<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:7997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-02T13:39:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/679624 / HA ZA 24-451</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7997">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-02T13:37:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:7997 Rechtbank Rotterdam , 21-08-2024 / C/10/679624 / HA ZA 24-451</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:7997:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident. Relatieve bevoegdheid. Artikel 110 lid 1 Rv. Toewijzing. Artikel 102 Rv. De hoofdzaak wordt verwezen naar de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:7997:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dd9167b8-61fd-406b-ba65-c37ef3eadddf" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e2ca7f85-9c62-4ee1-a87b-9f7d94beff08" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/679624 / HA ZA 24-451</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 21 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [bedrijf A]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutaire vestigingsplaats: Rotterdam ,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaten mrs. L.R. van Hee en H.T. Flameling te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>LABEL PLUS B.V.,</title>
    <parablock>
      <para>statutaire vestigingsplaats: Enschede,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[persoon B]</emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: Vriezenveen ,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. F. Kolkman te Almelo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna [bedrijf A] en Label Plus c.s. genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 15 april 2024, met bijlagen E-1 tot en met E-40;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring, met bijlage 1;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte tot referte in het bevoegdheidsincident.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <bridgehead role="underline">Wat vordert [bedrijf A] in de hoofdzaak?</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [bedrijf A] vordert in de hoofdzaak betaling van € 935.701,00 (met rente) door Label Plus c.s. [bedrijf A] baseert deze vordering tegenover Label Plus op onverschuldigde betaling, althans op onrechtmatige daad. Tegenover [persoon B] baseert [bedrijf A] haar vordering op bestuurdersaansprakelijkheid.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Waar gaat het incident over?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Label Plus c.s. betwisten dat de Rechtbank Rotterdam bevoegd is om de hoofdzaak te behandelen. Volgens Label Plus c.s. is de rechter van hun woon- en vestigingsplaats, de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo, bevoegd. Daarom vorderen Label Plus c.s. dat de rechtbank zich onbevoegd verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [bedrijf A] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De hoofdzaak wordt verwezen naar de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Label Plus c.s. hebben zich op tijd op de relatieve onbevoegdheid van de rechtbank beroepen (artikel 110 lid 1 Rv). De rechtbank moet daarom eerst beoordelen of zij relatief bevoegd is om de hoofdzaak te behandelen. Dat is niet het geval; de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo is bevoegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De hoofdregel is dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde(n) bevoegd is om de zaak te behandelen (artikel 99 lid 1 Rv). Op die hoofdregel bestaat een aantal uitzonderingen, dat strikt moet worden uitgelegd. Eén van die uitzonderingen doet zich voor als de vordering in de zaak is gebaseerd op een onrechtmatige daad, zoals in deze zaak bestuurdersaansprakelijkheid. In dat geval is óók de rechter van de plaats waar het schade brengende feit zich heeft voorgedaan bevoegd om de zaak te behandelen (artikel 102 Rv). Deze uitzondering is afgeleid van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo. Uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over dat artikel blijkt dat onder het begrip ‘plaats waar het schade brengende feit zich heeft voorgedaan’ niet alleen valt de plaats waar het schade brengende feit zich heeft voorgedaan (of zich kan voordoen), maar ook de plaats waar de schade is ingetreden (ECLI:EU:C:2016:449, overwegingen 25 en 26).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Zonder vooruit te lopen op de vraag of [persoon B] daadwerkelijk onrechtmatig heeft gehandeld of [bedrijf A] daadwerkelijk schade heeft geleden, is de rechtbank van oordeel dat de plaats waar het vermeende schade brengende feit zich heeft voorgedaan (het Handlungsort) zich niet in het arrondissement van deze rechtbank bevindt. Het (vermeende) opmaken en versturen van de vermeend valse facturen, pakbonnen met vervalste handtekeningen en vervalste transportdocumenten heeft namelijk plaatsgevonden in Enschede en/of Vriezenveen, aangezien Label Plus daar (statutair) is gevestigd, [persoon B] daar woont en er geen aanwijzingen zijn dat deze handelingen ergens anders hebben plaatsgevonden. Enschede en Vriezenveen zijn niet gelegen in het rechtsgebied van de Rechtbank Rotterdam. Daar komt bij dat, hoewel de gestelde schade van [bedrijf A] in het arrondissement van de Rechtbank Rotterdam wordt geleden, dat bij gebrek aan andere aanknopingspunten, niet kan worden aangemerkt als de plaats waar die schade is ingetreden (het Erfolgsort). De gestelde schade bestaat in deze zaak namelijk uitsluitend in een financieel verlies dat rechtstreeks intreedt op de bankrekening van [bedrijf A] en is het rechtstreekse gevolg van een gestelde onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan op een andere plaats (zie ECLI:EU:C:2016:449, overwegingen 38-40 en  ECLI:NL:HR:2017:2358, overweging 3.4.1).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De conclusie luidt dan ook dat zowel op grond van de hoofdregel van artikel 99 lid 1 Rv, als op grond van de uitzondering van artikel 102 Rv de rechter van de woonplaats van Label Plus c.s. bevoegd is om deze zaak te behandelen. Dat is niet deze rechtbank, omdat Label Plus is gevestigd in Enschede en [persoon B] in Vriezenveen woont. Die plaatsen bevinden zich in het rechtsgebied van de Rechtbank Overijssel. Die rechtbank heeft meerdere zittingslocaties. Aangezien op de zittingslocatie in Enschede alleen kantonzaken worden behandeld en deze zaak geen kantonzaak is, verwijst de rechtbank deze zaak naar de afdeling Kanton en Handel van de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo (artikel 110 lid 2 Rv). Partijen moeten de zaak op de voet van artikel 74 lid 1 Rv zelf aanhangig maken bij de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [bedrijf A] heeft te gelden als de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. Dat [bedrijf A] zich aan het oordeel van de rechtbank heeft gerefereerd, is geen reden om geen proceskostenveroordeling uit te spreken. Als [bedrijf A] de hoofdzaak direct bij de juiste rechtbank was gestart, hadden Label Plus c.s. het bevoegdheidsincident immers niet hoeven opwerpen en hadden zij daar ook geen kosten voor hoeven maken. De proceskosten in het incident van Label Plus c.s. worden begroot op:</para>
      <para>- salaris advocaat	€	614,00 (1 punt × tarief II)</para>
      <para>- nakosten	€	<emphasis role="underline">178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal		€	792,00</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De proceskostenveroordeling wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering toe;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [bedrijf A] in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [bedrijf A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [bedrijf A] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt voor verdere behandeling en beslissing naar de afdeling Kanton en Handel van de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.</para>
        <para>3349 / 3455</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>