<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:7688</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-29T10:02:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 24/5337</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7688">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7688</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-29T10:00:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:7688 Rechtbank Rotterdam , 21-08-2024 / ROT 24/5337</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:7688:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om veroordeling in de proceskosten na het intrekken van het verzoek om een voorlopige voorziening. Het college stelt zich op het standpunt dat niet is tegemoet gekomen aan verzoeker, omdat verzoeker pas geruime tijd na het opschortingsbesluit contact heeft opgenomen met het college. Dit blijkt niet uit de stukken. Of verzoeker pas geruime tijd na dat besluit contact heeft opgenomen, is niet kenbaar en kennelijk heeft het college dat ook niet geregistreerd. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om veroordeling in de proceskosten toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:7688:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROT 24/5337</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 augustus 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker], uit [plaatsnaam], verzoeker</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Oversluizen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 april 2024, waarin het college heeft bepaald dat verzoekers bijstandsuitkering wordt opgeschort vanaf 2 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 28 mei 2024 heeft het college een nieuw besluit genomen en daarin bepaald dat de opschorting van verzoekers bijstandsuitkering vanaf 1 mei 2024 wordt opgeheven. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en de voorzieningenrechter verzocht het college te veroordelen in de gemaakte proceskosten. Het college heeft daarop gereageerd op 14 juni 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om een proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_d8e88630-1b83-4696-a544-7a56bb40a400" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.<footnote-ref linkend="_02c71e5a-0a0e-49da-9594-7cfda73796bf" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In een voorlopige voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.<footnote-ref linkend="_008b385a-278b-404c-86c2-ccc3190386bd" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Het college is met het besluit van 28 mei 2024 aan verzoeker tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoetkomt reden is om het verzoek om een proceskostenveroordeling toe te wijzen.<footnote-ref linkend="_58a011fd-9b3d-42a8-9438-0aff6c84966d" /> Verzoeker heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen.<footnote-ref linkend="_f8020e00-d9ae-4723-9bfd-553a89a8816c" /> Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.</para>
      <para />
      <para>5. Het college stelt zich op het standpunt dat niet aan verzoeker is tegemoetgekomen. Het college heeft in dat verband gesteld dat de bijstand is opgeschort in verband met het niet overleggen van de benodigde stukken en het verlenen van onvoldoende medewerking. Volgens het college heeft verzoeker pas geruime tijd na het opschortingsbesluit contact opgenomen met het college. In dat contact heeft het college aanleiding gezien om de opschorting op te heffen.</para>
      <para />
      <para>6. In wat het college heeft aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een uitzondering te maken. In de brief van 17 april 2024 heeft het college verzoeker om stukken verzocht en daarin een termijn gegeven tot en met 1 mei 2024. Reeds op 30 april 2024 is het opschortingsbesluit genomen. In een rapportage “Administratief Onderzoek Herstel L.O” van 28 juni 2024 staat opgenomen: “Hierop (rechtbank: na het opschortingsbesluit) heeft blh een tbn achtergelaten met het verzoek te worden teruggebeld. TBN stond niet in RDD en er was geen wop voor aangemaakt.” Uit de rapportage blijkt dat de opsteller van het rapport op 28 juni 2024 contact met verzoeker heeft opgenomen. Uit die rapportage blijkt niet wanneer verzoeker contact met het college had opgenomen, dus of dit pas geruime tijd na het opschortingsbesluit is geweest, is voor de rechtbank niet kenbaar en kennelijk (“TBN stond niet in RDD en er was geen wop voor aangemaakt”) heeft het college dit ook niet geregistreerd. Gelet hierop wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Welke kosten dient het college te vergoeden?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>7. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 875,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 875,- bedragen. </para>
      <para />
      <para>8. De voorzieningenrechter wijst erop dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- kan vergoeden.<footnote-ref linkend="_da7524e3-4539-4c88-88dd-15fb548d3bce" /> Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 875,- aan verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_d8e88630-1b83-4696-a544-7a56bb40a400" label="1">
    <para> Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_02c71e5a-0a0e-49da-9594-7cfda73796bf" label="2">
    <para> Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_008b385a-278b-404c-86c2-ccc3190386bd" label="3">
    <para> Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_58a011fd-9b3d-42a8-9438-0aff6c84966d" label="4">
    <para> Vergelijk CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8020e00-d9ae-4723-9bfd-553a89a8816c" label="5">
    <para> Vergelijk ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da7524e3-4539-4c88-88dd-15fb548d3bce" label="6">
    <para> Dat staat in artikel 8:82, zesde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>