<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:03:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/660932 / HA ZA 23-550</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RVR 2024/31</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:776">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-19T16:31:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:776 Rechtbank Rotterdam , 14-02-2024 / C/10/660932 / HA ZA 23-550</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:776:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 31 Rv, herstelvonnis, uitvoerbaar bij voorraad, ontbinding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:776:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="57eb7796-a3e2-47aa-8490-e359db22db37" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="08b30fac-3f3d-46e8-841d-89aa7baa3534" format="image/png" scale="100" width="523" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
vonnis
</para>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team handel en haven
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/660932 / HA ZA 23-550
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Herstelvonnis van 14 februari 2023
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
[eiser01] ,
</title>
<para>
wonende te Capelle aan den IJssel,
</para>
<para>
2.
<emphasis role="bold">
[eiser02]
</emphasis>
,
</para>
<parablock>
<para>
wonende te Capelle aan den IJssel,
</para>
<para>
eisers,
</para>
<para>
advocaat mr. R. Smith te Rotterdam,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<para>
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
VAN WIJNEN PROJECTONTWIKKELING WEST B.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd te Dordrecht,
</para>
</parablock>
<para>
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
VAN WIJNEN STOLWIJK B.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd te Stolwijk,
</para>
<para>
gedaagden,
</para>
<para>
advocaat mr. M. Stokdijk te Arnhem.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Partijen worden hierna [eisende partij] en van Wijnen c.s. genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
Het verzoek tot verbetering
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Mr. Smith heeft de rechtbank per e-mailbericht van 5 februari 2024 namens [eisende partij] verzocht om verbetering van het vonnis van 24 januari 2024 in deze zaak. Mr. Smith voert aan dat het vonnis ten onrechte slechts voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, terwijl er geen overweging is gewijd aan het al dan niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
De rechtbank heeft Van Wijnen c.s. in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Mr. Stokdijk betwist dat sprake is van een kennelijke verschrijving en voert aan dat de toevoeging in rechtsoverweging 4.3 “
<emphasis role="italic">
voor wat betreft de proceskosten
</emphasis>
” en de afwijzing van het “
<emphasis role="italic">
meer of anders gevorderde
</emphasis>
” in rechtsoverweging 4.4 suggereren dat de in rechtsoverweging 4.1 uitgesproken ontbinding bewust niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Dit ligt volgens mr. Stokdijk ook voor de hand, omdat [eisende partij] geen vorderingen heeft ingesteld die zijn gericht op de ongedaanmaking van hetgeen onder de ontbonden overeenkomst is uitgevoerd, zodat het vonnis ten aanzien van de ontbinding ook niet ‘uitvoerbaar’ is.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 24 januari 2024 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent
<footnote-ref linkend="_b846091d-bebc-4765-89c6-c15ce268a7b3" />
, zoals hierna wordt uitgelegd.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
[eisende partij] heeft bij dagvaarding gevorderd de koop- en aannemingsovereenkomsten te ontbinden en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Een vordering om een vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt doorgaans zonder motivering toegewezen wanneer hier geen afzonderlijk verweer tegen wordt gevoerd. Van een dergelijk verweer was in deze zaak geen sprake, zodat in het lichaam van het vonnis van 24 januari 2024 geen overwegingen zijn opgenomen die betrekking hebben op de uitvoerbaarheid bij voorraad.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Het vonnis van 24 januari 2024 is een constitutief vonnis: door de ontbinding ontstaat een nieuwe rechtstoestand. Een dergelijk vonnis kan, anders dan Van Wijnen c.s. meent, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Door uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis ontstaat deze rechtstoestand direct. Die rechtstoestand geldt dan zolang het vonnis niet als gevolg van het instellen van een rechtsmiddel is vernietigd – en heeft dus in die zin een voorlopige gelding, welke voorlopige gelding echter voortduurt gedurende een eventueel hoger beroep.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
In het dictum is het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard “voor wat betreft de proceskostenveroordeling”. Voor deze toevoeging was geen reden. Het verzoek tot verbetering van het vonnis van 24 januari 2024 wordt daarom toegewezen zoals hierna aangegeven.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De rechtbank
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
bepaalt dat punt 4.3 van het dictum van het vonnis van 24 januari 2024 tussen [eisende partij] en Van Wijnen c.s. waarin staat:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
“
<emphasis role="italic">
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad
</emphasis>
”
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
wordt gewijzigd in:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
“
<emphasis role="italic">
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad
</emphasis>
”
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 14 februari 2024 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 24 januari 2024,
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 24 januari 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
</para>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<footnote id="_b846091d-bebc-4765-89c6-c15ce268a7b3" label="1">
<para>
Artikel 31 Rv
</para>
</footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>