<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:6987</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-31T14:58:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/681080 / KG ZA 24-580</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6987">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6987</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-31T14:57:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6987 Rechtbank Rotterdam , 26-07-2024 / C/10/681080 / KG ZA 24-580</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:6987:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>KG. Gedaagden verblijven zonder recht of titel in woning. Ontruiming wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:6987:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="157838f7-d746-4f53-9747-cc9e3af0e759" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="19826680-370a-4582-9b71-a129d2e5903f" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/681080 / KG ZA 24-580</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 26 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. A. Rhijnsburger te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>verschenen in persoon,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.</para>
      <para>Gedaagden worden gezamenlijk aangeduid als [gedaagde 1] c.s.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 1 juli 2024, met 4 producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling op 19 juli 2024.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat de zaak over?</title>
    <parablock>
      <para>
        [eiser] is eigenaar van de woning gelegen aan de [adres] te Rotterdam. Sinds 2013 woonde hij samen met [gedaagde 1] met wie hij een affectieve relatie onderhield. [gedaagde 2] , de dochter van [gedaagde 1] , woonde ook bij hen in. Toen de relatie in 2023 eindigde, heeft [eiser] bij brief van 25 oktober 2023 [gedaagde 1] c.s. gesommeerd de woning te verlaten. [gedaagde 1] c.s. hebben verzocht om een termijn van zes maanden voor het vinden van een andere woning. Daarop heeft [eiser] bij brief van 1 december 2023 laten weten aan [gedaagde 1] c.s. die termijn te gunnen, zodat zij uiterlijk op 1 mei 2024 de woning moeten hebben verlaten. Ook na 1 mei 2024 zijn [gedaagde 1] c.s. in de woning gebleven.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.	De vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen om de woning gelegen aan de [adres] te Rotterdam te verlaten en niet meer te betreden, onder medeneming van de hun toebehorende goederen binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat [gedaagde 1] c.s. in gebreke blijven aan enig onderdeel van het te wijzen vonnis te voldoen, met veroordeling van [gedaagde 1] c.s. in de kosten van het geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde 2] is niet in de procedure verschenen. Bij de dagvaarding, gericht aan [gedaagde 1] c.s., zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht genomen, zodat tegen [gedaagde 2] verstek wordt verleend. Niettemin wordt op grond van artikel 140 lid 3 Rv thans één vonnis gewezen dat voor alle partijen als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een eis in kort geding is van belang of de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten en hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat de eisende partij heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor gedaagde als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt dat [gedaagde 1] c.s. zonder toestemming in zijn woning verblijven en dat die gedwongen samenwoning voor hem (financieel) bijzonder belastend is. [gedaagde 1] heeft dat ter zitting niet of onvoldoende betwist. Daarmee is het spoedeisend belang van [eiser] bij toewijzing van de gevorderde ontruiming voldoende gegeven. Ook is aannemelijk dat zijn eis in een bodemprocedure wordt toegewezen, nu [gedaagde 1] c.s. zonder recht of titel in de woning verblijven. Dit rechtvaardigt om op de bodemprocedure vooruit te lopen en de ontruiming toe te staan. Een belangenafweging maakt dat niet anders. [gedaagde 1] c.s. wisten in oktober 2023 dat zij de woning moesten verlaten en [eiser] heeft hen al een termijn gegund om alternatieve woonruimte te vinden. Inmiddels zijn er elf maanden verstreken, zonder dat [gedaagde 1] c.s. andere woonruimte hebben gevonden of ook maar hebben laten zien dat zij daartoe pogingen hebben ondernomen. In die situatie weegt het belang van [gedaagde 1] c.s. om nog langer in de woning te blijven niet op tegen het belang van [eiser] bij de gevorderde ontruiming.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De gevorderde ontruiming wordt daarom toegewezen. Aan [gedaagde 1] c.s. wordt een termijn gegeven van 14 dagen na de betekening van het vonnis om de woning te verlaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Er is geen aanleiding om aan de ontruiming een dwangsom te verbinden. </para>
        <para>De wet geeft immers aan de deurwaarder de bevoegdheid om een gedwongen ontruiming uit te voeren (artikel 556 lid 1 en artikel 557 juncto artikel 444 Rv). Daarbij kan de deurwaarder de hulp van politie en justitie inroepen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] c.s. worden als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van [eiser] . Die kosten worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 	137,47</para>
      <para>- griffierecht	€	320,00</para>
      <para>- salaris advocaat	€	715,00</para>
      <para>- nakosten	<emphasis role="underline">€	178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal	€ 	1.350,47</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verleent verstek tegen [gedaagde 2] , die niet in de procedure is verschenen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] c.s. om, binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis, de woning aan de [adres] te Rotterdam te verlaten en niet meer te betreden, onder medeneming van de hun toebehorende goederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 1.350,47, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe; als [gedaagde 1] c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, moeten zij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2024.</para>
        <para>2091 / 1980</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>