<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:882</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-19T10:49:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10496997</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:882">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:882</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-19T10:47:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:882 Rechtbank Rotterdam , 09-02-2024 / 10496997</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:882:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schulden aangegaan tijdens bewind zonder toestemming van de bewindvoerder. Eiseres was op de hoogte van het bewind. Eis afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:882:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10496997 CV EXPL 23-13045
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 9 februari 2024
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
gemachtigde: de heer [gemachtigde01] ,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] , die handelt onder de naam [bedrijf01] ,
</emphasis>
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
<emphasis role="bold">
[persoon01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. A.F.I. Derby.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd. De onderbewindgestelde wordt hierna ‘ [persoon01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 24 april 2023, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het herstelexploot van 29 april 2023;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het antwoord, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief van 8 augustus 2023 van [eiseres01] , met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief van 24 oktober 2023 van [eiseres01] ;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief van 2 november 2023 van [eiseres01] , met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de e-mail van 5 november 2023 van de bewindvoerder, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief van 8 november 2023 van [eiseres01] , met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief van 18 november 2023 van [eiseres01] , met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de akte van de bewindvoerder.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 15 november 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de heer [gemachtigde01] (bestuurder van [eiseres01] );
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de heer [naam01] (bestuurder van [eiseres01] );
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
[persoon01] ;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de bewindvoerder;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
mr. A.F.I. Derby.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat deze zaak over?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
[eiseres01] , in het bijzonder haar bestuurder de heer [gemachtigde01] , heeft vanaf maart 2021 voor [persoon01] juridische werkzaamheden verricht en procedures gevoerd in het kader van haar verblijfsvergunning. “ [eiseres01] ” heeft daarvoor een factuur gedateerd 18 oktober 2022 van € 5.500,- gestuurd aan [persoon01] . [eiseres01] eist dat [persoon01] dat bedrag aan haar betaalt. De bewindvoerder is het daar om verschillende redenen niet mee eens. De kantonrechter wijst de eis af. Hierna wordt uitgelegd waarom.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De bewindvoerder is de formele procespartij
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
[persoon01] staat vanaf 9 mei 2019 onder bewind. Weliswaar is de dagvaarding uitgebracht tegen [persoon01] , maar de bewindvoerder is in de procedure verschenen. De kantonrechter merkt de bewindvoerder daarom aan als formele procespartij (artikel 1:441 BW).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[eiseres01] is ontvankelijk
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Het eerste verweer van de bewindvoerder is dat [eiseres01] niet bestaat en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit verweer is tijdens de mondelinge behandeling uitgebreid besproken, waarop [eiseres01] het standpunt innam dat haar naam tijdens de procedure is veranderd door een statutenwijziging. Zij kon dat document tijdens de mondelinge behandeling niet vinden. Daarom heeft de kantonrechter [eiseres01] in de gelegenheid gesteld om de statutenwijziging na afloop van de mondelinge behandeling over te leggen. Dat heeft [eiseres01] gedaan. Uit de overgelegde statutenwijziging van 24 mei 2023 (dus na het uitbrengen van de dagvaarding) blijkt dat [eiseres01] haar naam heeft veranderd in [stichting01] . Ten tijde van de dagvaarding bestond [eiseres01] dus. Daarom is zij ontvankelijk.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De bewindvoerder heeft geen toestemming gegeven aan [eiseres01]
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
Zoals gezegd staat [persoon01] vanaf 9 mei 2019 onder bewind. Vanaf 1 juli 2021 is de bewindvoerder opvolgend bewindvoerder. Door het bewind kan [persoon01] alleen met medewerking van de bewindvoerder of met een machtiging van de kantonrechter over haar goederen beschikken (artikel 1:438 lid 2 BW). Tussen partijen is in geschil of de bewindvoerder toestemming heeft gegeven aan [eiseres01] om tegen betaling werkzaamheden te verrichten voor [persoon01] . De kantonrechter is van oordeel dat dit niet is gebleken.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
In de dagvaarding verwijst [eiseres01] ter onderbouwing van haar stelling dat zij toestemming had van de bewindvoerder naar productie 4. Productie 4 zijn verschillende machtigingen van [persoon01] aan [gemachtigde01] , onder andere om haar te vertegenwoordigen in de procedure over haar verblijfsvergunning. De kantonrechter stelt vast dat de (vorige) bewindvoerder die machtigingen niet heeft ondertekend. Daaruit blijkt dus geen toestemming van de bewindvoerder om [persoon01] te vertegenwoordigen, laat staan tegen betaling.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres01] verwezen naar productie 1 bij de dagvaarding. Dat is een machtiging van 9 maart 2021 van [persoon01] aan [gemachtigde01] om haar belangen te behartigen met betrekking tot het beschermingsbewind en aanverwante zaken. Daarachter zit de bereidverklaring van de bewindvoerder om te worden benoemd tot opvolgend bewindvoerder van [persoon01] . Die machtiging gaat dus niet over de verblijfvergunningsprocedure van [persoon01] , waarop de factuur van 18 oktober 2022 betrekking heeft. Ook hieruit blijkt dus geen toestemming van de bewindvoerder.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.7.
