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-12T09:53:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-045280-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:8851">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:8851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-12T09:22:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:8851 Rechtbank Rotterdam , 10-09-2024 / 10-045280-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:8851:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van het primair ten laste gelegde zware mishandeling. Veroordeling voor het subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. De verdachte heeft met een mes een snijwond bij de aangever veroorzaakt van 20 centimeter. Daarom volgt veroordeling tot een gevangenisstraf van 177 dagen, met aftrek van voorarrest. Opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:8851:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10-045280-23</para>
      <para>Datum uitspraak: 10 september 2024</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>waarnemend raadsman mr. W.B. Lisi, namens Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 augustus 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde (zware mishandeling);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 357 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vaststelling feiten en omstandigheden </emphasis>
        </para>
        <para>Op basis van de aangifte van [aangever] en de verklaring van de onafhankelijke getuige [getuige], die de rechtbank geloofwaardig acht, stelt zij vast dat de verdachte op 12 februari 2023 in Gorinchem heeft uitgehaald naar de aangever met een mes in zijn hand. Hierdoor heeft de verdachte een verwonding toegebracht aan de linker bovenarm van aangever. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak van het primair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>Bewezen kan worden dat de verdachte aan aangever zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, gelet op de verklaring van [aangever] bij de rechter-commissaris dat hij nog lang pijn heeft gehad en dat dit op dat moment (een half jaar na het incident) nog steeds het geval was. Redengevend is bovendien een foto van het litteken van de verwonding, die aan de verklaring van [aangever] bij de rechter-commissaris is gehecht. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging bepleit dat de verdachte van het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, nu van zwaar lichamelijk letsel niet is gebleken. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Voor de beoordeling van de vraag of sprake is geweest van zware mishandeling komt naar vaste rechtspraak betekenis toe aan de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat uit het procesdossier onvoldoende blijkt dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij de aangever. Uit de medische informatie van kort na het feit blijkt dat een snijwond werd gezien op de linker bovenarm van de aangever van 20 centimeter, dat de wond is gehecht en dat de genezingsduur bij ongecompliceerd beloop werd geschat op twee weken. Dat is akelig letsel, maar niet dusdanig dat kan worden gesproken van zwaar lichamelijk letsel. De algemene verklaring van de aangever bij de rechter-commissaris dat hij nog last heeft van de snee en minder gevoel heeft in zijn arm is daarvoor onvoldoende. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijswaardering van het subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte moet ook van het subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken bij gebrek aan voldoende overtuigend bewijs. De feitelijke toedracht kan niet worden vastgesteld, niet kan worden vastgesteld hoe het letsel bij aangever precies is toegebracht en of de verdachte (met opzet) heeft gestoken of gesneden met een mes.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Bewezen kan worden dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft met een mes in zijn hand uitgehaald naar de aangever. De verdachte is zelf de confrontatie aangegaan met de aangever. Of deze handeling als steken of snijden moet worden beschouwd, doet naar het oordeel van de rechtbank niet ter zake. Een snijwond kan immers evengoed veroorzaakt zijn door een stekende beweging. De rechtbank acht het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bewezen. Bij het uithalen met een mes in de richting van de aangever, kan bezwaarlijk anders worden geconcludeerd dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans dat hij de aangever zwaar letsel zou toebrengen willens en wetens heeft aanvaard. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 12 februari 2023 te Gorinchem, ter uitvoering van het door</para>
        <para>verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk</para>
        <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,</para>
        <para>die [slachtoffer] een  <emphasis role="italic">keer</emphasis> met een mes</para>
        <para>in de linker-bovenarm heeft gestoken/gesneden,</para>
        <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat wat meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: <emphasis role="bold">poging tot zware mishandeling</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
      </para>
      <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van de aangever door hem met een (stanley)mes in zijn bovenarm te steken. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zonder noemenswaardige aanleiding, namelijk na een woordenwisseling waardoor hij zich kennelijk vernederd voelde, de aangever heeft opgewacht en de confrontatie met de aangever is aangegaan, terwijl de verdachte een mes in zijn hand had. De keuze van de verdachte om de aangever zo te benaderen en zo te handelen is volstrekt afkeurenswaardig en heeft letsel voor de aangever als gevolg gehad. Gezien de situatie kan van geluk worden gesproken dat het letsel van aangever beperkt is gebleven tot een snee in zijn bovenarm. Dergelijk gedrag, op een openbare plaats, veroorzaakt tevens gevoelens van angst en onveiligheid bij de aangever, ooggetuigen en de samenleving. De verdachte heeft hier niet bij stilgestaan en zich er niet door laten weerhouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 juli 2024 blijkt dat de verdachte recent niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het korte voortgangsverslag van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming &amp; Reclassering van 23 augustus 2024 en uit rapportages opgemaakt in 2023 blijkt dat verdachte problemen heeft op meerdere levensgebieden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft er (ook ter zitting) onvoldoende blijk van gegeven open te staan voor de hulp die hem is of kan worden geboden. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 177 (honderdzevenenzeventig) dagen; </emphasis><?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Lange, voorzitter,</para>
      <para>en mr. H.J. de Kraker en mr. L.B Esser, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 10 september 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 februari 2023 te Gorinchem,</para>
      <para>aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel,</para>
      <para>te weten</para>
      <para>een (diepe) snijwond (ongeveer 15 centimeter) in de linker bovenarm en/of</para>
      <para>een (blijvend) (groot) litteken aan de linker bovenarm,</para>
      <para>heeft toegebracht door die [slachtoffer] een of meerdere keren met een mes,</para>
      <para>althans een steek- en/of snijwapen, in ieder geval een voorwerp met een scherpe</para>
      <para>punt, in de linker bovenarm te steken/snijden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
      <para>hij op of omstreeks 12 februari 2023 te Gorinchem, ter uitvoering van het door</para>
      <para>verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk</para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,</para>
      <para>die [slachtoffer] een of meerdere keren met een mes,</para>
      <para>althans een steek- en/of snijwapen, in ieder geval een voorwerp met een scherpe</para>
      <para>punt,</para>
      <para>in de linker-bovenarm heeft gestoken/gesneden,</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>