<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:8738</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T09:32:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11146150 CV EXPL 24-14561</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:8738">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:8738</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T09:31:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:8738 Rechtbank Rotterdam , 06-09-2024 / 11146150 CV EXPL 24-14561</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:8738:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geldlening moet worden terugbetaald met rente en kosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:8738:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11146150 CV EXPL 24-14561</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 6 september 2024 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>gemachtigde: De Rechtsagent B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 27 mei 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van het mondelinge antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 30 augustus 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [eiser] aanwezig met mr. M. Eshtehardi van De Rechtsagent. [gedaagde] was met een brief van 9 juli 2024 ook uitgenodigd voor deze zitting, maar hij is (zonder bericht) niet gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de kern? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in 2022 € 13.000,00 geleend aan [gedaagde] . Hij wil dat geld terug en heeft daar al meerdere keren tevergeefs om gevraagd. [gedaagde] erkent dat hij dit bedrag heeft geleend, maar stelt dat hem niet meerdere keren om terugbetaling is gevraagd. [eiser] eist nu dat [gedaagde] wordt veroordeeld om € 13.000,00 met rente en kosten van deze procedure aan hem (terug) te betalen. De kantonrechter wijst de eis toe. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet € 13.000,00 terugbetalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken blijkt dat (anders dan [gedaagde] stelt) partijen het meerdere keren hebben gehad over het terugbetalen van de lening. Zo is in de WhatsApp-berichten van 22 februari en 1 maart 2024 te lezen dat [gedaagde] weet dat hij € 13.000,00 moet terugbetalen, maar dat hij dat niet één keer kan doen. Ook is er de mail van 1 maart 2024 van de gemachtigde van [eiser] aan [gedaagde] , waarin staat dat [eiser] het bedrag opeist en dat [gedaagde] het bedrag binnen zes weken moet terugbetalen. Die mededeling is voldoende om [gedaagde] te verplichten het bedrag binnen zes weken terug te betalen. Dat volgt uit de wet (artikel 7:129e BW). Tot op heden heeft [gedaagde] (nog) niets terugbetaald. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet ook de rente en buitengerechtelijke kosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ook de gevraagde rente wordt toegewezen. [eiser] heeft genoeg gesteld waaruit volgt dat rente moet worden betaald en [gedaagde] heeft dat niet betwist (artikel 6:119 BW). Over de periode 30 april tot 27 mei 2024 gaat het om € 54,70 aan rente. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De incassokosten van € 1.095,05 worden ook toegewezen. Aan alle voorwaarden om deze incassokosten vergoed te krijgen is voldaan (artikel 6:96 BW). [eiser] heeft [gedaagde] na de zes weken genoemd in 2.2 per mail van 16 april 2024 nog een termijn van veertien dagen gegund om het bedrag te betalen zonder bijkomende incassokosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op € 127,38 aan dagvaardingskosten, € 706,00 aan griffierecht, € 812,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 406,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.780,38. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 14.149,75 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 13.000,00 vanaf de datum van deze uitspraak tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.780,38;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>34286</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>