</nr>
<para>
Als productie 15 heeft [eiseres01] Whatsappberichten overgelegd tussen [gemachtigde01] en de bewindvoerder vanaf 16 februari 2021. Overigens heeft [eiseres01] daarbij niet toegelicht uit welk bericht de toestemming van de bewindvoerder moet worden afgeleid. De eerste berichten lijken in ieder geval te gaan over het tekenen van een akkoordverklaring door [persoon01] voor het opvolgend bewindvoerderschap van de bewindvoerder. Daarna wordt gesproken over de verblijfsvergunningsprocedure van [persoon01] . Uit de whatsappberichten kan hoogstens worden afgeleid dat de bewindvoerder wist dat [gemachtigde01] werkzaamheden verrichtte voor de verblijfsvergunningsprocedure voor [persoon01] , maar daaruit blijkt niet dat de bewindvoerder ermee heeft ingestemd dat [gemachtigde01] dan wel [eiseres01] werkzaamheden tegen betaling verrichtte. Sterker nog, uit de Whatsappberichten blijkt expliciet dat de bewindvoerder daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Op 2 september 2021 vraagt [gemachtigde01] namelijk aan de bewindvoerder of zij een factuur kan betalen voor juridische ondersteuning van [persoon01] . Daarop reageert de bewindvoerder dat dat niet kan. Desondanks heeft [eiseres01] haar werkzaamheden voortgezet.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[eiseres01] wist dat [persoon01] onder bewind was gesteld
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.8.
</nr>
<para>
[persoon01] is zonder toestemming van de bewindvoerder schulden aangegaan. Die schulden kunnen niet op de onder bewind staande goederen worden verhaald als [eiseres01] het bewind kende of behoorde te kennen (artikel 1:440 lid 1 BW). Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres01] bekend was met het bewind van [persoon01] . Dat blijkt ook duidelijk uit de machtiging van 9 maart 2021 en de Whatsappberichten die beide partijen hebben overgelegd. Bovendien was het bewind gepubliceerd in het CCBR.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Conclusie: de eis wordt afgewezen
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.9.
</nr>
<para>
De conclusie is dat de schuld die voortkomt uit de overeenkomst tussen [eiseres01] en [persoon01] niet op de onder bewind staande goederen kan worden verhaald. De eis wordt, alleen al om deze reden, afgewezen. Dat [persoon01] op verzoek van [eiseres01] een schuldbekentenis heeft getekend, maakt de uitkomst niet anders. Zij kan namelijk ten opzichte van [eiseres01] geen geldige rechtshandelingen verrichten tijdens het bewind (artikel 1:439 lid 1 BW).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.10.
</nr>
<para>
[eiseres01] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van de bewindvoerder op € 847,50 aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 982,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.11.
</nr>
<para>
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
wijst de vordering af;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [eiseres01] in de proceskosten, die aan de kant van de bewindvoerder worden begroot op € 982,50;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
49039
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>