<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:7488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-19T12:00:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/684121 / KG ZA 24-781 (beroep) en   C/10/648133 / FA RK 24-5991 (voorlopige voorziening)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7488">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-14T15:00:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:7488 Rechtbank Rotterdam , 14-08-2024 / C/10/684121 / KG ZA 24-781 (beroep) en   C/10/648133 / FA RK 24-5991 (voorlopige voorziening)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:7488:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>huisverbod, beroepsgronden tegen het contactverbod.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:7488:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Reg.nrs.: C/10/684121 / KG ZA 24-781 (beroep) en  </para>
      <para>C/10/648133 / FA RK 24-5991 (voorlopige voorziening)            </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Procesverbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">14 augustus 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep in de zaken tussen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, verzoeker,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>gemachtigde mr. K.C. van de Wijngaart, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de burgemeester van de gemeente [gemeente]</emphasis>, verweerder, </para>
      <para>gemachtigde mr. M. Baardman, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in welke zaken belanghebbenden zijn:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [achterblijfster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna: achterblijfster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam kind]
        </emphasis>, hierna: [voornaam kind] .  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 30 juli 2024 heeft verweerder een huisverbod opgelegd aan verzoeker.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft verweerder dit huisverbod verlengd tot </para>
        <para>27 augustus 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief van 9 augustus 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van 8 augustus 2024 (hierna: het bestreden besluit). Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2024. Aanwezig waren:</para>
      <parablock>
        <para> verzoeker en mr. L.D. Lubrano, waarnemend voor mr. K.C. van de Wijngaart; </para>
        <para> de gemachtigde van verweerder;</para>
        <para> Veilig Thuis, vertegenwoordigd door [persoon A] en [persoon B] ;</para>
        <para> achterblijfster.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart het beroep ongegrond;</para>
      <para> wijst het verzoek om voorlopige voorziening af,</para>
      <para> wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Weergave bestreden besluit en verzoek en beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 30 juli 2024 heeft verweerder aan verzoeker een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (hierna: Wth). Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de aanwezigheid van verzoeker in de woning van achterblijfster (een vermoeden van) een ernstig en onmiddellijk gevaar (hierna: het gevaar) oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen op grond van de Wth. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de aanwezigheid van verzoeker in de woning van achterblijfster nog steeds (een vermoeden van) een ernstig en onmiddellijk gevaar (hierna: het gevaar) oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt ertoe de rechtsgevolgen van het bestreden besluit te schorsen voor de resterende duur van het bestreden besluit.</para>
        <para>Het beroep strekt ertoe het bestreden besluit te vernietigen en verweerder te veroordelen in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Verzoeker heeft door het opgelegde en verlengde huisverbod geen toegang tot zijn woning en geen contact met achterblijfster en [voornaam kind] . Het spoedeisend belang bij de door hem gevraagde voorziening is daarmee gegeven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kortsluiten met afwijzen verzoek voorlopige voorziening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), voor zover hier van belang, kan, als tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb kan, als het verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan als beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb, verder onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, hij onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, zodat hij onmiddellijk uitspraak zal doen op het </para>
        <para>beroep.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling beroepsgronden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wth, voor zover hier van belang, kan de burgemeester een huisverbod opleggen aan een persoon indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of indien op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen, behoudens verlenging overeenkomstig artikel 9.</para>
        <para>Op grond van artikel 6, tweede lid, van de Wth betrekt de rechter bij de beoordeling van het huisverbod tevens de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het opleggen van het huisverbod.</para>
        <para>Op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wth kan de burgemeester een huisverbod verlengen tot ten hoogste vier weken nadat het is opgelegd indien de dreiging van het gevaar, of het ernstige vermoeden daarvan, zich voortzet.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Omdat verzoeker geen beroep heeft ingediend tegen het opleggen van het huisverbod staat vast dat het gevaar bestond op het moment dat verweerder dit besluit nam en dat verweerder in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van de bevoegdheid om aan verzoeker een huisverbod op te leggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Beoordeeld moet dus worden of het gevaar ten tijde van het verlenging van het huisverbod (nog) blijkt uit de door verweerder geduide feiten of omstandigheden. Het aanvaarden van een aanbod tot hulpverlening, het beginnen met die hulpverlening en de reële verwachting dat betrokkene blijft meewerken daaraan, zijn indicaties dat het gevaar niet langer bestaat. Als blijkt van dat gevaar, dan is verweerder bevoegd het huisverbod te verlengen en voor zover nog blijkt van dat gevaar, is verweerder bevoegd het huisverbod voort te laten duren.</para>
        <para>Daarna beoordeelt de rechter terughoudend of verweerder, alle belangen afwegend, gebruik kan en heeft kunnen (blijven) maken van die bevoegdheid.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Verzoeker wil graag contact met achterblijfster, gelet op haar zwangerschap en  haar gezondheidssituatie en de financiële huishouding die zij samen voeren. Verzoeker kan op een andere verblijfplaats verblijven waardoor hij niet in de woning aanwezig hoeft te zijn. Verder staat verzoeker open voor gesprekken, begeleiding en hulpverlening. Hij heeft al gesprekken met de reclassering en Fivoor en is op 13 augustus 2024 onder voorwaarden geschorst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gebleken is dat er voorafgaand aan het bestreden besluit geen systeemgesprek heeft plaatsgevonden omdat verzoeker in bewaring zat en in de PI verbleef. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat de dreiging van het gevaar nog niet was geweken. Verweerder was dan ook bevoegd het huisverbod te verlengen. Verweerder heeft, alle belangen afwegend, in redelijkheid tot de conclusie kunnen komen dat de belangen van achterblijfster en [voornaam kind] bij verlenging van het huisverbod, te weten veiligheid, hulpverlening en rust, zwaarder wegen dan de belangen van verzoeker bij terugkeer van de woning en contact met achterblijfster en [voornaam kind] . Uit de stukken blijkt dat er sprake is geweest van forse onveiligheid voor achterblijfster, [voornaam kind] , de kinderen van verzoeker en het ongeboren kindje. Dat achterblijfster graag contact wil met verzoeker, maakt dit niet anders. Hierbij is van belang dat de kans op herhaling van geweld groot is, nu verzoeker ondanks dat hij onder reclasseringstoezicht staat vanwege een eerder soortgelijk incident, onder invloed van alcohol achterblijfster heeft mishandeld en zowel haar als de drie minderjarigen kinderen in onveiligheid heeft gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte moet worden beoordeeld of er op dit moment aanleiding bestaat om het huisverbod op te heffen. Hiervoor bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding. Er heeft tot op heden nog geen systeemgesprek plaatsgevonden en er zijn nog geen veiligheidsafspraken gemaakt. Er staat een systeemgesprek gepland voor </para>
        <para>16 augustus 2024, waarin onder meer zal worden gesproken over de wens van verzoeker en achterblijfster om hun relatie voort te zetten. Verweerder heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat als er veiligheidsafspraken zijn gemaakt en de situatie stabiel en veilig wordt bevonden, het huisverbod mogelijk kan worden opgeheven. Dit zal enkele dagen in beslag nemen. Hieruit volgt dat verweerder in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid het huisverbod te laten voortduren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Het betoog faalt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Conclusie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het beroep wordt ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Omdat de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak doet in de hoofdzaak, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Aldus gedaan door mr. M.C. Woudstra, voorzieningenrechter, tevens kinderrechter, en door deze en H. Philips, griffier, ondertekend.</para>
                <para />
                <para>De griffier:                                                                          De voorzieningenrechter:</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze uitspraak, voor zover die ziet op het beroep, kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Afschrift verzonden op:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>