<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:8730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T09:05:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11154273 CV EXPL 24-14840</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:8730">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:8730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T09:04:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:8730 Rechtbank Rotterdam , 13-09-2024 / 11154273 CV EXPL 24-14840</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:8730:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbetaalde zorgpremie. Vorderingen toegewezen. Dat de premie niet automatisch is afgeschreven van zijn rekening komt voor rekening en risico van gedaagde. De incassokosten worden ook toegewezen. De kantonrechter is van oordeel dat de veertiendagenbrief bij gedaagde is bezorgd. Daarbij is van belang dat eiseres in totaal zeven brieven heeft gestuurd naar gedaagde en dat gedaagde de betwisting van de ontvangst van de veertiendagenbrief onvoldoende heeft geconcretiseerd. Bovendien heeft gedaagde een mail van eiseres ontvangen over de onbetaalde premie. De proceskosten zijn ook terecht gemaakt, omdat gedaagde de premie niet op tijd heeft betaald, ondanks daartoe meerdere malen in gelegenheid te zijn gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:8730:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11154273 CV EXPL 24-14840</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 13 september 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Schiedam,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘DSW’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 29 mei 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek, met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar dat heeft hij niet meer gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij DSW een zorgverzekering afgesloten. Volgens DSW heeft hij de zorgpremie over januari 2024 niet betaald. Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald, worden ook buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente gevorderd. Het gaat in totaal om € 248,48. Verder wil DSW dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld. Hij erkent dat de zorgpremie niet is betaald, maar is het niet eens met de bijkomende kosten. Hij heeft namelijk nooit eerder brieven of aanmaningen ontvangen. De eis van DSW wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Premie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de premie voor januari 2024 van € 195,- betalen. Dat deze niet automatisch is afgeschreven, komt voor zijn rekening en risico. Het is namelijk de verantwoordelijkheid van [gedaagde] als verzekerde dat de premie tijdig wordt betaald. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De incassokosten worden ook toegewezen. DSW en haar gemachtigde hebben in totaal zeven herinneringen en aanmaningen, waaronder een brief van 25 maart 2024 die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW), verstuurd naar het adres waar [gedaagde] stond en staat ingeschreven. Deze zijn niet als onbestelbaar retour  gekomen. Volgens [gedaagde] heeft hij echter alleen een brief van 22 maart 2024 van DSW over de beëindiging van zijn verzekering ontvangen. Hoewel het in beginsel op de weg van DSW ligt om voldoende duidelijk te maken dat [gedaagde] bekend is met de brieven wordt geoordeeld dat gelet op het aantal brieven dat hij niet zou hebben gekregen van hem had mogen worden verwacht dat hij meer tekst en uitleg zou geven of zich, bijvoorbeeld, vaker problemen met de postbezorging voordoen. Omdat die toelichting er niet is, heeft hij zijn reactie onvoldoende geconcretiseerd. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat de brieven, ook die van 25 maart 2024, op het adres van [gedaagde] zijn bezorgd. Hierbij komt dat [gedaagde] op 28 maart 2024 een mail van DSW heeft ontvangen waarin staat dat het gaat om de premie januari die niet is betaald, maar dat hij toen ook niet tot betaling is overgegaan en evenmin contact heeft opgenomen met de gemachtigde van DSW, zoals in de mail voorgesteld. Niet kan dan ook worden gezegd dat hij niet de kans heeft gekregen aan zijn verplichting te voldoen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De gevorderde rente wordt toegewezen, omdat [gedaagde] de premie niet op tijd heeft betaald en dus in verzuim is geraakt. Hij heeft de verschuldigdheid ook niet betwist.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Deze kosten zijn namelijk niet ten onrechte gemaakt. [gedaagde] wist ruim voor het starten van de procedure dat het ging om de premie januari 2024 en toch heeft hij deze onbetaald gelaten. Dat DSW deze procedure is begonnen kan haar niet worden verweten. De kosten daarvan komen daarom voor rekening van [gedaagde] . De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van DSW op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 367,39. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat DSW dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan DSW te betalen € 248,48 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 195,- vanaf 16 mei 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van DSW worden begroot op € 367,39; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af het anders of meer gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>53954</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>