<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:7995</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-03T13:41:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10962934 CV EXPL 24-5958</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7995">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7995</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-03T09:54:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:7995 Rechtbank Rotterdam , 16-08-2024 / 10962934 CV EXPL 24-5958</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:7995:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanneming van werk. Meerwerk staat ter discussie. Beroep op dwaling slaagt niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:7995:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10962934 CV EXPL 24-5958</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 16 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser], die handelt onder de naam [handelsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 1],</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>gemachtigde: dhr. mr. N. Van Trierum van LikiFin,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats 2],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.<?linebreak?></para>
      <para>De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 8 februari 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de mondelinge reactie van [gedaagde];</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke machtiging van [naam 1];</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 2 juli 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [naam 1] (door zijn broer [eiser] gemachtigd) en de gemachtigde van [eiser] aanwezig. Ook [gedaagde] en haar echtgenoot, [naam 2], waren aanwezig.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] eist samengevat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen aan [eiser] te betalen € 2.294,46 met rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 1.925,00, rente van € 80,71 (berekend tot en met 7 februari 2024) en buitengerechtelijke kosten van € 288,75.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] baseert de eis op het volgende. </para>
        <para>
          [eiser] heeft met [gedaagde] een aannemingsovereenkomst gesloten op basis waarvan onder andere vloerverwarming zou worden aangelegd in de woning van [gedaagde]. Na het verwijderen van de bestaande tegelvloer heeft [eiser] geconstateerd dat de ondervloer eerst nog geëgaliseerd moet worden. Hij heeft [gedaagde] hiervoor een aanvullende offerte van € 1.925,00 gestuurd. [gedaagde] is daarmee akkoord gegaan. Ze weigert echter om de factuur die [eiser] hiervoor heeft gestuurd te betalen. Ook nadat [gedaagde] op 27 januari 2024 is gewaarschuwd voor incassokosten, is zij niet tot betaling overgegaan. Daarom is [gedaagde] incassokosten verschuldigd. Tevens heeft [eiser] recht op de wettelijke rente. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. </para>
        <para>De werkzaamheden die in de tweede offerte vermeld staan, vallen onder de werkzaamheden die al in de eerste overeenkomst zijn opgenomen en waarvoor ook is betaald, aldus [gedaagde]. Zij ging ervan uit dat het egaliseren van de vloer was inbegrepen bij de eerste overeenkomst. Toen [eiser] meende dat dit niet zo was, is [gedaagde] naar eigen zeggen weliswaar akkoord gegaan met de tweede offerte, maar onder tijdsdruk vanwege de planning van de verbouwing van haar huis. [eiser] heeft, aldus [gedaagde], daarvan misbruik gemaakt. [gedaagde] stelt tot slot dat er geen redelijke prijs is bedongen voor de tweede offerte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">
      [gedaagde] moet de hoofdsom betalen</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Er is geen discussie tussen partijen over het feit dat [eiser] en [gedaagde] een aannemingsovereenkomst hebben gesloten, op basis waarvan [eiser] vloerverwarming zou aanleggen in het huis van [gedaagde]. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is er sprake van meerwerk?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens [eiser] is deze overeenkomst later uitgebreid, doordat hij op verzoek van [gedaagde] ook de vloer heeft geëgaliseerd. [gedaagde] vindt dat dit geen uitbreiding is, omdat het al in de overeenkomst was inbegrepen. De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van meerwerk. Uit de offerte blijkt namelijk dat er voor het aanleggen van de vloerverwarming van een aantal uitvoeringscondities wordt uitgegaan, waaronder de conditie dat de vloer egaal is. Het was voor [eiser] ook niet mogelijk om eerder, te weten voordat de tegelvloer verwijderd was, te bepalen of de vloer ook nog geëgaliseerd moest worden. Ook uit de overig genoemde uitvoeringscondities blijkt dat het voorwaarden zijn om het werk te kunnen realiseren voor de geoffreerde prijs. Waarom [gedaagde] ervan uit mocht gaan dat het egaliseren van de vloer al bij de eerste offerte was inbegrepen, wordt door haar onvoldoende onderbouwd. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is [gedaagde] tijdig op de hoogte gesteld van de prijsverhoging van het meerwerk?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op grond van de wet kan [eiser] alleen betaald krijgen voor meerwerk als hij [gedaagde] tijdig heeft gewezen op de noodzaak van prijsverhoging (artikel 7:755 BW). Dat heeft [eiser] gedaan, want uit de eerste offerte blijkt al uit de uitvoeringscondities dat een niet-egale vloer tot extra kosten kan leiden. Dat dit in onderhavige situatie inderdaad het geval was, is benadrukt door het sturen van een tweede offerte. Deze is door [eiser] gestuurd aan [gedaagde] voorafgaand aan het maken van die extra kosten. [gedaagde] kon, toen zij bekend werd met de prijsverhoging, ervoor kiezen om het egaliseren niet (door [eiser]) te laten uitvoeren. [gedaagde] heeft er echter op dat moment voor gekozen om het meerwerk door [eiser] te laten uitvoeren en heeft [eiser] akkoord gegeven. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is het akkoord voor meerwerk tot stand gekomen onder invloed van dwaling?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter begrijpt dat de aanvullende overeenkomst voor het meerwerk volgens [gedaagde] moet worden vernietigd, omdat zij zou hebben gedwaald. [gedaagde] vindt namelijk dat het meerwerk al bij de eerste overeenkomst inbegrepen was. De kantonrechter oordeelt dat dit verweer niet slaagt. [gedaagde] heeft niet duidelijk gemaakt welke onjuiste voorstelling van zaken zij dan had toen zij, na ontvangst van de schriftelijke offerte, en na telefonisch contact met [eiser], in dat telefoongesprek akkoord ging met het meerwerk (artikel 6:228 BW). [gedaagde] heeft bovendien nagelaten bij [eiser] nader onderzoek te doen (ook niet in het hiervoor bedoelde telefoongesprek) naar welke werkzaamheden precies onder de initiële overeenkomst vielen, om zo te voorkomen dat zij mogelijk onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken haar akkoord zou geven. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overige verweren</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Nu [gedaagde] ter zitting desgevraagd heeft aangegeven dat zij geen concreet rechtsgevolg bedoelt te verbinden aan het verweer dat sprake zou zijn van misbruik van omstandigheden vanwege het onder tijdsdruk akkoord geven op de volgens haar bovendien onredelijk hoge tweede offerte, behoeft dit verweer verder geen beoordeling en beslissing. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet het op de tweede offerte gebaseerde bedrag van € 1.925,00 aan [eiser] betalen voor het egaliseren van de vloer. De hoofdsom zoals door [eiser] is gevorderd, wordt toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet incassokosten van € 288,75 betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De incassokosten van € 288,75 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet rente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De rente wordt toegewezen, omdat [eiser] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser] op € 112,99 aan dagvaardingskosten, € 248,00 aan griffierecht, € 408,00 aan salaris voor de gemachtigde <?linebreak?>(2 punten x € 204,00) en € 102,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 870,99. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 2.294,46 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 1.925,00 vanaf 7 februari 2024 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 870,99;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>62574</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>