<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:7245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:28:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/683671 / HA RK 24-718</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2024/417</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2024/282</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7245">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-06T15:59:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:7245 Rechtbank Rotterdam , 02-08-2024 / C/10/683671 / HA RK 24-718</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:7245:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingskamer. Wrakingsverzoek tegen de rechter buiten behandeling gesteld vanwege het onmiskenbaar beledigende karakter van de bewoordingen die verzoeker in zijn wrakingsverzoek gebruikt. Wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer niet-ontvankelijk vanwege evident misbruik van recht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:7245:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- en rekestnummer: C/10/683671 / HA RK 24-718</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 2 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M.V. van Baaren</emphasis>, </para>
      <para>rechter in deze rechtbank,  </para>
      <para>hierna te noemen: de rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en strekkende tot wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de wrakingskamer die het tegen de rechter gerichte wrakingsverzoek niet in behandeling neemt</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de wrakingskamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het wrakingsverzoek tegen de rechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 26 juli 2024 heeft verzoeker per e-mail een wrakingsverzoek tegen de rechter ingediend. Dat wrakingsverzoek luidt – voor zover van belang – als volgt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…) omdat schepsel </emphasis>[de rechter]<emphasis role="italic"> ongeschikt is als rechter. (…) Schepsel </emphasis>[de rechter]<emphasis role="italic"> (…) Op een eerdere zitting kreeg ze kortsluiting in haar hoofd (…) Toch zal het schepsel (…) Flauwekul en passend in de Nationale Ombudsmanterminologie: gedrags- en contactgestoord (…) </emphasis>[De rechter]<emphasis role="italic"> is evident ongeschikt als rechter (…) In de zaak zelf loog het schepsel ook (…)  schepsel </emphasis>[de rechter]<emphasis role="italic"> (…) Ik heb nul vertrouwen in deze (bewezen) griezel (…) Graag zsm de naam van de nieuwe rechter en niet zo'n huiljuffie (…) Functie elders voor </emphasis>[de rechter]<emphasis role="italic">: Voor dit figuur is er vast wel ergens een kleurloos ministerie waar ze in de kelder stapels papier af kan stempelen. Ik wens haar een bij haar functioneren passende nieuwe baan toe. (…)</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft op 29 juli 2024 geoordeeld dat het tegen de rechter gerichte wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling wordt genomen gezien het onmiskenbaar beledigende karakter van de bewoordingen die hierboven zijn geciteerd. Bij die beslissing heeft de wrakingskamer het volgende mede in overweging genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Verzoeker is een zogenaamde veelprocedeerder, die jaarlijks talloze (kansloze) wrakingsverzoeken indient. Die wrakingsverzoeken zijn veelal voorzien van beledigende bewoordingen richting de gewraakte rechter, de wrakingskamer en/of de rechtbank als geheel. Verzoeker is door de rechtbank aangesproken op zijn woordkeuze, maar dat heeft (nog) niet tot enige positieve verandering in de woordkeuze van verzoeker geleid. De wrakingskamer is van oordeel dat rechters, de wrakingskamer en de rechtbank niet hoeven te dulden dat verzoeker zich in zijn correspondentie onmiskenbaar beledigend over de persoon van (één van) hen uitlaat. Van normaal, kritisch, sarcastisch, polemisch en/of scherp taalgebruik is, anders dan verzoeker blijkens een e-mail van hem van 29 juli 2024 meent, geen sprake; de door verzoeker gebruikte bewoordingen zijn overduidelijk beledigend en ook zo bedoeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>In verband met het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM is van belang dat in het geval de wrakingskamer het verzoek tot wraking van de rechter ten onrechte niet in behandeling zou hebben genomen, verzoeker het oordeel van de hogere rechter kan inroepen omtrent de – gestelde – vooringenomenheid van de rechter (zie Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770, r.o. 4.6.). Bovendien kan verzoeker ook simpelweg een wrakingsverzoek indienen zonder beledigend taalgebruik.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De beslissing van de wrakingskamer om het tegen de rechter gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling te stellen is al per e-mail van 29 juli 2024 aan verzoeker kenbaar gemaakt, en wordt nu ook opgenomen in deze beslissing.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De beslissing om het tegen de rechter gerichte wrakingsverzoek van verzoeker buiten behandeling te stellen, was voor verzoeker aanleiding om de wrakingskamer in een e-mail van 29 juli 2024 te wraken. In die e-mail staat – voor zover van belang – het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	“<emphasis role="italic">(…) Wat u beledigend vindt, is dat niet, ik verwijs naar EHRM jurisprudentie,</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onder meer:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U kunt geen misbruik van recht aannemen of een wrakingsverzoek weigeren vanwege gewoon de scherpe, polemische en/of sarcastische toon: “It is not sufficient for the applicant's language to be “simply sharp, polemical, or sarcastic”; it must exceed “the bounds of normal, civic, and legitimate criticism” to be considered abusive (ECHR Di Salvo v. Italy (dec.), no. 16098/05, 11 January 2007). Verder geldt mijn uitgebreide recht op vrijheid van meningsuiting met “the right to shock, offend en disturb”, zeker wanneer en nu ik publiceer over misstanden in de rechterlijke macht, zie EHRM Handyside v United Kingdom (5493/72) uit 1976. Aan deze rechten ga ik geen enkele concessies doen: U kunt zelf proberen een rechtsmiddel aan te wenden om mijn vrijheid van meningsuiting aan te vallen. Ik schat dit zeer kansloos voor u in. Het staat u niettemin vrij.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Jammer, maar helaas dus. (…)</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <parablock>
        <para>In het geval dat sprake is van een opeenstapeling van wrakingsverzoeken doordat eerst de zittingsrechter en vervolgens de wrakingskamer wordt gewraakt, kan de wrakingskamer – mede ter voorkoming van ongerechtvaardigd oponthoud – in het geval</para>
        <para>van evident misbruik van recht, het verzoek tot wraking van een of meer van haar leden buiten behandeling laten zonder dat de zaak in handen van een andere wrakingskamer wordt gesteld (vergelijk Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770, r.o. 4.7.).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer is van oordeel dat verzoeker met zijn tegen de wrakingskamer gerichte verzoek evident misbruik van het wrakingsmiddel maakt en dat verzoeker daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek. Het wrakingsverzoek kan namelijk in redelijkheid niet anders worden verstaan dan als de aanwending van de bevoegdheid tot</para>
        <para>wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het wrakingsverzoek tegen de rechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>stelt het verzoek buiten behandeling gezien het onmiskenbaar beledigende karakter ervan;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. A.J.P. van Essen en mr. R.R. Roukema, rechters, in aanwezigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier							de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>